Op 11 mei 1926 stortte in Kanne, bij Riemst, een groot deel van de ondergrondse mergelgroeve Muizenberg in. Daarbij kwamen 5 mensen om het leven. 2 van hen werden nooit teruggevonden. 100 jaar later wordt de ramp herdacht, al blijven er nog altijd vragen over de precieze oorzaak en verantwoordelijkheid.
100 jaar na ramp in de Muizenberg in Kanne: "2 slachtoffers zijn nooit teruggevonden"
100 jaar geleden werd Kanne opgeschrikt door een zware ramp onder de Muizenberg. Op 11 mei 1926 stortte een groot deel van de ondergrondse mergelgroeve in. De groeve lag in een bijzonder grensgebied: de ingang bevond zich aan Belgische kant, maar het gangenstelsel liep ook onder Nederlands grondgebied.
"Bij de ramp vielen 5 doden", vertelt Mike Lahaye, speleoloog bij de gemeente Riemst. "Onder hen 2 blokwerkers die nog in de groeve aanwezig waren en 3 champignonkwekers die buiten stonden." Omdat de groeve onder de grens tussen België en Nederland lag, bleef achteraf ook de vraag naar verantwoordelijkheid bijzonder complex.
"De berg begon wellicht al te kraken"
Lahaye voert een doctoraatsonderzoek uit naar de instorting en wijst erop dat de arbeiders de instorting wellicht hebben voelen of horen aankomen. "Een instorting laat zich voelen: een berg begint te kraken, er vallen stukken uit het plafond", legt hij uit.
"De champignonkwekers waren wellicht al gevlucht", gaat Lahaye verder. "Maar de blokwerkers wilden nog snel wat blokken op de kar laden en bleven te lang binnen.
Na de instorting werd een zoektocht gestart naar de lichamen van de 2 blokwerkers. "Die lagen immers onder het puin", gaat Lahaye verder. "Er werd door de mijnwerkers daarom een reddingtunnel gemaakt, gestut op hout. Ze zijn daar weken bezig geweest, helaas tevergeefs."
De lichamen van de 2 blokwerkers werden dus nooit gevonden. Toch werd de smalle reddingtunnel later opnieuw dichtgemaakt. "Om te voorkomen dat familieleden naar hen op zoek zouden gaan." De plek van waar die reddingstunnel vroeger was, is vandaag nog zichtbaar.
De precieze oorzaak van de instorting is nooit met zekerheid vastgesteld. Volgens Lahaye speelden vermoedelijk verschillende factoren mee: roofbouw, gebrekkig toezicht en de ligging van de groeve op de grens tussen België en Nederland.
Belgische arbeiders waren op Nederlands grondgebied aan het werken, terwijl de ingangen in België lagen. Het was niet meteen duidelijk waar de verantwoordelijkheid lag
Mike Lahaye, speleoloog
"Het mijnwezen wist wel van deze groeve, maar er werden geen controles uitgevoerd, omdat er ook nooit een vergunning voor was afgegeven", zegt hij. "Belgische arbeiders waren op Nederlands grondgebied aan het werken, terwijl de ingangen in België lagen. Het was niet meteen duidelijk waar de verantwoordelijkheid lag."
Daarnaast waren de dragende pilaren in de groeve almaar smaller gemaakt om extra mergel te kunnen winnen. "Zo’n laag mergelafval was soms 2 tot 3 meter dik. Door zoveel mergel weg te halen, verhoog je de ganghoogte flink", zegt Lahaye. En dat was wellicht het laatste zetje dat geleid heeft tot de uiteindelijke instorting van de Muizenberg.
Ramp herdacht
"Door de complexe oorzaken, is er nooit een verantwoordelijke - noch de mijnen, noch de overheid - aangeduid", vertelt Lahaye ten slotte. Daardoor ging de ramp vooral de geschiedenis in als een tragische herinnering.
100 jaar later brengt de heemkundige kring hulde aan de slachtoffers van de ramp bij Muizenberg met een bloemenhulde, een toelichting door groevespecialist Hans Ogg en een tentoonstelling in de Sint-Hubertuskerk van Kanne. Die is aanstaande zaterdag en zondag te bezoeken. Meer info via www.riemst.be .
Regionaal nieuws uit Limburg

