"We verwachten voor een keer politieke moed, we hopen dat de commissieleden tegen de pensioenhervorming stemmen", zo stelt Heleen Struyven van Femma, enkele ogenblikken voor de aanvang van de commissie Pensioenen in de Kamer.
Vijftien vrouwenorganisaties en vakbonden houden een symbolische actie tegen de "asociale" en "discriminerende" pensioenhervorming. De commissie stemt vandaag een tweede keer over de pensioenmaatregelen voor de tekst wordt voorgelegd aan de plenaire Kamer. "Nog meer acrobatische toeren om werk, zorg en huishouden te combineren? Nee bedankt", klinkt het.
Een honderdtal manifestanten is samengekomen op het Surlet de Chockierplein in Brussel omdat ze het niet eens zijn over de huidige tekst die de pensioenhervorming vormgeeft. "De analyse van het Planbureau twee weken geleden was helder en duidelijk, maar daar heeft de regering amper rekening mee gehouden", legt Struyven uit. Ze benadrukt dat 37 procent van de vrouwen pensioenverlies riskeert, terwijl dat slechts 14 procent van de mannen is.
Armoederisico
Uit een analyse van het Planbureau blijkt dat niet alleen de genderpensioenkloof zal toenemen bij werknemers en zelfstandigen, maar ook dat het armoederisico zal toenemen en de ongelijkheid tussen de pensioenen met twaalf procent zal stijgen.
"Uit de berekeningen blijkt ook dat de malus amper mensen zal aanzetten om langer te werken en dus weinig effect heeft", reageert Matilde De Cooman van Collectief 8 maars (sic). "Dat komt omdat de omstandigheden waarin vrouwen moeten werken nog niet zijn veranderd." Ze pleit daarom eerst voor een betere ondersteuning vanuit de overheid, zoals betere kinderopvang, ruimte om zorgtaken op te nemen en kwaliteitsvolle openbare diensten, alvorens de pensioenmaatregelen door te voeren.
Concreet vragen de organisaties de commissieleden om tegen de pensioenhervorming te stemmen, zodat er rekening gehouden kan worden met de analyse van het Planbureau. "Werken is emanciperend en waardevol, zoals minister (van Pensioenen, nvdr.) Jan Jambon zegt, maar dat kan enkel als de samenleving de juiste ondersteuning en voorwaarden creëert om te kunnen gaan werken", besluit De Cooman.

