Het aantal dagvlinders in Vlaanderen is in 35 jaar tijd gemiddeld met 38 procent achteruitgegaan. Dat blijkt uit data van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Sommige soorten doen het goed, zoals de atalanta en de citroenvlinder. Andere soorten blijven stabiel of hebben het moeilijk, zoals het oranje zandoogje. Graslandvlinders gaan gemiddeld met 58 procent achteruit, onder meer door een gebrek aan bloemrijke weiden.
Van koevinkje tot oranje zandoogje: aantal dagvlinders in Vlaanderen met 38 procent gedaald sinds 1991
Sinds 1991 worden de dagvlinders systematisch opgevolgd in Vlaanderen. Zo gaan specialisten wandelen op vaste zogenoemde vlinderroutes om vlinders te gaan tellen en trends vast te stellen. Sinds 1991 zijn ongeveer 55 soorten dagvlinders gespot in Vlaanderen.
De soorten die het meest gezien worden, zijn het bruin zandoogje, het klein koolwitje en het bont zandoogje. Maar er fladderen steeds minder dagvlinders rond in Vlaanderen. Over 35 jaar is er sprake van 38 procent daling, zo blijkt uit de trendlijn van bovenstaande grafiek van het INBO.
"Dat is een gemiddelde: sommige soorten doen het wat beter, andere zijn stabiel, nog andere gaan dan weer sterker achteruit. Maar je kan zeggen dat er meer soorten achteruit gaan dan dat er vooruit gaan", vertelt vlinderkenner Dirk Maes van het INBO aan VRT NWS.
Van landkaartje tot icarusblauwtje: welke vlinders doen het goed, welke slecht?
Voor 21 soorten algemene dagvlinders hebben de onderzoekers van het INBO trends kunnen bepalen:
5 soorten gaan achteruit: groot dikkopje, kleine vos, koevinkje, oranje zandoogje en zwartsprietdikkopje
3 soorten zitten in stijgende lijn: atalanta, bont zandoogje en citroenvlinder
7 soorten vertonen een stabiele trend: bruin zandoogje, dagpauwoog, klein geaderd witje, groot en klein koolwitje, landkaartje en oranjetipje
6 andere soorten vertonen een 'onzekere trend': boomblauwtje, distelvlinder, gehakkelde aurelia, hooibeestje, icarusblauwtje en kleine vuurvlinder
Slechter 'microklimaat' op bodem grasland
Er zijn verschillende verklaringen voor de sterke terugval van graslandsoorten, zoals het oranje zandoogje dat van Maes de status 'precair' meekrijgt. Door de klimaatverstoring zijn er meer weerextremen, met meerdere droge periodes maar ook zeer natte jaren, zoals in 2024. Het is slecht nieuws voor vlinders: te droog betekent minder bloeiende planten, extreem nat is ook niet goed.
En er is meer. De hoge stikstofwaarden en de klimaatopwarming doen planten en grassen beter groeien. "Ze groeien hoger en dichter. Onderaan liggen de eitjes daardoor veel koeler, terwijl ze het graag net warm hebben. Je zit daar met een contrast: het microklimaat onderaan de plant wordt net koeler", vertelt Maes.
Bloemen krijgen te weinig kans om te bloeien omdat er te vaak wordt gemaaid
Dirk Maes
Het is zeker niet het enige probleem, zegt Maes. Graslanden worden vaak gemaaid in Vlaanderen, te vaak eigenlijk om goed te zijn, althans toch voor de vlinders. "Bloemen krijgen daardoor geen kans om door te komen." En dat betekent dan weer minder voeding in de vorm van nectar.
Onderzoekers vermoeden dat ook het gebruik van pesticiden in de landbouw een rol speelt. Bij het besproeien van percelen waaieren die voor een deel uit naar gebied dat ernaast ligt. "Maar het is moeilijk hard te maken met cijfers," zegt Maes.
Wat kan je zelf doen?
Wie een tuin heeft, kan ervoor zorgen dat er voldoende bloemen staan die nectar kunnen bieden voor insecten. Door extra aandacht te besteden aan een biodiverse omgeving kan je het de vlinders wat makkelijker maken. Inheemse bloemen en planten en hier en daar wat meer begroeiing laten staan, helpt al.
Het goede nieuws is dat bosvlinders zoals de citroenvlinder het goed doen. In de periode 2000 tot 2017 namen ze sterk toe, de laatste jaren blijven de populaties min of meer stabiel. Het zou te maken hebben met de bossen die verouderen en daardoor meer variatie krijgen. Tegelijk zijn bossen nog relatief koele plekken in een opwarmend klimaat, stipt Maes aan.
Vinger aan de pols houden dankzij de vlinder
De trends in Vlaanderen liggen in lijn met wat we in andere landen zien. "Van dit verhaal kan je eigenlijk bijna een copy-paste maken voor andere landen", zegt Maes.
Dagvlinders zijn meer dan een lust voor het oog: ze geven ook aan hoe het zit met de algemene kwaliteit van de natuur. Alleen al daarom blijft het belangrijk om de vinger aan de pols te houden, om het natuurbeleid in Vlaanderen en Europa sneller te kunnen bijsturen, benadrukt Maes.


