Op veel plekken in de wereld zien we de opkomst van autoritaire leiders. Het lijkt op een wereldwijde en niet te stuiten trend: nationalisme en populisme hijsen her en der autoritaire leiders op het schild, van Amerika tot Azië en Europa. Björn Soenens zag onlangs op VRT MAX de verbluffende tv-reeks 'M', over de opkomst van Mussolini in Italië een eeuw geleden. Hij richt zijn blik deze week op de mogelijke lessen die Mussolini ons leert voor dit tijdsgewricht.
Lessen voor 100 jaar later: Mussolini, de man die de democratie vermoordde met haar eigen wapens
Hij kwam niet als een barbaar. Hij droeg geen wapenrusting. Benito Mussolini veroverde Italië in een pak, op een podium, met een microfoon en een talent voor theater dat zijn tijdgenoten verblufte. En dat is precies wat ons nu, bijna een eeuw later, zou moeten doen huiveren.
Antonio Scurati schreef met ‘M. De zoon van de eeuw’ een roman die aanvoelt als een daverende waarschuwing. De gelijknamige televisieserie die nu te bekijken is op VRT MAX, met Luca Marinelli in een ijzingwekkende titelrol, maakt Mussolini nog tastbaarder: de man was geen monster uit een sprookje. Hij was een ogenschijnlijk gewone kerel. Slim, doelgericht en meedogenloos in zijn begrip van hoe mensen in elkaar zitten, hoe ze ‘marcheren’.
De lessen van Mussolini
De eerste les die Mussolini ons leert, is ook de meest ongemakkelijke: democratieën worden niet omvergeworpen door vijanden van buitenaf. Ze worden uitgehold van binnenuit, door mannen die de spelregels kennen en ze buigen tot ze breken.
Mussolini zat in het parlement en deed mee aan verkiezingen. Hij sloot compromissen. Hij gebruikte de instellingen van de Italiaanse staat als trapje omhoog, en trapte ze vervolgens weg zodra hij boven stond. Wie dacht dat de regels hem zouden stoppen, begreep niet dat hij de regels als een instrument zag, niet als een inperking of een grens.
De 2e les van Mussolini gaat over de mythe van de sterke man. Italië was in 1920 een land in diepe crisis: gebroken en verarmd door de Eerste Wereldoorlog, verscheurd door stakingen en sociale onrust. In dat vacuüm bood Mussolini zekerheid, of tenminste de indruk ervan.
De opportunistische dertiger Mussolini, hongerend naar macht en seks, bewoog zich tussen 1919 en 1924 leugenachtig en met de onderbuik, instinctmatig, van socialisme naar fascisme.
Hij schreeuwde en benoemde vijanden openlijk. De angst voor sociale chaos en nationale vernedering was echt. De mensen grepen – zoals in hun natuur ligt - naar wat houvast biedt in wankele tijden: de sterke leider met gezwollen crisisretoriek om een gevoel van urgentie op te wekken.
Dat patroon herkennen we vandaag in elke samenleving waar onzekerheid regeert en leiders met simpele antwoorden op complexe vragen plots massaal steun vinden.
De details veranderen. De denktrant blijft dezelfde, in een andere tijd. Zo richt het personage van Mussolini zich op een bepaald ogenblik rechtstreeks tot de camera en zegt: “Let’s make Italy great again!” De referentie naar vandaag (en naar wie) is helemaal helder.
Democratieën worden uitgehold van binnenuit, door mannen die de spelregels buigen tot ze breken.
Björn Soenens
Wat ‘M’ bijzonder goed in de verf zet, met minutieuze aandacht voor de coulissen van de macht, is de rol van het geweld. De fascistische knokploegen van de jaren 20 terroriseerden vakbondskantoren, krantenredacties en politieke tegenstanders.
Dat geweld werd getolereerd, geminimaliseerd en soms zelfs heimelijk toegejuicht door de gevestigde orde. Industriëlen zagen de fascisten als een nuttig schild tegen het socialisme.
Officieren in het leger knepen een oogje dicht. De politie keek ook weg. Niemand wilde zijn handen vuilmaken aan een rechtstreekse confrontatie met de zwarthemden. Zo worden buitensporige praktijken langzaam (of snel) .
Zo werkt collaboratie altijd: niet als een bewuste keuze voor het kwaad, maar als een lange reeks kleine lafhartige beslissingen. Wegkijken uit gemakzucht. Elke keer als iemand zweeg die had moeten spreken, werd Mussolini een stuk sterker. Zwijgen om het eigen hachje te redden of conflicten te vermijden; het gebeurt vandaag ook.
De beruchte mars op Rome in oktober 1922 was geen militaire , het was in feite puur theater. Mussolini reisde er per trein naartoe, in een slaapwagon, terwijl zijn zwarthemden zouden marcheren.
Hoe Mussolini de sleutels van de macht kreeg
Koning Victor Emmanuel III weigerde de noodtoestand te ondertekenen en zwichtte voor de intimidatie van de fascisten, die nochtans met veel minder waren dan zijn legereenheden.
De ‘kleine koning’ – hij was amper 1,52 meter groot – nodigde Mussolini uit om naar Rome te komen en benoemde hem, in de hoop een burgeroorlog en anarchie te vermijden, tot eerste minister, ook al had de Partito Nazionale Fascista maar 35 zetels in het parlement toen: nauwelijks 6,5 procent van het totaal.
Je zou kunnen zeggen dat de democratie haar sleutels vrijwillig overhandigde aan Mussolini. 2 jaar later veranderde Mussolini de kieswet: de grootste partij kreeg dan automatisch een tweederdemeerderheid in het Italiaanse parlement. Zo consolideerde hij zijn macht.
Dat is misschien de meest onthutsende les van 'M': het fascisme won niet ondanks de democratie, maar door de zwakheid ervan. Dankzij een publiek dat wenste dat het allemaal vanzelf zou overwaaien.
Intussen was de belangrijke socialistische leider Giacomo Matteotti in 1924 ontvoerd en vermoord door een fascistische knokploeg, nadat de socialist de corruptie en onrechtmatigheden van het fascistische regime had bekritiseerd.
De spiegel van de geschiedenis
Geschiedenis is niet altijd een les. Bij ‘M’ is ze een spiegel. En wie eerlijk in die spiegel kijkt, ziet geen verre Italianen van 100 jaar geleden. Die ziet de bekende mechanismen, de tijdloze patronen.
Die patronen zijn altijd dezelfde: de cultus van de sterke leider, ultrapatriottisme en het proberen te herstellen van de nationale glorie, vijanddenken en zondebokpolitiek, de minachting voor parlement, rechtspraak en pers, aanvallen op de wetenschap en wantrouwen tegen experts, én de vermenging van de staat met grote bedrijven en kapitaal.
De Italiaanse schrijver van ‘M’, Antonio Scurati, stelt dat de hedendaagse populistische leiders niet noodzakelijk kopieën of bewuste volgelingen van Mussolini zijn. Ze zijn eerder indirecte verwanten. Maar als je de politiek en de communicatie van veel van dat soort huidige leiders analyseert, vind je de erfenis terug in hun woorden en daden.
Een gedeeld kenmerk is het gewetenloze opportunisme: elke koerswijziging, elke wisseling van bondgenoten vinden ze gerechtvaardigd. Dat systematische 'immoralisme' past perfect bij de politiek in ons tijdperk.
De meest onthutsende les van ‘M’: het fascisme won dankzij een publiek dat wenste dat het allemaal vanzelf zou overwaaien.
Björn Soenens
In de relatie met het parlement vindt de populistische aanvoerder dat hij de volkswil in eigen persoon belichaamt. Ilja Leonard Pfeijffer noemt dat in onze podcast 'De Verrekijkers' de geboorte van de absolute democratie.
Het parlement wordt met zijn veelheid aan standpunten ervaren als tijdverspilling: een corrupte plek van zwakkelingen en sukkels. Denk bijvoorbeeld in onze tijd terug aan Geert Wilders die het Nederlandse parlement een decennium geleden een ‘nepparlement’ noemde.
Dat is wat de ‘sterke man’ zo sterk maakt: dat hij door de tegenstand heen drukt, en zo’n forse kracht uitstraalt dat de tegenpartijen wegkijken, het opgeven, en zich voegen naar de wil van de sterke man. U weet wie dat zijn en welke leiders dat in deze tijd doen.
De vergelijking met de jaren 30
Het gevaar is nooit de autoritaire leider zelf. Het gevaar is in feite de samenleving die hem laat worden wat hij wordt. Mussolini was lang voor hij de macht verwierf al duidelijk over zijn bedoelingen.
Zijn speeches, zijn geweld, zijn minachting voor regels: hij was er open en bloot over. Men zag het. Men koos ervoor het niet ernstig te nemen.
De vergelijking met de jaren 30 van de vorige eeuw wringt. De context was anders: in die tijd waren de westerse samenlevingen getraumatiseerd door de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en door de , op een manier waarvoor geen echte hedendaagse parallel te trekken valt.
In de huidige context is bijvoorbeeld ook het geweld totaal afwezig bij politieke formaties in Italië als Lega van Matteo Salvini en Fratelli d'Italia van Giorgia Meloni. Uitzonderingen zoals de drieste bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 in de VS zijn veelzeggend (inclusief de kwalijke rol van milities), maar ze zijn vooralsnog uitzonderingen.
Het is nog geen structureel staatsterrorisme zoals bij de fascistische brigades van Mussolini. Al kreeg bijvoorbeeld de Amerikaanse immigratiepolitie na het doden van Renée Good en Alex Pretti in Minneapolis begin 2026 wél een heel akelige en kwalijke bijklank als een soort militie van de regering-Trump.
Dat is wat de ‘sterke man’ zo sterk maakt: dat hij door de tegenstand heen drukt, en zo’n forse kracht uitstraalt dat de tegenpartijen wegkijken
Het hedendaagse van Giorgia Meloni kan je absoluut niet vergelijken met het fascisme van Mussolini, ook al prees ze de man wel in haar vroege jaren. Meloni veroordeelt geweld in de politiek. Maar het logo van haar partij – de driekleurige groen-wit-rode vlam – wordt door critici gezien als een symbool dat verwijst naar de vlam op het graf van Mussolini.
De gemoderniseerde versie van rechts-nationalisme
De methode van de 'fasci', de fascistische knokploegen waarmee Mussolini Italië naar zijn hand zette, hoort gelukkig tot het verleden. Maar sommigen hebben wel heimwee.
Elk jaar komen honderden tot duizenden neofascisten samen in Predappio, de geboorteplek van Mussolini, vaak gekleed in zwarte hemden.
Fascisme hoeft er niet uit te zien zoals in de tijd van Il Duce. Maar we moeten de parallellen wel durven te trekken, anders leren we niets. Het gaat eerder om een gemoderniseerde, min of meer gedemocratiseerde versie van rechts-nationalisme met zeer radicale trekken: gevaarlijk in de ogen van velen, maar structureel toch anders dan de gewelddadige dictatuur van Mussolini.
In een tijd waarin in Europa opnieuw partijen floreren die de democratie gebruiken om de democratie af te breken, waarin rauw taalgebruik en het verwoesten van de bestaande orde modieus zijn, waarin een agressieve manosfeer opleeft, verdient 'M' de status van verplicht kijken of lezen.
Als oefening in herkenning: in aflevering 8 fulmineert Benito Mussolini in een heftige monoloog tegen een ex-minnares. Tegen haar en het publiek legt hij brutaal maar glashelder uit wat fascisme is. Het zijn woorden en zinnen die lang nazinderen en tot nadenken aanzetten:
“Fascisme is geweld. Fascisme is heerschappij van de macht. Het is de wil van enkelen die zich opdringt aan de wil van velen. Het is onderdrukking. Het is willekeur. Het is de wet van de sterkste. Het is haat, het is het opzwepen van de massa. Het is woede, het is minachting voor zwakte en twijfel. Het is de wet van de knuppel tegen de chaos van de geest. Het is de weigering van het compromis. Het is altijd, altijd, tegen iets of iemand zijn. En wie zich ertegen verzet … : dát is fascisme.”
De vraag die Antonio Scurati als schrijver en Joe Wright als regisseur van 'M. - De zoon van de eeuw' ons stelt, is niet: hoe kon het toen gebeuren? De vraag is: wat doen wij vandaag? Waakzaamheid voor terugkerende patronen is allicht uitermate raadzaam.
De blik van Björn
"De ergste vloek die de techniek over ons heeft gebracht, is dat zij het onmogelijk maakt de actualiteit ook maar één seconde te vergeten." Woorden van Stefan Zweig in het beroemde boek 'De wereld van gisteren'. Elke zondag richt Björn Soenens zijn blik op de wereld en wat daarin verschuift en wankelt. Intussen proberen we met z'n allen niet mentaal te bezwijken onder de kolkende nieuwsstroom.
De blik van Björn: "Democratieën worden uitgehold van binnenuit"



