De stad Aalst zet een punt achter het project Weesgedichten. Wat tijdens de coronapandemie begon als een lokaal initiatief van bibliotheek Utopia, groeide uit tot het grootste straatpoëzieproject van België. Nu stopt de stad ermee, omdat andere bibliotheken nauwelijks bijdragen aan de werklast en de kosten volledig op Aalst blijven rusten. Door de stopzetting komt het project ook in andere gemeenten in het gedrang.
Aalst stopt met Weesgedichten: grootste straatpoëzieproject van België valt stil
Het project Weesgedichten ontstond tijdens de coronapandemie vanuit Utopia, de bibliotheek van Aalst. Het was een manier om poëzie en verbinding tussen de mensen te brengen. Deelnemers lieten gedichten op hun raam schrijven. Het project sloeg aan: uiteindelijk namen tijdens de Poëzieweek 114 bibliotheken deel, verspreid over heel Vlaanderen en zelfs in Nederland.
Maar achter de schermen bleef alle organisatie in Aalst liggen. Schepen van Bibliotheek Matthias De Ridder (N-VA) legt uit waarom dat onhoudbaar werd: "Eigenlijk was Weesgedichten begonnen als een lokaal initiatief. Alles wat er achter de schermen moest gebeuren, gebeurde in Aalst, door medewerkers van de bibliotheek. Dat is niet onze bedoeling geweest."
Als het iets moest kosten, was er geen interesse meer
Schepen De Ridder, Aalst
Concreet werkte 1 voltijds personeelslid een heel jaar lang aan het project. Dat kost de stad zo'n 52.000 euro aan loon, nog los van de kosten voor de website en andere ondersteunende taken.
De Ridder bevroeg de deelnemende bibliotheken of ze een deel van de werklast wilden overnemen. Het resultaat was ontmoedigend. "Slechts 0,9% van de 114 bevraagde bibliotheken was bereid om mee te helpen met de werklast. Amper 3,8% wou bijdragen aan de samenstelling van de pakketten", legt De Ridder uit. Ook de optie om de deelnameprijs te verhogen, leverde niets op. "Als het iets moest kosten, was er geen interesse meer."
De stad vroeg ook het Poëziecentrum en Literatuur Vlaanderen om de werking over te nemen, maar ook daar was volgens de schepen geen interesse.
Merknaam staat ter beschikking
De Ridder benadrukt dat het project niet definitief dood hoeft te zijn. "Als Bibliotheek Vlaanderen of een ander instituut beslist dat het waardevol genoeg is om verder te zetten, verlenen we zeker onze medewerking. De naam staat ter beschikking."
Gemeenteraadslid Sam Van de Putte van oppositiepartij Vooruit reageert kritisch. "Honderden gezinnen die elk jaar deelnemen, zullen teleurgesteld achterblijven. Voor veel mensen was dit een laagdrempelige manier om met taal, verbeelding en buurtbetrokkenheid bezig te zijn."
Van de Putte vindt de stopzetting onaanvaardbaar. "Deze beslissing is het rechtstreekse gevolg van een ontransparante besparingsoperatie, waarbij niet helder wordt gecommuniceerd over prioriteiten, keuzes en gevolgen. Dat is onaanvaardbaar. Cultuur is geen restpost."
Een schot in de roos
Dat het poëziecentrum volgens schepen De Ridder geen interesse zou hebben, klopt niet. "Wij hebben in het verleden al samengezeten met de Aalsterse bibliotheek om te zien of wij een grotere rol zouden kunnen spelen in het project", zegt de directeur van het Poëziecentrum, Dave Van Robays. "Het is een fantastisch project."
Bij het Poëziecentrum knelt ook het financiële schoentje. "Het is een fantastisch en groot project. Wij kunnen ook niet zomaar 1 voltijdspersoneelslid een jaar betalen." Bij het centrum vinden ze niettemin dat het heel erg jammer zou zijn als het project zou stoppen. "Het was een schot in de roos. Binnen de poëzie is dit het meest succesvolle poëzieproject."
Van Robays zal aan de stad Aalst en aan de bibliotheek opnieuw vragen om samen te zitten. "Het zou zonde zijn mochten de Weesgedichten uit het straatbeeld verdwijnen." De realiteit is dat bibliotheken en ook het Poëziecentrum met een krappe financiering zitten. "Ik kijk ook naar Literatuur Vlaanderen om iets te betekenen in de financiering. Maar ik vrees dat zij ook geen extra middelen hebben."
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen

