Oekraïne kampt met een tekort aan mensen om de oorlog uit te vechten, en dat probeert het op te vangen met technologie. De rekening wordt betaald door mensen van vlees en bloed: ze moeten steeds langer naar het front voor zwaardere en dus ook gevaarlijkere missies. VRT NWS trok naar een veldhospitaal: "Ze zijn uitgeput en vuil, het soort vuil dat zich in weken ophoopt."
Kan technologie een tekort aan mensen opvangen? Oekraïne probeert het, maar mensen van vlees en bloed betalen de prijs
Charkiv, in het noordoosten van Oekraïne. Op de parking van een grote supermarkt in het noorden van de stad wisselen militaire pickups en afgereden Lada's elkaar af. Een alledaagse scène in een stad die al meer dan 4 jaar in oorlog leeft.
Kostyantyn, roepnaam 'Kit', wacht ons op. Hij is persverantwoordelijke van de 13e Khartiia-brigade, een van de eenheden die deze sector verdedigen, en een pionier in het gebruik van drones en onbemande systemen. Het front ligt 20 kilometer noordwaarts, dichtbij genoeg om het gerommel van artillerie te horen.
We verlaten Charkiv en rijden richting front. Buiten de stad verandert het landschap. Eindeloze tunnels van camouflagenetten overspannen de weg, een kunstmatige schemering die voertuigen moet verbergen voor de kleine, dodelijke kamikazedrones die boven dit gebied cirkelen.
Na een afslag in een half verwoest dorp stopt Kit de wagen naast een loods. Hier ontmoeten we Gurny, eveneens een roepnaam. Hij is 26 en leidt van hieruit zijn eenheid. Binnen zitten een half dozijn mannen gebogen over schermen, camera's en afstandsbedieningen.
"Ze sleutelen aan software en maken alles klaar voor vannacht," zegt Gurny. "Dan sturen we onze gronddrones uit voor een delicate operatie. Een van onze posities aan het front is ontdekt door de Russen. We moeten verhuizen."
Die verhuis gebeurt volledig met gronddrones. Militaire voertuigen, gepantserd of niet, kunnen enkel nog uitrijden als het bewolkt is of regent. "Anders spotten Russische drones ons meteen."
Alles binnen 15 kilometer van de frontlijn is verworden tot een zogenoemde 'kill zone', een gebied waar bewegen zonder luchtdekking levensgevaarlijk is.
Of ik de robots wil zien, vraagt Gurny. Hij trekt de deuren van een schuur open. 3 jaar geleden zag ik in zulke loodsen tanks en pantservoertuigen voor infanterie. Nu liggen er rupsonderdelen en metalen chassis van gronddrones. De grootste exemplaren kunnen honderden kilo's vervoeren. Sommige zijn uitgerust met metalen constructies die bescherming bieden tegen Russische drone-aanvallen.
Machines nemen over
Taken die vroeger met voertuigen en manschappen gebeurden, verlopen nu steeds vaker via zulke systemen. Ze brengen munitie, voedsel en medisch materiaal naar voren, en halen gewonden en gesneuvelden terug.
De Khartiia-brigade loopt daarin voorop, maar staat niet alleen. In heel Oekraïne schalen producenten van grondrobots op van experiment naar actieve inzet aan het front. De oorlog dwingt het land tot snelle innovatie.
En het gaat snel. Eerder deze maand kondigde president Zelensky iets aan wat nog nooit eerder was gebeurd in deze oorlog: voor het eerst werd een Russische positie veroverd zonder ook maar één Oekraïense infanterist, uitsluitend door drones en grondrobots. De Russische soldaten gaven zich over aan machines. "Dit is de toekomst," zei Zelensky. "En die toekomst is al aan het front."
De Russen gooien veel meer mannen in de strijd
Gurny, Oekraïense leider van drone-eenheid
Gurny vergelijkt de situatie met een crisis die Oekraïne eerder al meemaakte. "Het is hetzelfde als in 2023 en 2024, toen we een tekort hadden aan munitie. Toen hebben we massaal FPV-drones ontwikkeld om dat op te vangen. Nu zien we hetzelfde, maar het tekort zijn mensen."
De Russen hoeven volgens hem minder hard te innoveren. "Zij gooien veel meer mannen in de strijd."
Maar ook Rusland probeert wel degelijk bij te blijven en ontwikkelt nieuwe systemen. Gurny geeft een voorbeeld: "Ik zag vorig jaar Russische voertuigen op rupsbanden met een mortier erop. Het is nog niet wijdverspreid, maar zo zie je maar, ook zij zien het belang van technologie in en proberen te innoveren."
Toch denkt hij dat Oekraïne voorlopig een voorsprong heeft. Een van de redenen: betere communicatiesystemen en een snellere integratie van commerciële technologie in militaire operaties.
Maar dat al die machines vanuit veilige posities achter de vuurlinie worden bestuurd, creëert ook een nieuwe generatie militairen. Voor veel mannen is het een oorlog op een scherm geworden.
Nood aan vlees en bloed
Gaan drones straks alles overnemen? Gurny's antwoord is klaar en duidelijk: "Neen. Drones kunnen veel doen. Maar posities innemen, beschermen en vasthouden, dat kunnen enkel mensen van vlees en bloed."
Die woorden klinken door terwijl ik een dag later naar het zuiden rijd.
Ze zijn uitgeput en vuil, het soort vuil dat zich in weken ophoopt
Arnaud De Decker, freelance journalist in Oekraïne
Voorbij de stad Pavlograd, in de oblast Dnipro zo’n 250 kilometer zuidwaarts, neemt Mario, een soldaat bij de 67e Gemechaniseerde Brigade, me mee naar een stabilisatiepunt.
Ondergronds, in wat eruitziet als een geïmproviseerd operatieblok, wachten een tiental dokters, anesthesisten en verplegers. Ze vangen hier de gewonden op van de zuidelijke frontlijn, infanteristen die uit hun posities worden teruggehaald. Steeds vaker zijn het ook mannen die niet gewond zijn door een kogel of een granaat, maar door wekenlange uitputting.
Lang moeten we niet wachten. 2 mannen worden binnengebracht. Eugen uit Kyiv en Oleksander uit Zaporizja. Beiden gemobiliseerd door de Oekraïense rekruteringsdienst. Een team van verplegers ontfermt zich professioneel over hen. Ze zijn uitgeput en vuil, het soort vuil dat zich in weken ophoopt. Eén heeft een hersenschudding. De andere een gebroken linkerbeen.
Ze zijn infanteristen. 2 maanden lang hebben ze op positie gezeten, terwijl hun commandant hen niet langer dan 15 dagen had beloofd. Hun positie, een gat in de grond waar ze met zijn drieën in verbleven, lag 300 meter van de Russische linies. Bijna zonder eten. Bijna zonder water. Bijna geen mogelijkheid om te bewegen zonder gezien en beschoten te worden.
Vroeger zag je het gezicht van je vijand. Nu niet meer
Oleksander, Oekraïense soldaat die wordt verzorgd in een provisoir veldhospitaal
Ze werden wekenlang bestookt met FPV-drones, 80 mm-mortieren en Russische Molniya-drones. De druk was constant. Wat hen het meest bijblijft, zijn niet de aanvallen zelf, het zijn de drones.
Oleksander kijkt naar het plafond. "De oorlog is verschrikkelijk door de drones," zegt hij. "Vroeger zag je het gezicht van je vijand. Nu niet meer." Hij zwijgt even. "Het is een mirakel dat ik nog leef. Ik hoop dat mijn vrienden er ook levend uitkomen."
Langere en zwaardere diensten
Hun verhaal is geen uitzondering. Vorige week brak in Oekraïne een schandaal uit nadat foto's waren opgedoken van soldaten van de 14e Gemechaniseerde Brigade, die al maanden vastzaten op de linkeroever van de Oskil-rivier, vlakbij Koepjansk.
De vrouw van één van de soldaten postte de beelden op sociale media. De 4 mannen zagen er bleek en uitgemergeld uit, met uitstekende ribben en dunne armen. Volgens familieleden wogen de soldaten bij aankomst tussen de 80 en 90 kilo. Nu nog ongeveer 50.
Na 1 levering arriveerde er 10 dagen lang geen voedsel meer. De soldaten overleefden op regenwater en gesmolten sneeuw. De reden: alle bevoorrading kon enkel per drone worden uitgevoerd. "De Russen letten goed op de levering van voedsel, munitie en brandstof. Ze onderscheppen en schieten zoveel mogelijk neer. Soms zijn ze meer gefocust op logistiek dan op ons militair materieel," aldus een woordvoerder van de brigade.
Het Oekraïense ministerie van Defensie reageerde snel: de brigadecommandant werd ontslagen, een legerkorpscommandant gedegradeerd. Maar de schade is gedaan, aan de lichamen van die soldaten, en aan het vertrouwen in een systeem dat zijn mensen geacht wordt te beschermen.
Geen oorlog van machines
Oekraïne innoveert zoals weinig landen ooit hebben gedaan in oorlogstijd. De drone-revolutie is reëel, de voorsprong op Rusland tastbaar. En die evolutie gaat de komende maanden nog versnellen, met de massale integratie van artificiële intelligentie in militaire systemen.
Maar innovatie lost het onderliggende probleem niet op. Oekraïne heeft te weinig mensen, en aan die mensen wordt gevraagd om steeds langer, zwaarder en gevaarlijker te dienen.
De drones brengen munitie. Ze evacueren gewonden. Ze veroveren zelfs posities zonder één soldaat. Maar ze kunnen de man niet vervangen die wekenlang in het donker zit, hongert en wacht. En zolang die man er moet zijn - en hij moet er zijn - is dit geen oorlog van machines.
Het is een oorlog van mensen, bijgestaan door machines. En die mensen betalen een prijs die geen drone ooit kan dragen.
