In Mol kwamen gisterenavond verschillende sportclubs uit de regio samen om na te denken over hoe ze meer trainers kunnen aantrekken. Veel jeugdclubs kampen met een tekort. Volgens Jan Cuypers, coördinator van Jeugdsportnet Zuiderkempen, is het een tendens die de voorbije jaren alleen maar sterker is geworden: "De trainers voor het leven, zoals je die 20 tot 30 jaar geleden had, bestaan vandaag niet meer."
Kempense jeugdsportclubs zoeken oplossing voor groeiend trainerstekort: "Coaches voor het leven bestaan niet meer"
Gisterenavond kwamen Kempense sportclubs samen in de cafetaria van de basketbalclub K. Vabco Basket Mol om het tekort aan trainers te bespreken. Op initiatief van Jeugdsportnet Zuiderkempen, dat clubs uit onder meer Mol, Geel, Balen, Meerhout, Kasterlee, Laakdal, Dessel en Retie verenigt, wisselden ze ervaringen en ideeën uit over hoe ze trainers kunnen aantrekken en behouden.
Bo Verheyden, student Sport- en Cultuurmanagement aan Thomas More, hielp bij het organiseren van de avond: "We merken dat veel clubs hiermee worstelen. Er waren vertegenwoordigers uit allerlei sporten aanwezig, van korfbal en volleybal tot hockey. Met dit soort bijeenkomsten willen we hen de kans geven om ervaringen te delen en van elkaar te leren."
Verschillende doelgroepen
De 22-jarige Jasper Stinckens uit Geel deelde tijdens het praatcafé zijn ervaringen. Hij is hoofdtrainer en bestuurslid bij de Geelse hockeyclub. De combinatie met zijn studies Chemische Ingenieurswetenschappen in Leuven is niet vanzelfsprekend: "Pendelen is voor mij geen optie, dus ik geef enkel training op vrijdag. Wanneer trainers gaan studeren, merken we dat het moeilijker wordt om training te blijven geven."
Daarom draait de club vooral op middelbare scholieren. "We zien dat jongeren echt iets willen teruggeven aan de club door trainer te worden, dus voor de jonge groepen hebben we zelfs trainers te veel. Voor de oudere leeftijdscategorieën is het veel moeilijker. Momenteel hebben we het geluk dat we kunnen rekenen op twee geëngageerde ouders. Maar we zoeken naar alternatieven om goede trainers aan te trekken."
Tegenwoordig zijn sporttrainers erg jong, vaak zitten ze nog in het middelbaar
Jan Cuypers, coördinator Jeugdsportnet Zuiderkempen
Ook Jan Cuypers van Jeugdsportnet Zuiderkempen herkent het probleem. "Vroeger had je vaker trainers die zich jarenlang engageerden, maar de maatschappij is veranderd. Vandaag zijn trainers vaak erg jong, meestal nog in het middelbaar. Dat is positief, want het toont hun engagement, maar het heeft ook nadelen: ze hebben minder ervaring en zijn technisch minder onderlegd. En als ze verder gaan studeren, haken ze vaak af."
"Als we verder kijken, zien we dat mensen vaak terugkeren naar de club als trainer wanneer hun eigen kinderen beginnen te sporten. Ook grootouders nemen die rol soms opnieuw op. We hebben dus met verschillende doelgroepen te maken", legt hij uit.
Succesverhalen als voorbeeld
Het tekort aan trainers is een probleem dat al langer aansleept en waarvoor geen eenduidige oplossing bestaat. "Sommige clubs doen het beter dan andere, los van hun grootte", aldus Cuypers. "Dat zijn vaak clubs die er bewust mee bezig zijn of een bepaalde aanpak hebben gevonden. Neem bijvoorbeeld korfbalclub VOBAKO: zij hebben een sterke, familiale werking met veel sociale samenhang en slagen er wel in om voldoende trainers aan te trekken."
Naast zo’n hechte clubsfeer ziet studente Bo Verheyden nog andere mogelijkheden: "Sociale media kunnen helpen, het is een laagdrempelige manier om jongeren te bereiken en te betrekken. Daarnaast is het belangrijk dat trainers een duidelijk aanspreekpunt hebben waar ze terecht kunnen met vragen. Ook teambuildings kunnen bijdragen aan een goede sfeer, niet alleen op maar ook naast het veld."
Regionaal nieuws uit Antwerpen

