In Europa lijkt in dit tijdsgewricht een einde gekomen aan de tachtigjarige vrede na 1945. Vele decennia lang stond ons hoofd niet meer naar oorlog. Maar de tijden veranderen snel: defensie speelt weer een hoofdrol, overal ter wereld zijn er gewapende conflicten, en mensen zijn weer bevreesd voor een nieuwe wereldbrand. Op deze Paasdag richt Björn Soenens zijn arendsblik op de parallellen van vandaag met de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog.
De Slaapwandelaars van 2026: geschiedenislessen over oorlog
Wie vandaag het nieuws volgt, kan zich moeilijk van een gevoel van déjà vu ontdoen. Geschiedenis is geen waarschuwing die zichzelf luidkeels herhaalt. Ze biedt wel geregeld analogieën, omdat menselijke patronen hardnekkig zijn. We hebben alles al een keer eerder gehoord, ergens tussen Sarajevo en de loopgraven aan de IJzer, tussen Beiroet en Gaza, of ergens tussen de Krim en Teheran.
Er is een boek dat ik de laatste weken nauwgezet en enigszins wanhopig heb gelezen. Het voelt als een hedendaagse kroniek. De Slaapwandelaars van Christopher Clark is het verhaal van hoe Europa in de zomer van 1914 struikelend, half wakker en zonder te beseffen wat het deed, in de meest verwoestende oorlog uit zijn geschiedenis gleed. Leiders die niet kozen voor oorlog, maar er wel langzaam in verzeild geraakten.
Slaapwandelaars
De leiders van toen waren geen karikaturale oorlogsstokers die hun volk doelbewust het ravijn in duwden. Ze waren – zo beschrijft het 700 bladzijden dikke boek - slaapwandelaars: alert, rationeel, overtuigd van hun eigen gelijk, en tegelijk blind voor de kettingreacties die hun beslissingen in gang zetten. Soms gevangen in hun eigen retoriek.
Dat beeld is vandaag verontrustend herkenbaar, ook al is de wereld onnoemelijk complexer geworden, en ook al vermijden grootmachten vandaag nagenoeg altijd een rechtstreekse confrontatie met elkaar. We zien Rusland dan wel als een vijand maar we gaan in deze tijd niet rechtstreeks tegen hen vechten.
Zeker: we steunen Oekraïne met wapens en geld, en we laten een batterij aan economische sancties los tegen de Russen, maar we gaan niet met boots on the ground naar het front in de Donbas.
De leiders van toen waren geen karikaturale oorlogsstokers die hun volk doelbewust het ravijn in duwden.
Björn Soenens, geopolitiek analist VRT NWS
Clark poneert in zijn boek De Slaapwandelaars een ongemakkelijke stelling: niemand wilde de Eerste Wereldoorlog. Geen enkele staatsman stond begin augustus 1914 op met de gedachte: vandaag begin ik een conflict dat twintig miljoen militairen en burgers het leven kost, en 21 miljoen mensen gewond maakt. Er zouden tegen 1918 – na vier jaar oorlog - drie keizerrijken ten onder gaan, en de leiders ervan strompelden onbeholpen richting afgrond. Ze slaapwandelden.
De oorlog was nochtans verre van onvermijdelijk, tot hij écht uitbrak. “Ze waren onwetend van de realiteit van de gruwelen die ze over de wereld zouden brengen,” staat er te lezen op de laatste bladzijde van De Slaapwandelaars. Het was geen vooropgezet plan, maar een optelsom van menselijke tekortkomingen, met vreselijke gevolgen.
De les van '14-'18 voor vandaag: de toestand is omkeerbaar. Als er gehandeld wordt is een catastrofe zeker afwendbaar.
De vraag is dus niet of we opnieuw slaapwandelen richting een catastrofe. De vraag is of we het op tijd zullen merken en wakker zullen schieten. Sommige experts hebben er nochtans vertrouwen in. "We hebben onze les geleerd," zeggen ze. "Zo dom als toen zijn we niet meer en kettingreacties zoals in 1914 zijn bijna onmogelijk." Echt waar? Zullen gezond verstand en kalmte zegevieren?
Om het met geopolitiek schrijver-journalist Robert Kaplan te zeggen: er is ook Shakespeare, met name de aanzienlijke rol van de menselijke emoties zoals eerzucht, afgunst, hoogmoed, hebzucht, woede en wraaklust. En dat doet naties – inclusief sommige grootmachten – bij tijd en wijle roekeloze acties ondernemen. Ik hoef er geen tekening bij te maken.
De blik van Björn
"De ergste vloek die de techniek over ons heeft gebracht, is dat zij het onmogelijk maakt de actualiteit ook maar één seconde te vergeten." Woorden van Stefan Zweig in het beroemde boek 'De wereld van gisteren'. Elke zondag richt Björn Soenens zijn blik op de wereld en wat daarin verschuift en wankelt. Intussen proberen we met z'n allen niet mentaal te bezwijken onder de kolkende nieuwsstroom.
Eén vergissing verwijderd van het ondenkbare
Wat het boek van Christopher Clark zo beangstigend maakt in dit jaar 2026, is dat je de patronen en reflexen herkent. Kijk naar Oekraïne, nu al in zijn vierde jaar van totale oorlog. Kijk naar Iran, waar de raketten en de drones over en weer vliegen, en waar de escalatie de wereldeconomie gehavend achterlaat. Kijk naar de Baltische zee, waar NAVO-fregatten en Russische onderzeeërs een choreografie van dreiging uitvoeren die één vergissing verwijderd is van het ondenkbare.
Kijk naar de Straat van Taiwan, waar marineschepen van drie grootmachten elkaar toch geregeld niet al te vriendelijk in de ogen staren. En ook: kijk naar de vertrouwde diplomatieke kanalen en internationale organisaties die langzaam verstommen of buitenspel staan, de hotlines die in onbruik raken, de ambassadeurs die worden teruggeroepen of zelfs doelbewust een diplomatieke rel schoppen.
We leven anno 2026 opnieuw in een tijdperk waarin grootmachten elkaar wantrouwen en waarin rauwe geopolitieke macht weer het dominante vocabularium van de internationale politiek is. De machtige supranationale instellingen verliezen hun status. In 1914 waren de instanties die remedies konden vinden of bemiddelen zelfs pijnlijk onbestaand.
De liberale droom uit de jaren negentig van de twintigste eeuw — het idee dat economische globalisering automatisch zou leiden tot politieke bevrijding — ligt in scherven. Wat in de plaats komt, lijkt op een woelige wereld van strategische rivaliteit, een wereld van blokken en invloedssferen.
We leven anno 2026 opnieuw in een tijdperk waarin grootmachten elkaar wantrouwen en waarin rauwe geopolitieke macht weer het dominante vocabularium is.
Björn Soenens
In Washington groeit de overtuiging dat de eenentwintigste eeuw zal worden bepaald door de machtsstrijd met China. In Moskou leeft het narratief dat het Westen Rusland systematisch heeft omsingeld door de EU- en de NAVO-uitbreidingen naar het oosten. In Beijing kijkt men naar de Stille Oceaan en ziet men Amerikaanse bases waar ooit Chinese dominantie was.
Elk van die perspectieven heeft zijn eigen logica en het maakt niet uit of die al of niet strookt met de werkelijkheid. Precies daarin schuilt het gevaar. Ook in 1914 had elke speler zijn eigen rationele redenering.
De Australische historicus Christopher Clark beschrijft hoe de Europese grootmachten van 1914 gevangen zaten in een web van bondgenootschappen. Een web dat ze zelf hadden gesponnen, met "triple ententes" en "triple allianties". Een web waarvan niemand meer de exacte draden kon ontwaren en ontwarren. Artikel vijf hier, een geheime bijlage daar.
De oorlog begon tersluiks
Oostenrijk-Hongarije wilde na de moord op aartshertog Franz Ferdinand op 28 juni 1914 zijn gezag en eer herstellen door Servië te straffen. Duitsland vreesde strategische omsingeling en zag in een snelle oorlog een kans om dat te doorbreken.
Rusland voelde zich verplicht Servië te beschermen. Frankrijk wilde zijn bondgenoot Rusland niet laten vallen. Groot-Brittannië wilde het machtsevenwicht in Europa bewaren en had een akkoord met Frankrijk.
Geen van hen dacht dat ze een wereldoorlog begonnen. Elk van hen dacht dat ze een probleem oplosten. En zo stortte een continent geheel en al onverwacht in één klap de afgrond in. Mobilisaties riepen tegenmobilisaties op.
Diplomatieke signalen werden verkeerd geïnterpreteerd. Tijdschema’s van generaals namen het over van politieke voorzichtigheid. Het systeem zelf begon te bewegen, als een trein die steeds moeilijker te stoppen was. Zo beginnen oorlogen en stoemelings.
Wie vandaag kijkt naar de wereldkaart, ziet opnieuw zulke mechanieken ontstaan. Eigenbelang, tribalisme, nationalisme, machtspolitiek, territoriumhonger, de race om AI, en de strijd om grondstoffen.
De allianties van vandaag zijn ook niet minder complex. Artikel vijf van het NAVO-handvest is een plechtige belofte, maar wie gelooft dat de Amerikanen onder Trump echt Tallinn zullen helpen zoals ze New York zouden verdedigen?
En weet Beijing precies waar de rode lijn ligt die Washington heeft getrokken rond Taiwan met al zijn hoogwaardige microchips? Niemand weet het. Ook Washington weet het niet zeker. Dat is in feite de kern van het gevaar.
Het verschil met 1914 is: kernwapens. Door de vreselijke eigenschappen ervan ook een grote rem voor het losbreken van een wereldbrand.
Björn Soenens
De Slaapwandelaars wijst ook op iets anders: de rol van de binnenlandse politiek. Keizer Franz Josef, tsaar Nicolaas II, Kaiser Wilhelm II, koning George V — ze werden allemaal meegesleurd door nationale trots, door nationalistische golven die ze zelf hadden aangewakkerd, maar niet meer konden beheersen. Opgejutte gemoederen zijn het buskruit van oorlog.
In 2026 zie ik verkiezingscampagnes die leiders dwingen tot stoere taal en machtsvertoon: het Amerikaans Congres dat geen zwakte duldt tegenover China. Een Russisch regime dat zijn eigen propaganda is gaan geloven en overal in Europa verdeeldheid zaait. Een Chinese Communistische Partij die Taiwan tot existentieel symbool heeft gemaakt van dat ene China.
Het verschil met 1914 is: kernwapens. Door de vreselijke eigenschappen ervan ook een grote rem voor het losbreken van een wereldbrand. Door het MAD-principe ook een soort veiligheidsklep. Mutual Assured Destruction. Wederzijdse vernietiging gegarandeerd. Dat doet iets.
Maar ook een soortgelijke vrees was in 1914 al aanwezig: men geloofde toen al dat een moderne, geïndustrialiseerde oorlog te verwoestend zou zijn om te voeren. Men geloofde dat de economische verwevenheid van Europa de vrede zou bewaren. Ze hadden het mis.
"We negotiate with bombs"
De afgelopen jaren is de context danig veranderd: men is druk doende het vernislaagje van beschaving af te krassen. Na de invasie van Oekraïne bombardeerde Rusland doelbewust ook burgers, en proberen de Russen de toegang tot warmte en elektriciteit te verwoesten.
In Gaza liet Israël Palestijnen uithongeren. Talloos veel kinderen werden gedood en de troepen van de IDF verwoestten ziekenhuizen en scholen. In Soedan worden milities die massaal moorden en verkrachten voluit gesteund door de Verenigde Arabische Emiraten. Een Amerikaanse aanval op Iran doodde meer dan 150 schoolmeisjes.
Oorlogsmisdaden plegen lijkt dus geen rem meer voor de manier waarop conflicten worden uitgevochten. De Amerikaanse minister van Defensie noemt zich niet toevallig minister van Oorlog, en zegt geregeld – zonder schroom – “We negotiate with bombs.” Ziedaar de nieuwe wereldorde.
Clark eindigt zijn boek De Slaapwandelaars niet met een aanklacht of een 'blame game', maar met een spiegel die hij ons voorhoudt. Geen schuldigen wijst hij aan, maar een systeem. Geen boosdoeners toont hij, maar struikelende mensen die niet begrepen hoe dicht ze bij de rand van de afgrond stonden.
Ik leg het dikke geschiedenisboek weg. Ik kijk vandaag zoals elke dag naar het journaal. Ik vraag me af: slapen wij ook?


