Aan de UGent is een doctoraatsonderzoek gestart naar de positieve werking van talentenwerking TAJO, met vestigingen in Antwerpen, Gent en Kortrijk. Het project focust zich op kansarme jongeren met een andere thuistaal dan het Nederlands en slaagt erin om het aantal vroegtijdige schoolverlaters fors terug te dringen. "We zien dat het werkt, maar weten nog niet precies waarom", klinkt het. Dat moet de UGent nu in kaart brengen.
UGent onderzoekt TAJO-talentenwerking die schooluitval fors terugdringt in Antwerpen, Gent en Kortrijk
TAJO begon in 2019 in Gent met een 40-tal deelnemers. Intussen zijn er ook werkingen in Antwerpen en Kortrijk. Dit schooljaar nemen in totaal 1.100 jongeren deel. TAJO biedt op zaterdagen ateliers aan waarin vrijwilligers uit het beroepsveld hun ervaringen delen. De bedoeling is om jongeren te inspireren en te helpen om zo een bewustere keuze te maken voor een studierichting in het middelbaar.
Het moet voorkomen dat jongeren stoppen zonder een diploma te behalen. In Vlaanderen valt in stedelijke context zo'n 30 procent van de jongeren vroegtijdig uit, als de thuistaal geen Nederlands is. "Bij deelnemers aan het TAJO-traject loopt dat aantal terug naar minder dan 10 procent. De aanpak werkt, maar we weten nog niet precies waarom", stelt gedelegeerd bestuurder Claudia van Egmond.
Vaste begeleider en meer dan 2.000 vrijwilligers
Het aantal deelnemers ligt nu bijna 27 keer hoger dan bij de start van het project. Er wordt gewerkt in leeftijdsgroepen met een vaste begeleider die mee opschuift in de tijd. Het gaat intussen om wekelijks 84 ateliers, verspreid over 21 klassen. Een heel traject duurt 8 jaar. De deelnemers worden zo begeleid van het 5e leerjaar tot ze 18 worden. In de oudere leeftijdsgroepen daalt de frequentie van de ateliers.
Het soort ateliers behandelt allerlei thema's, ook afgestemd op de interesses van de deelnemers. "Er zijn intussen meer dan 2.000 vrijwilligers die de passie voor hun job delen. Dat gaat van journalisten, over technici tot bouwvakkers. Alles kan aan bod komen." De groep blijft doorheen het traject dezelfde.
"We hopen ook impact te hebben in het gewone onderwijs"
TAJO beëindigt dit schooljaar de eerste volledige cyclus. "We willen de positieve ervaringen benutten en ook delen", stelt Van Egmond. De vereniging kreeg steun van het Vlaams Agentschap Innoveren (VLAIO) om een onderzoek op poten te zetten. Een doctoraatstudent zal zich er de komende 5 jaar op toeleggen.
"De bedoeling is dat we eruit kunnen halen waarom het werkt en hoe het komt dat de TAJO-jongeren een meer doordachte studiekeuze maken. We willen dat dan breder kunnen uitrollen in het gewone onderwijs. Zo hopen we ook effect te hebben in steden zonder TAJO-werkingen", besluit Van Egmond.
TAJO organiseert wekelijks 84 ateliers, verspreid over 21 klassen, en gedragen door 2.100 vrijwillige gastdocenten. De vereniging heeft per jaar zo'n 2,8 miljoen euro aan inkomsten nodig.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen

