"Het is een trauma, het had iedereen van ons kunnen zijn." Aan de vooravond van het proces tegen Paolo Falzone keren we terug naar de plek in Strépy waar hij op 20 maart 2022 met een duizelingwekkende snelheid van 174 km per uur 7 mensen doodreed. In de straten van de gemeente overheersen nog altijd verdriet en kwaadheid. "We krijgen onze vrienden nooit meer terug."
"Het was geen ongeval, het was moord": Hoe het carnavalsdrama Strépy nog altijd tekent
In de vroege ochtend van 20 maart 2022 trekken de plaatselijke Gilles, de carnavalisten met hun typerende rood-gele kostuums en belletjes, in stoet door de rue des Canadiens in hartje Strépy. Deze editie moet de verloren corona-edities goedmaken, dus de sfeer is uitbundig.
Tot hun weg kruist met die van Paolo Falzone.
Die rijdt met een duizelingwekkende snelheid van 174 km per uur door diezelfde rue des Canadiens. Het gevolg laat zich raden. 7 slachtoffers overleven de klap niet. En met hen sterft ook een deel van de ziel van Strépy. Dat voelen we nog aan alles hier.
Nu, 4 jaar later, staan we aan de vooravond van het assisenproces opnieuw in Strépy. Op de plek waar het gebeurd is, staat een sober, ontroerend monument van 2 trommels.
Verder hangt over het hele dorp een tristesse, en die is voelbaar bij iedereen die we hier spreken. De wonde is nog niet geheeld.
De beelden die ze nooit vergeten
Er is Antonio Gava, schepen (PS) in La Louvière en zelf Gilles. Hij raakte die bewuste nacht gewond. De beelden die hij zag, krijgt hij niet meer van zijn netvlies. De knuffel die hij van zijn dochter kreeg, toen hij weer bij bewustzijn kwam. De man die tegen beter weten in een slachtoffer bleef reanimeren. De Gilles die verbrijzeld was. "Ik draaide me om en zag een lichaam vallen. Het heeft misschien maar 3 seconden geduurd. Het was een oorlogsscène. Over 100 meter lagen mensen verspreid, je kan het je niet inbeelden", vertelt hij in tranen.
Er is Frédéric Delauw die nog achtergebleven was in de sporthal. Nog even opruimen nadat de stoet een kleine 10 minuten eerder was vertrokken. Tot hij telefoon kreeg en zich samen met een verpleegkundige naar de rue des Canadiens haastte, een paar tientallen meters verder.
Hij was als eerste ter plaatse. Vóór de politie, vóór de ambulances. "We probeerden mensen te redden, maar het was te laat. Ik kan je nu nog zeggen waar de lichamen lagen, waar mensen hun schoenen hadden verloren, het was een catastrofe."
Ik kan je nu nog zeggen waar de lichamen lagen, waar mensen hun schoenen verloren
Frédéric Delauw
Er is Chafia Houalef. Zij paste die nacht op haar kleindochter en ontdekte bij het opstaan pas wat er gebeurd was. "Maar als ik nu die weg neem, zie ik voor mij hoe die lichamen van huis tot huis gesleurd zijn. Ik stel me voor hoe de Gilles onder de auto lag. Het lukt me niet meer om carnaval te vieren. Wanneer mijn bus het monument passeert, doet dat pijn. Ik had het kunnen zijn, mijn zoon had het kunnen zijn, ik ken de slachtoffers die overleden zijn."
Er is een voor en een na
Het is een gemene deler voor alle inwoners: er is een vóór en een ná. Of ze er die fatale nacht nu bij waren of niet. Iedereen in de kleine gemeenschap kent wel iemand die gestorven is. Een jeugdvriend, de juf van de school iets verderop, de papa van een vriendin van de dochter.
"Het leven herneemt zachtjes, maar we vergeten niet", vat Claudio Angelino het samen. "Ik woon op nog geen 200 meter van waar het gebeurde. Elke keer als ik er passeer, breek ik."
Een gevoel dat hij deelt met Antonio Gava. Die kon na het drama geen Gilles meer zijn, tot afgelopen editie. "Het vertrek van de stoet was moeilijk, het was heel emotioneel. Maar eigenlijk was het ook heel schoon, het was sereen, er was veel vriendschap. Dat heelt een beetje."
Elke keer als ik er passeer, breek ik
Claudio Angelino
Dat voelt ook burgemeester Jacques Gobert (PS). "Het is een trauma, dat nog altijd aanwezig is op elke festiviteit. We kunnen er niet omheen, we moeten er wel aan denken. Omdat het iedereen had kunnen zijn."
Die nacht was ook hij een Gilles – voor de eerste keer in zijn leven – toen hij telefoon kreeg om "heel snel" naar de rue des Canadiens te komen. "Ik had mijn Gillesbroek nog aan toen ik aankwam. Het was een catastrofe, een oorlogstafereel. Lichamen lagen op de grond, de pijn van de slachtoffers was onbeschrijfelijk."
Hoewel hij alle slachtoffers persoonlijk kende en dus heel nauw betrokken was, moest hij ook als burgemeester denken en handelen. "Ik herinner me dat ik weende, dat ik roerloos stond te staren naar wat gebeurd was. Ik ontken niet dat ik helemaal in shock was, maar ik moest me herpakken en zeggen wat er moest gebeuren."
Ik ontken niet dat ik helemaal in shock was, maar ik moest me herpakken en zeggen wat er moest gebeuren
Jacques Gobert
Tot vandaag blijft hem vooral de stilte na het ongeval bij, en de waardigheid van zijn inwoners. "Ze hebben iets onbeschrijfelijks meegemaakt, maar al die jaren zijn ze zo waardig gebleven. Dat is buitengewoon."
Niet gemakkelijk, als je bedenkt dat de bestuurder van de BMW amper 2 kilometer verderop opgroeide. Zijn ouders wonen nog altijd vlak bij de plek waar ook een van de slachtoffers woonde.
Woedend op bestuurder
Als we daarover beginnen, slaat de tristesse al gauw om in kwaadheid. "Hoezo? Hoezo kan je in deze kleine straatjes 170 km per uur rijden? Dit is geen accident, dit is moord. Je kan een ongeluk hebben door 60 te rijden waar je 50 mag. Maar dit? Nee, hij reed al jaren zo. Het is een moordenaar, er is geen ander woord voor", klinkt het fors bij Antonio.
Hoezo kan je in deze kleine straatjes 170 km per uur rijden?
Antonio Gava
De rue des Canadiens is een straat zoals er in ons land zoveel zijn: een lang recht stuk, lichtjes bergop, huizen langs beide kanten. Als we de bewuste straat doorstappen is het inderdaad nauwelijks te bevatten hoe het is kunnen gebeuren, hoe Paolo Falzone de groep niet heeft kunnen zien.
Gava gelooft ook niet dat de bestuurder wilde stoppen. "Hij reed helemaal tot voorin de stoet, en daarna nog 1,5 kilometer. Hij is nog een kruispunt overgereden, dan rechts afgeslagen en nog eens rechts afgeslagen. Daar is zijn auto stilgevallen. Een van zijn slachtoffers lag zwaargewond op de passagierszetel, ze is voor het leven gehandicapt. Een ander slachtoffer, Salvatore, lag dood op de motorkap."
"Voor mij mag hij na het proces nooit meer vrijkomen uit de gevangenis. Het spijt me, maar dat zou geen rechtvaardigheid zijn", vindt Houalef.
Die stelligheid horen we vaker terugkomen. "Hij heeft in afwachting van het proces een enkelband, voor mij is hij vrij. Hij kan Kerstmis vieren, hij kan Pasen vieren, hij kan vrienden ontvangen. Ik vind dat onbegrijpelijk", zegt Angelino.
Hij moet boeten voor wat hij gedaan heeft, wij krijgen onze vrienden nooit meer terug
Frédéric Delauw
"Ze moeten hem in de gevangenis steken en hem er niet meer laten uitkomen”, vult Delauw aan. “Hij moet boeten voor wat hij gedaan heeft. Wij krijgen de mensen, onze vrienden, nooit meer terug."
Morgen begint het proces
Of het om een doelbewuste doodslag gaat – zoals het parket en de slachtoffers denken – of een spijtig ongeval – zoals de bestuurder volhoudt -, dat zullen we over enkele weken horen uit de mond van de volksjury.
De burgemeester zal er morgen trouwens zijn, op de eerste procesdag. "Om de slachtoffers te steunen."
Het toont hoe hard deze zaak leeft.
Het bezoek aan Strépy heeft ons 1 ding heel duidelijk gemaakt: ook wanneer het proces ten einde zal zijn, zal het trauma nog lang blijven rondwaren in de straten.


