Donald Trump beheerst elke dag het wereldnieuws. Door de oorlog in Iran, door ruzies met wereldleiders of met de paus, de omstreden balzaal van het Witte Huis of door de inzet van het leger tegen betogers. Veel minder zijn de schijnwerpers gericht op de corruptie in de VS. Hoe hard hebben president Trump en zijn familie zich verrijkt en welke kwalijke gevolgen heeft dat voor Amerika? Daarover schrijft Björn Soenens deze week in de elfde aflevering van 'De blik van Björn'.
Het rottende hart van de VS: hoe macht, geld en de familie Trump Amerika uithollen
Democratie sterft niet met een knal, maar loopt langzaam leeg, zoals een autoband met een spijker erin. Je rijdt nog een hele tijd. Je denkt dat alles in orde is. Tot de band helemaal lek is en je stilstaat.
Amerika staat stil. Niet omdat het land geen wetten heeft. Integendeel, het heeft er te veel, zou je denken. Maar wetten zonder handhaving zijn decoratie en praat voor de vaak. Papieren tijgers in een gouden kooi.
Wat de familie Trump en de regering-Trump de wereld hebben geleerd, is dat je een heel systeem kunt buigen als je maar brutaal genoeg bent. Als je min of meer de schaamte voorbijgaat.
Donald Trump liet vorig jaar de oostelijke vleugel van het Witte Huis slopen alsof het de verbouwing van zijn eigen huis betrof. Hij wil er in de plaats de grootste balzaal laten bouwen, die zijn naam draagt.
De president van Amerika heeft een Boeingvliegtuig als geschenk aangenomen van de Golfstaat Qatar. Het zal later dienstdoen als Air Force One, het presidentiële vliegtuig.
Rechtstreekse giften van buitenlandse staten aan een zittende president zijn in de VS grondwettelijk hoe dan ook uiterst problematisch.
De blik van Björn
"De ergste vloek die de techniek over ons heeft gebracht, is dat zij het onmogelijk maakt de actualiteit ook maar één seconde te vergeten." Woorden van Stefan Zweig in het beroemde boek 'De wereld van gisteren'. Elke zondag richt Björn Soenens zijn blik op de wereld en wat daarin verschuift en wankelt. Intussen proberen we met z'n allen niet mentaal te bezwijken onder de kolkende nieuwsstroom.
Symptomen van problematisch gedrag
Een paar treffende voorbeelden: Donald Trump vraagt 230 miljoen dollar schadevergoeding van Justitie, omdat het departement hem naar eigen zeggen onder zijn voorganger onterecht liet vervolgen. Amazon moest 40 miljoen dollar betalen om een documentaire over First Lady Melania te mogen maken. Een soort startgeld voor de Trumps. Trump maakte begin dit jaar een Vredesraad voor de wereld, waar het lidgeld voor een permanent zitje 1 miljard dollar bedraagt. Altijd blijven er dollars plakken.
Laten we beginnen bij het begin. Bij het meest simpele, meest zichtbare, het meest flagrante. Toen Donald Trump in januari 2017 voor het eerst het Witte Huis betrad, weigerde hij zijn bedrijven af te stoten. Elke president vóór hem deed dat wel, of stelde op zijn minst een blind trust in om de zakelijke privébelangen onder te brengen bij een onafhankelijk bestuurder.
Trump deed dat niet. Hij deelde mee dat zijn zoons de zaak zouden runnen, en verklaarde zichzelf vrij van elk belangenconflict. Het Congres, zijn Congres, knikte instemmend.
Het gevolg was onmiddellijk voelbaar. Buitenlandse regeringen boekten gretig kamers in het Trump International Hotel in Washington, op loopafstand van het Witte Huis. Buitenlandse delegaties en lobbygroepen boekten kamers in andere Trumphotels of golfresorts, niet alleen omwille van de vermeende luxe, maar om toegang te kopen tot invloed. ‘Pay to play’ heet dat in het jargon.
Het Trump International Hotel Washington D.C. werd zo een symbool van belangenvermenging: een plek waar politiek en privéwinst samenvloeiden. Agenten van de Secret Service betaalden tot 1.200 dollar per nacht om te kunnen slapen in het Trumphotel in DC. Het huurcontract van het sjieke hotel werd door Trump na zijn verkiezingsnederlaag voor 375 miljoen dollar doorverkocht aan Waldorf-Astoria.
Toegang kopen tot invloed. 'Pay to play' heet dat in het jargon. Donald Trump handelt in gunsten.
Trump begreep altijd al hoe het werkt. Zijn schoonzoon Jared Kushner, aangesteld als topadviseur zonder enige politieke ervaring, onderhandelde achter de schermen met de Golfstaten over vrede, maar ook over vastgoeddeals.
Ook binnen de familie werd macht en voordeel dus volop vermengd. Kushner kreeg een sleutelrol in het buitenlands beleid, ondanks beperkte diplomatieke ervaring. Zijn contacten met buitenlandse investeerders en regeringen riepen (en roepen) vragen op over belangenconflicten, zeker wanneer na zijn politieke rol de miljardeninvesteringen uit het Midden-Oosten volgden.
Maanden nadat hij het Witte Huis had verlaten, pompte het Saoedische staatsinvesteringsfonds van kroonprins Mohammed bin Salman 2 miljard dollar in zijn nieuw opgerichte investeringsbedrijf. 2 miljard. Voor een man wiens eigen adviseurs hadden vastgesteld dat hij te riskant was om mee in zee te gaan. Maar Riyad rekende anders. De Saoedi’s rekenden in gunsten.
Dit is wat corruptie in feite doet. Ze verplaatst de macht van het publieke naar het private. Van de kiezer naar de belegger. Van het volk naar la famiglia.
Ivanka Trump deed duchtig mee in de eerste ambtstermijn van haar vader. Ze was adviseur in het Witte Huis, en haar modemerken kregen in 2017 en 2018 een opvallend snelle goedkeuring voor handel in China, op het moment dat haar vader cruciale handelsbesprekingen voerde met Peking. Toeval, zei het Witte Huis. Altijd toeval. Maar toeval stapelt zich op tot een patroon, en een patroon is geen toeval meer.
Internationaal werd dat stramien voortgezet. Diplomatie werd soms herleid tot transacties. De relatie met Oekraïne, die leidde tot de eerste impeachment, draaide in 2019 rond een eenvoudig maar explosief principe: tit for tat.
Politieke gunsten – "Geef mij explosieve informatie over de Bidenfamilie!" - in ruil voor persoonlijke voordelen – militaire hulp voor Kiev. Het idee dat buitenlandse politiek ingezet kan worden voor binnenlandse politieke winst, tast de fundamenten van een rechtsstaat aan. Zo wordt Amerikaanse Aidshulp voor Zambia voortaan gekoppeld aan de toegang tot zeldzame grondstoffen.
Dit is wat corruptie in feite doet: ze verplaatst de macht van het publieke naar het private. Van de kiezer naar de belegger. Van het volk naar la famiglia.
Binnenlands was het niet anders. Trump benoemde – net als al zijn voorgangers - donateurs tot ambassadeurs. Het is een nogal kwalijke Amerikaanse gewoonte: mensen die letterlijk hun post kopen of cadeau krijgen door campagnebijdragen. De diplomatieke dienst als beloning voor loyaliteit. Een stukje van de staat als geschenk.
Nu, in zijn tweede termijn, is het ongegeneerder dan ooit. De Trump-memecoin — een cryptomunt met zijn gezicht erop — werd gelanceerd dagen voor zijn eedaflegging. Investeerders over de hele wereld kochten mee, in de hoop op toegang tot de president, hopend op een gunst, op een goed woordje. De munt steeg. De munt daalde. Maar ergens, op een offshorerekening of in een stille holding, werd winst gemaakt. Door wie, weet niemand precies. Dat is het punt: het is allemaal schimmig.
De huidige commissie van Toezicht in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden heeft voorgerekend dat Trump en zijn familie al zeker 2,4 miljard dollar winst hebben gemaakt aan cryptodeals zoals World Liberty Financial.
Gulle investeerders zien hun rechtszaak verdwijnen, of krijgen gratie na het storten van een mooie bijdrage. Na een gulle gift wordt een gerechtelijk onderzoek geruisloos geseponeerd, of verdwijnt een klacht bij de SEC, de officiële beurswaakhond.
De gevolgen van dit soort sluipende normvervaging zijn minder spectaculair dan een schandaal, maar des te ingrijpender. Corruptie op dit niveau werkt als een langzaam gif. Ze normaliseert gedrag dat voordien ondenkbaar was. Ambtenaren leren dat loyaliteit belangrijker is dan integriteit.
Wie als procureur niet luistert naar de orders van Donald Trump vliegt eruit. Het gaat ver. Iedereen die het wil zien, ziet het. De burgers leren vooral dit: dat regels flexibel zijn voor wie macht heeft. Het vertrouwen, de lijm van elke democratie, begint te barsten.
Het is verleidelijk om corruptie te reduceren tot individuele ethische misstappen, maar dat zou de kern van de verrotting missen. Wat hier op het spel staat, is een verschuiving in wat als aanvaardbaar wordt beschouwd. Normen die openlijk worden genegeerd. Niet in stilte, maar met bravoure.
En vaak valt er wettelijk niets tegen in te brengen in de VS: de lobbycultuur zit in het systeem ingebrand. En sinds het befaamde Citizens United-arrest van het Hooggerechtshof uit 2010 is een ongelimiteerde geldstroom vanuit het bedrijfsleven naar de politiek wettelijk gepermitteerd.
Corruptie op dit niveau werkt als een langzaam gif. Ze normaliseert gedrag dat voordien ondenkbaar was. Ambtenaren leren dat loyaliteit belangrijker is dan integriteit.
Amerikaanse media spelen een dubbele rol. Enerzijds brengen ze onthullingen, van belastingconstructies tot buitenlandse deals. Anderzijds worden ze systematisch weggezet als “vijanden van het volk”, een retoriek die niet alleen kritiek monddood probeert te maken, maar ook de werkelijkheid zelf ondermijnt.
In zo’n klimaat wordt waarheid relatief en verantwoording afleggen hoogstens een optie. In dat opzicht is het ook alarmerend hoe het snelle verdwijnen van lokale journalistiek in Amerika de corruptie sterk doet stijgen. Uit studies blijkt dat politici integerder blijven als ze te maken krijgen met lokale persmensen die hen in de gaten houden. Helaas zijn duizenden lokale kranten in de VS de afgelopen 20 jaar verdwenen.
Corruptie als spelregel
Ik zat vorige zondag op de Nederlandse televisie (NPO2) aan tafel bij Lousewies Van der Laan. Zij brengt met 'Transparency International' wereldwijd de corruptie in kaart. In 'Bureau buitenland' op de VPRO vertelde ze dat de Verenigde Staten de afgelopen jaren een heel stuk corrupter zijn geworden. Tijn Sadée - eminent Hongarijekenner - zat mee in het debat. Het was zeer opvallend hoe parallel de verhalen over corruptie in Hongarije en de VS tegenwoordig lopen.
Wat misschien nog het meest verontrustend is: hoe snel een deel van de Amerikaanse samenleving zich aanpast aan deze nieuwe realiteit. Zo pauzeerde Trump de Foreign Corrupt Practices Act, een wet uit 1977 die het omkopen van buitenlandse ambtenaren verbiedt. Corruptie wordt dus niet langer gezien als een afwijking, maar als een spelregel. Politiek wordt een arena waar winnen belangrijker is dan eerlijk spelen. Dat creëert een vicieuze cirkel: hoe meer normen vervagen, hoe moeilijker het wordt om ze te herstellen.
Corruptie is helaas besmettelijk. Ze verspreidt zich niet via de adem of een handdruk, maar via normalisering. Via het schouderophalend negeren van een foute boel. Via de stilte van mensen die beter zouden moeten weten.
Corruptie is net daarom niet enkel een juridisch probleem, maar een moreel en maatschappelijk vraagstuk. Het vraagt meer dan gerechtelijke onderzoeken. Het vraagt een herwaardering van integriteit als kernwaarde. Want zonder die basis wordt zelfs de sterkste democratie langzaam, bijna onmerkbaar, van binnenuit aangetast.
Corruptie is helaas besmettelijk. Ze verspreidt zich niet via de adem of een handdruk, maar via normalisering. Via het schouderophalend negeren van een foute boel.
Er is een mooi oud Amerikaans ideaal: dat van de publieke dienst als een eer, als een offer, als iets dat je groter maakt dan jezelf. Dat ideaal ligt momenteel min of meer op apegapen.
Of het algemeen belang de huidige toestand overleeft, hangt niet af van Trump alleen. Het hangt af van iedereen die toekijkt en zwijgt. En er wordt veel gezwegen. De democratie lekt. Langzaam en geruisloos. Wanneer het breek- of kantelpunt komt, weet voorlopig niemand.


