In de Japanse hoofdstad Tokio zijn er 50.000 mensen op straat gekomen om te protesteren tegen de versoepeling van de oorlogswetgeving. Zo wil het land opnieuw zijn leger versterken en wapens exporteren. Dat is al sinds de Tweede Wereldoorlog verboden.
Het is het grootste protest in decennia in Japan, een land waar sociale cohesie en een diepgeworteld taboe op publieke verstoring al generaties lang de norm zijn. Toch keren 50.000 burgers zich nu openlijk tegen de plannen van hun eigen regering.
Die wil artikel 9 van de grondwet versoepelen, beter bekend als de pacificatieclausule. Deze wet, die dateert uit 1947, verbiedt Japan om een offensief leger op te bouwen. Later werd daar ook een verbod op de export van dodelijke wapens aan toegevoegd.
De pacificatiewetgeving ontstond na de overgave van Japan nadat de Amerikaanse atoombommen Hiroshima en Nagasaki hadden verwoest. Het is een trauma dat diep in het nationale geheugen gegrift staat. Sindsdien willen de Japanners niets meer weten van een mogelijke her-militarisering.
De regering wil nu wel exporteren naar bondgenoten. Hierdoor vrezen veel burgers dat Japan opnieuw het oorlogspad zal betreden. Demonstranten van alle leeftijden zijn al door de straten getrokken met borden waarop 'No War' te lezen staat.
Geopolitiek belang
Eerdere regeringen wilden de wetgeving al versoepelen door niet-dodelijk militair materiaal te verkopen, maar het is de huidige premier Sanae Takaichi die de knoop doorhakt. Volgens haar is de wetgeving verouderd en moet ze worden aangepast aan de huidige geopolitieke realiteit.
Japan heeft met China, Rusland en Noord-Korea onrustige buren. Nu zal de Japanse wapenindustrie opnieuw worden opgebouwd, met de verkoop van aanvalswapens, aan onder andere Vietnam, de VS en het VK.
China is alvast niet tevreden met de beslissing. Staatsmedia herinneren het buurland aan zijn agressie en oorlogsmisdaden tegen China tijdens de Tweede Wereldoorlog. De zogeheten 'neomilitarisering' is voor Peking een zorgwekkende ontwikkeling.
