Tijdens de paasvakantie noteerde provinciebedrijf Westtoer anderhalf miljoen toeristische overnachtingen en 1,1 miljoen dagtoeristen aan de kust. De cijfers zijn iets lager dan in 2025, maar gelijkaardig aan 2024. Vijftien procent van de toeristen waren Duitsers.
"We merken dat de kust doorheen het hele jaar vooral een stabiele vakantiebestemming is met een sterke basis", aldus Jurgen Vanlerberghe, gedeputeerde en voorzitter van Westtoer.
De hotels aan de kust noteerden de afgelopen twee weken een gemiddelde bezettingsgraad van 48 procent. Dat is vijf procent lager dan in 2025, toen de paasvakantie ook een dag langer duurde. Het paasweekend was zoals wel vaker het drukst, met een gemiddelde bezetting van 67 procent. De bezetting was in elke badplaats wel sterk afhankelijk van bepaalde evenementen. Oostende lokte bijvoorbeeld veel volk tijdens het weekend van 11 en 12 april door de lancering van het streetartfestival The Crystal Ship en de internationale tenniscompetitie Billie Jean King Cup.
Veel Duitsers
Ongeveer 70 procent van de hotelgasten waren Belgen. Het ging grotendeels om Vlamingen, want in Franstalig België beginnen de twee weken vakantie pas op 28 april. Met bijna 15 procent van de bezetting vonden wel opnieuw veel Duitsers de weg naar de kust. De Duitse deelstaten die aan België grenzen, hadden immers wel dezelfde vakantieperiode. Nederlandse en Franse toeristen vertegenwoordigen dan weer elk 5 procent van de hotelgasten aan de kust. Ten slotte zakten ook relatief veel Luxemburgers naar de kust af.
Ook 1,1 miljoen dagtoeristen trokken tijdens de paasvakantie naar de zee. In vergelijking met 2025 gaat het om een daling van 15 procent, maar de cijfers zijn wel vergelijkbaar met die van 2024. Dankzij het mooie weer was paasmaandag 6 april de absolute topdag met ongeveer 110.000 dagtoeristen.

