De onrust in Mali gaat terug op een decennialange tegenstelling tussen het arme en desolate noordoosten van het West-Afrikaanse land, waar de Toearegbevolking zich achtergesteld voelt, en het dichter bevolkte zuiden van het land, waar zich ook het machtscentrum bevindt. Daarop heeft zich de afgelopen 15 jaar een islamitische rebellie tegen de machthebbers in de hoofdstad Bamako geënt, waarop de militaire dictatuur van leider Assimi Goïta blijkbaar ook geen antwoord heeft kunnen bieden.
Mali, een verhaal van armoede gekruid met etnische spanningen en machtswellust
Samenvatting:
Mali kampt al decennialang met instabiliteit door de tegenstelling tussen het arme noordoosten, waar de Toeareg-bevolking zich achtergesteld voelt, en het machtscentrum in het zuiden.
Opeenvolgende regeringen en buitenlandse interventies – van Frankrijk over VN-troepen tot de Russische Wagnergroep – slaagden er niet in om duurzame vrede en stabiliteit te brengen in het land.
Na gecoördineerde aanvallen van terreurgroep JNIM en Toeareg-rebellen, waarbij minister van Defensie Sadio Camara om het leven kwam, staat de positie van de huidige militaire leider Assimi Goïta zwaar onder druk.
Mali ligt in het centrum van West-Afrika, volledig afgesloten van zeeën en oceanen. Het ligt op de scheidingslijn tussen de onmetelijke en onherbergzame en het iets minder droge -gebied. Ondanks zijn rijke geschiedenis is het vandaag een van de armste landen ter wereld, en die armoede vormt de voedingsbodem voor de spanningen in het land die geregeld de kop opsteken.
De Republiek Mali is een voormalige Franse kolonie en werd in 1960 onafhankelijk. Onder de eerste president Modibo Keïta voert het land een marxistische koers, maar dat leidt niet tot economische groei. Het land zinkt weg in chaos en geweld dat onder het militaire bewind onder Moussa Traoré enigszins binnen de perken kan worden gehouden.
De militaire dictatuur houdt geen stand en in 1979 installeert Traoré een burgerbewind. In de jaren 70 en 80 krijgt Mali ook geregeld te maken met periodes van droogte, wat catastrofaal is in een land van herders en landbouwers waar sowieso al weinig regen valt. Voor de bevolking betekent zoiets hongersnood.
Opstanden in het noorden
De armoede en de hongersnood poken de frustraties op bij de -bevolking in het noordoosten van het land, die zich achtergesteld voelt. De Toearegs zijn ook niet politiek vertegenwoordigd in Bamako, waar de opeenvolgende regeringen overheerst worden door de zwarte bevolking uit het zuiden.
In 1990 komen de Toearegs voor het eerst in opstand. De rebellen van de Mouvement Populaire pour la Libération de l'Azawad (MPLA) slagen erin het regeringsleger in het defensief te dringen. Voor Moussa Traoré betekent dit het politieke einde. Hij wordt afgezet door het leger en na democratische verkiezingen 2 jaar later wordt Alpha Oumar Konaré president.
Konaré probeert toenadering te zoeken tot de Toearegs. In 1996 is er zelfs een ceremoniële wapenverbranding in de stad Timboektoe en ontbinden de rebellen zichzelf. Konaré slaagt erin enkele politieke hervormingen door te voeren en bindt de strijd aan tegen de corruptie. Zijn opvolger Amadou Toumani Touré probeert verder te gaan op hetzelfde elan, maar dat lukt maar gedeeltelijk.
Vanaf 2012 roert de MNLA zich weer, met de steun van teruggekeerde Toearegstrijders die aan de zijde van de voormalige Libische leider Moe'ammar al-Khaddafi hebben gevochten. De Toearegs boeken enkele militaire successen. In diezelfde periode is er ook meer islamitische radicalisering, wat zich vertaalt in islamitische rebellengroepen als Ansar Dine en AQIM. Die laatste groep heeft banden met het terreurnetwerk Al Qaeda, dat ook verantwoordelijk is voor de terreuraanvallen van 11 september in New York.
Burgeroorlog in 2012-2013
Het geweld destabiliseert het regime in Bamako. President Touré wordt afgezet, maar ook de interimleiders na hem slagen er niet in een stabiele regering te vormen die de rust in het land kan doen weerkeren. De Toearegs roepen de onafhankelijke republiek Azawad uit in het noordoosten en moslimstrijders van Ansar Dine voeren de sharia in in Timboektoe.
Toearegs en moslimrebellen zoeken toenadering, maar raken uiteindelijk ook onderling slaags. De regering in Bamako roept de hulp in van Frankrijk, de oude kolonisator. De Fransen kunnen voorkomen dat Mali een brandhaard van terrorisme wordt, maar ook niet meer dan dat. Ook een VN-vredesmacht onder Franse leiding slaagt er uiteindelijk niet in de zo broodnodige stabiliteit in het land terug te brengen.
De militairen maken schoon schip
De instabiliteit blijft voortetteren. In 2020 zijn er protesten tegen corruptie en de aanhoudende economische malaise en de onmacht van de regering om een einde te maken aan de onrust in het land. Uiteindelijk grijpen de militairen andermaal de macht.
Assimi Goïta is de nieuwe sterke man. Hij zegt Frankrijk de wacht aan, de oude koloniale macht die veel Malinezen liever kwijt dan rijk zijn. De Fransen trekken zich volledig terug uit Mali, en de VN-vredestroepen volgen in hun zog. Goïta doet een beroep op steun uit Rusland, in de vorm van de beruchte Wagner-groep, de paramilitaire organisatie van Ilya Prigozjin.
Maar ook die Wagnergroep, die vandaag Afrikakorps heet, is niet in staat gebleken om Mali vrede, stabiliteit en welvaart te brengen. Dit is afgelopen weekend gebleken met de gecoördineerde aanvallen van terreurgroepering JNIM en de Toeareg-rebellen. Na de dood van minister van Defensie Sadio Camara lijkt de positie van president Assimi Goïta erg wankel.
