Vorig jaar was ruim 77 procent van de 20- tot 64-jarige Vlamingen aan het werk, dat is het beste werkzaamheidscijfer ooit. Dat blijkt uit cijfers van Statbel. Ook zijn er steeds meer 55-plussers aan het werk.
Uit nieuwe cijfers van Statistiek Vlaanderen, op basis van Statbel en de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK), blijkt dat de werkzaamheidsgraad in het Vlaams Gewest in het vierde kwartaal van 2025 77,3 procent bij de 20- tot 64-jarigen bedraagt. Ten opzichte van een jaar eerder stijgt de werkzaamheidsgraad met 0,4 procentpunt.
Ruim 25 jaar geleden, in 1999, was maar 68 procent van de Vlamingen op arbeidsleeftijd aan de slag.
De Vlaamse blijft daarmee op een historisch hoog niveau presteren. Vlaanderen doet het bovendien duidelijk beter dan het Belgische gemiddelde, dat op 72,8 procent ligt.
Met dit cijfer scoort Vlaanderen ook iets beter dan het Europese gemiddelde. Maar Nederland doet het bijvoorbeeld wel een pak beter. Daar is de werkzaamheidsgraad 83 procent. De laagste werkzaamheidsgraden worden genoteerd in Roemenië (69,5 procent), Griekenland (69,3 procent) en Italië (67,1 procent).
Steeds meer 55-plussers zijn aan het werk
Opvallend is vooral dat er steeds meer 55-plussers aan het werk zijn. Hun werkzaamheidsgraad stijgt in 1 jaar tijd van 62,4 procent naar 65,6 procent.
De cijfers tonen daarnaast ook belangrijke verschillen binnen de bevolking. Zo ligt de werkzaamheidsgraad bij hooggeschoolden (90 procent) veel hoger dan bij (53 procent).
Er is nog steeds een kloof tussen mannen (80,4 procent) en vrouwen (74,3 procent). Ook personen met een handicap of mensen met langdurige gezondheidsproblemen zijn veel minder vaak aan het werk.
Wanneer er gekeken wordt naar de manier waarop mensen samenleven, is de werkzaamheidsgraad in 2025 het hoogst bij samenwonende partners met kinderen (87,9 procent) en het laagst bij personen die inwonen bij de ouders (56,5 procent).

