Belanden er steeds meer grote walvissen op onze kusten? Je zou het bijna denken, na enkele jaren met spectaculaire strandingen. Helaas leren de cijfers ons voorlopig weinig bij. Toch hebben ze bij het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen het gevoel dat iets gaande is, vooral in Nederland dan. Al zou dat ook goed nieuws kunnen zijn.
Na bultrug Timmy en "opvallend jaar" van strandingen in Nederland: spoelen walvissen vaker aan of lijkt dat maar zo?
Er belanden de laatste tijd nogal wat spectaculaire walvissen op de West-Europese stranden. Zo houdt Duitsland momenteel de adem in voor het lot van de gestrande bultrug Timmy.
En iets meer naar het westen, in Nederland, strandden er in 4 maanden tijd al 10 verschillende soorten zeezoogdieren, waaronder een potvis. Dat vertelde SOS Dolfijn aan de NOS. 2026 is een "opvallend jaar", zo besluiten ze daar.
Ook op de Belgische stranden kwamen er de voorbije jaren nogal wat grote walvissen aan hun einde. Zo strandde er vorig jaar een dwergvinvis in Heist, en in 2024 in Oostende. En in 2023 strandde er zelfs een orka in De Panne - de eerste in ons land sinds de 19e eeuw.
Telkens gaat het om enorme dieren die weinig te zoeken hebben in ons ondiepe deel van de Noordzee. Ze zijn ook van een heel ander kaliber dan de kleine bruinvissen waarvan er elk jaar enkele tientallen aanspoelen op de Belgische kust. Ze lokken dan ook telkens weer een massa kijklustigen.
En ze werpen de vraag op: stranden er tegenwoordig meer walvissen dan vroeger? En zo ja, waardoor komt dat dan?
Drukke kustlijn
"We krijgen de vraag vaak, en we zitten er zelf ook wel mee", antwoordt marien bioloog Kelle Moreau (Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, KBIN). "En we hebben zeker het gevoel dat er iets van aan is, vooral dan in Nederland dit jaar."
Maar de vraag stellen, is veel gemakkelijker dan ze te beantwoorden. Het probleem is niet dat strandingen op de drukke Belgische stranden niet opgemerkt worden, zegt Moreau. "Er is geen meter kustlijn waar er niet elke dag minstens één keer iemand passeert."
Het probleem is dat die strandingen ondanks alles nog steeds heel zeldzaam zijn. In de strandingsrapporten die het KBIN elk jaar opmaakt, zijn de gestrande dwergvinvis in 2024 en de orka in 2023 de gebeurtenis van het jaar, met hun eigen hoofdstuk.
"Je kan daar geen onderbouwde conclusies uit trekken", zegt Moreau. "Je hebt veel grotere aantallen nodig om uit te sluiten dat er meer aan de hand is dan een opeenstapeling van toevalligheden."
De grote uitzondering: de bruinvis, de kleinste walvisachtige in de Noordzee. Daar valt wel nog iets over te vertellen. Vorig jaar spoelden er 39 bruinvissen aan. Dat ligt in de lijn van de voorbije 25 jaar.
Wat doe je als je een walvis op het strand vindt? Bel naar het Instituut voor Natuurwetenschappen op het telefoonnummer 02/788.77.26. Dat bepaalt wat er verder moet gebeuren.
Gaat het om een bruinvis, dan schakelt het KBIN vaak Sea Life Blankenberge in. "We vragen de mensen dan om het dier recht te houden tot we ter plaatse zijn, zodat het spuitgat boven water blijft", legt dierenverzorger Jonathan Meul uit. "Het is ook belangrijk dat ze kalm te werk gaan, want het zijn stressgevoelige dieren. En tijdens warme dagen moet hun huid nat gehouden worden zodat ze niet oververhitten."
Meer foto's
Wat wél zeker is: in ons deeltje van de Noordzee worden er steeds vaker grote walvissen opgemerkt en gemeld. Levende. "Wie zich op zee begeeft, heeft tegenwoordig veel beter fotografisch materiaal op zak, al is het maar een smartphone. Daardoor kunnen we meldingen beter verifiëren", legt Moreau uit.
De foto's zijn niet alleen beter, er zijn vandaag ook gewoon meer mensen op zee die foto's kunnen maken. Denk maar aan de gewone vinvis die vorig jaar werd gefotografeerd aan het windpark C-Power in de Noordzee, een primeur voor ons land. Het was personeel van het windpark dat de foto maakte.
"Er zijn dus meer foto's, en die bereiken het KBIN ook steeds beter, bijvoorbeeld via sociale media."
Windparken wellicht niet grote schuldige
Maar terug naar de strandingen. Het KBIN volgt die wel degelijk met argusogen op. "We denken na over de oorzaken van een mogelijke toename, voor als zou blijken dat die zich voordoet."
Je kan niet zomaar één schuldige aanwijzen. Er zijn tientallen grote walvissoorten, en die krijgen af te rekenen met verschillende problemen.
"Enkele jaren geleden spoelden er bijvoorbeeld plots spitssnuitdolfijnen aan op de Belgische, Nederlandse, Schotse en Engelse kusten", herinnert Moreau zich. "Dat viel toen samen met militaire activiteiten in het noorden van de Noordzee. De sonar die die schepen gebruiken, is een van de ernstigste vormen van onderwaterlawaai."
"Walvissen slaan dan massaal op de vlucht en zwemmen de zuidelijke Noordzee in. Die werkt als een fuik; ze komen er in de problemen in het ondiepe water."
Gestrande walvissen zijn vaak al fel verzwakt. De orka in De Panne was uitgemergeld en had allang niet meer gegeten. Maar ook dan blijft het vaak moeilijk om de precieze doodsoorzaak te achterhalen.
Dierenliefhebbers wijzen al eens naar windparken als de grote schuldige. Maar "er zijn momenteel weinig aanwijzingen dat die voor massale problemen zouden zorgen voor grote zeezoogdieren", zegt Moreau.
"Grote walvisachtigen zoeken sowieso diepere wateren op, en dat zijn niet de plekken waar windparken worden gebouwd."
Bruinvissen hebben er wel last van, maar enkel tijdens de luidruchtige bouwfase. "Dat weten we van metingen vanuit vliegtuigen, op zee en met onderwatermonitoring. Wanneer de enorme palen in de zeebodem gehamerd worden, vluchten ze tot wel 20 kilometer weg. Maar daarna keren ze terug."
Meer zelfs: bruinvissen lijken het wel naar hun zin te hebben in die nieuwe windparken. Er wordt immers niet gevist, en er vormen zich riffen waar een heleboel voedseldieren van houden. Het voortdurende gezoem dat een windpark produceert, nemen ze voor lief.
"Wij noemen dat de 'noisy restaurant'-hypothese. Als ik jou een bon zou geven om elke dag gratis te gaan eten in een lawaaiierig restaurant, dan zou je dat af en toe wel doen, zelfs al is het er wat moeilijker praten."
Meer walvissen, meer strandingen
Maar misschien stellen we gewoon de verkeerde vraag. Misschien wijzen de spectaculaire strandingen van de voorbije jaren niet eens op een probleem. Misschien zijn ze zelfs, op een bepaalde manier, goed nieuws.
"De grotere walvissoorten zoals de vinvissen, de bultrug en de potvis werden vroeger bejaagd", legt Moreau uit. "Die soorten herstellen zich nu. Dat gaat traag: ze krijgen in de loop van hun leven immers niet veel jongen. Maar het herstel is wel gaande."
Als er meer walvissen zijn, dan zullen er ook wel meer eens in de problemen komen
Kelle Moreau, marien bioloog
De bultrug is zo'n opmerkelijk succesverhaal. In de jaren 60, na zo'n 150 jaar intensieve jacht, was de soort zo goed als uitgeroeid. Toen leefden er wereldwijd nog 5.000, zo'n 5 procent van het oorspronkelijke aantal. Maar in 1985 werd de jacht wereldwijd verboden, en vandaag is de soort zo goed als helemaal hersteld.
"Als er meer walvissen zijn, dan zullen er ook wel meer eens in de problemen komen. Dat speelt vast ook mee", besluit Moreau.



