Na 4 weken oorlog in het Midden-Oosten heeft het geweld duizenden levens gekost in de regio. VRT NWS bracht de namen samen van burgerslachtoffers uit verschillende landen die door het conflict zijn getroffen. Van Iran over de Golfstaten tot Libanon, Israël en Palestina: duizenden verhalen, de meeste zullen nooit verteld worden. Een kleine impressie van het menselijk leed.
4 weken oorlog in het Midden-Oosten: de gezichten achter de duizenden doden
Op 28 februari vielen Israël en de Verenigde Staten Iran aan. De aanval, die in strijd is met het internationaal recht, ontketende een regionaal conflict dat vandaag, 4 weken later, onverminderd voortduurt. Terwijl de ogen gericht zijn op de en de vrees voor een wereldwijde energiecrisis toeneemt, blijft het aantal dodelijke slachtoffers in de regio stijgen.
Minstens 1.937 doden in Iran, 1.116 doden in Libanon, 36 doden in de , 19 doden in Israël... In Gaza worden ondertussen - ondanks een - nog steeds Palestijnen gedood bij Israëlische aanvallen. Verderop op de Westelijke Jordaanoever sterven Palestijnen door kolonistengeweld. Achter elk cijfer schuilt een gezicht, dit is een greep uit de verhalen.
Iran
Dat het vooral de burgers zijn die in de klappen delen van deze oorlog, werd al op de eerste dag van de Israëlisch-Amerikaanse aanvallen duidelijk toen een meisjesschool werd gebombardeerd in Minab, in het zuiden van Iran. Daarbij zijn volgens de Iraanse autoriteiten 168 mensen gedood, onder wie tientallen schoolkinderen.
Sindsdien snijdt de door het regime opgelegde internetblokkade Iran grotendeels af van de buitenwereld. De weinige informatie en beelden die de voorbije weken naar buiten zijn gesijpeld, tonen aanhoudende bombardementen, met dodelijke burgerslachtoffers tot gevolg.
De 26-jarige Berivan Molani lag te slapen toen ze op 17 maart gedood werd bij een Israëlische aanval op haar wijk in Teheran, schrijft de Iraanse mensenrechtenorganisatie Hengaw. Molani was een dag eerder vanuit het noorden teruggekeerd omdat ze heimwee had en bij haar familie wilde zijn.
“Een vriend waarschuwde haar nog: kom niet terug, Teheran is niet veilig. Maar Berivan lachte het weg. Dan wil ik bij mijn familie sterven, zei ze”, zo schrijft Razieh Janbaz, een vriendin, op Instagram.
Berivan was een lifestyle influencer met een “zachte, warme persoonlijkheid”, zo beschrijft Janbaz haar. “Vandaag ging ik terug naar de plek, op zoek naar haar”, schrijft Janbaz. “We blijven achter met verdriet. Berivan, ik vergeet je niet.”
Op vrijdag 13 maart, zo’n 800 kilometer ten zuiden van de Iraanse hoofdstad, sterft een jong meisje in de stad Omidiyeh, in de provincie Khuzestan. Ze raakte een dag eerder ernstig gewond bij een Israëlisch-Amerikaanse aanval op haar wijk, bericht Hengaw. Eilmah Bilki was amper 3 jaar oud.
Executies
Ondanks de aanhoudende Israëlisch-Amerikaanse bombardementen blijft het Iraanse regime met harde hand regeren. Zelfs in tijden van oorlog gaat de repressie onverminderd door, ook in de vorm van executies.
Op vrijdag 20 maart wordt de 19-jarige Saleh Mohammadi, een worstelaar uit het nationale team, samen met 2 andere mannen opgehangen in de stad Qom. De 3 werden tijdens de januari-protesten opgepakt en later veroordeeld voor hun vermeende rol bij de dood van 2 politieagenten. Volgens het aan de rechterlijke macht gelieerde persagentschap Mizan zouden ze bij “afzonderlijke aanvallen gebruik hebben gemaakt van zwaarden en messen”. Na een kort proces werden ze, met goedkeuring van het Iraanse , geëxecuteerd.
Volgens mensenrechtenorganisaties, zoals Amnesty International, ging het om een schijnproces en zou er sprake zijn van gedwongen bekentenissen. In een verklaring beschuldigde Amnesty International de Iraanse autoriteiten ervan “willekeurige executies” uit te voeren om de bevolking te intimideren “in een samenleving die al zwaar getraumatiseerd is” door de huidige oorlog.
Libanon
Dinsdag 24 maart. In Nabatieh, een stad in Zuid-Libanon, vertrekken 2 jonge hulpverleners met de motor op reddingsmissie. Ali Jaber is 22 jaar oud, de andere hulpverlener is Joud Sleiman, een 15-jarige vrijwilliger. Beide mannen dragen een medisch uniform, de motor is voorzien van zwaailichten en is duidelijk gemarkeerd met een hulpverlenersembleem.
Jaber en Sleiman komen nooit aan op de plek van de interventie: ze worden onderweg gedood bij een Israëlische aanval, bericht het persagentschap Reuters.
Sleimans vader, Mohammed, staat net een Franse televisieploeg te woord wanneer hij ter plaatse aankomt en ontdekt dat zijn zoon is gedood. Hij zakt door zijn knieën van verdriet.
“Dit zijn 2 mannen in paramedische kledij, op een motor met een duidelijk herkenbare vlag en markering, met zwaailichten, helmen… Alles aan hen toonde duidelijk dat ze hulpverleners waren”, zegt Mohammed Sleiman.
Joud Sleiman sloot zich in 2024 tijdens de oorlog tussen Israël en als vrijwilliger aan bij het reddingsteam van zijn vader. In een interview, gedeeld op sociale media door de Libanese videograaf Abbas Fakih, vertelt Sleiman over zijn werk. Op de vraag of hij bang is, antwoordt hij verlegen: “Nee.” Dit is de eerste oorlog die je meemaakt, vraagt Fakih. “Ja”, antwoordt Sleiman, “ik hoop dat de oorlog stopt”.
Volgens het Libanese ministerie van Volksgezondheid zijn sinds 2 maart minstens 42 hulpverleners gedood bij Israëlische aanvallen op Libanon. Medisch personeel en ziekenhuizen worden beschermd onder het internationaal recht. Doelbewuste aanvallen op hulpverleners of medische faciliteiten zijn een .
Donderdag 12 maart. In Irkey, een dorp in Zuid-Libanon, maken de zusjes Zeinab (14), Zahraa (12), Malika (9) en Yasmina (6) zich klaar voor iftar bij hun grootmoeder. Vlak voor het avondgebed, bij zonsondergang, slaat een Israëlische raket in op hun huis.
Zeinab, Zahraa, Malika zijn op slag dood. De 6-jarige Yasmina wordt nog levend onder het puin gevonden door haar vader, Mohammed Taqi, maar bezwijkt kort daarna aan haar verwondingen.
Op het moment van de inslag zit Taqi buiten bij zijn ouders. Op één dag verliest hij 9 familieleden: naast zijn dochters sterven ook zijn ouders, zijn broer, zijn 12-jarige neefje en zijn schoonbroer.
“Israël zegt elke dag dat het infrastructuur viseert”, zegt Taqi tegen AFP op de begrafenis van zijn familie. Zijn hoofd is in wit verband gewikkeld, zijn gezicht staat vol schrammen. “Is dit infrastructuur?” vraagt hij, terwijl hij naar de lichamen van zijn dochters wijst.
Diezelfde dag bereikt het Israëlische geweld ook Beiroet, waar een andere familie wordt verwoest. De 4-jarige Taline Shebab en haar vader Mohammed Shebab sterven in hun slaap bij een raketaanval op hun appartement. De moeder, de Libanese influencer Natalie Kamal el-Dine, belandt in een coma.
Zij moest enkele dagen geleden ontwaken met het nieuws dat haar hele gezin is weggevaagd. “Jij en je papa waren onafscheidelijk”, schrijft ze in een post op Instagram. “Hij moest je altijd overal mee naartoe nemen. Ook nu heeft hij je meegenomen naar de hemel, mijn engeltje.”
De kleine Taline zou vandaag haar 5de verjaardag moeten vieren.
Israël
Op 1 maart worden in een klap 9 Israëli’s gedood bij een Iraanse luchtaanval op een schuilkelder onder een in Beit Shemesh, een stad ten westen van Jeruzalem.
Voor de familie Bitton verandert die dag alles voorgoed. 3 kinderen uit het gezin, 2 zussen en een broer, worden gedood bij de Iraanse aanval. Sarah Bitton was 13 jaar oud, Avigail Bitton was 15 jaar oud en Yaakov Bitton was 16 jaar oud.
Bij diezelfde aanval sterven ook Sara Elimelech en haar dochter Ronit Elimelech, die met haar 3 kinderen op bezoek was. Sara laat 3 kinderen en een echtgenoot achter.
De Iraanse aanval op Beit Shemesh was de dodelijkste aanval in Israël sinds de start van het geweld 4 weken geleden. Ondertussen zijn er in totaal 19 dodelijke slachtoffers geteld en meer dan 5.000 gewonden.
Golfstaten
Maandag 2 maart. Voor de kust van Oman vliegt een olietanker in brand na een Iraanse aanval. Aan boord zijn 21 mensen: 16 Indiërs, 4 Bengalezen en 1 Oekraïner. Dixit Solanki, een 25-jarige Indiër, is de enige die de aanval niet overleeft.
Sinds het begin van de Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op Iran, zijn ook de olierijke Golfstaten betrokken geraakt bij het conflict. De voorbije weken heeft Iran onder meer Amerikaanse marine- en luchtmachtbases in de Golfstaten aangevallen. Tegelijk is ook heel wat civiele infrastructuur geraakt. Daarbij zijn tientallen doden gevallen.
Onder de slachtoffers zijn opvallend veel burgers afkomstig uit Zuid-Azië. In de Golfstaten leven bijna 21 miljoen arbeidsmigranten uit die regio, goed voor een derde van de totale bevolking. Zij vormen de ruggengraat van de economie in de Golfstaten.
Velen trekken al van jongs af weg uit landen als Pakistan, India en Bangladesh, in de hoop hun families financieel te ondersteunen vanuit de Golfstaten. Deze arbeidsmigranten belanden vaak in jobs in de laagste inkomenscategorieën.
Net die groep is bijzonder kwetsbaar als de regio getroffen wordt door oorlogsgeweld. Ze werken vaak in essentiële sectoren en moeten vaak blijven doorwerken. Daarnaast wonen ze vaak in overvolle appartementsblokken, die niet duidelijk voorzien zijn van vluchtroutes in geval van brand of explosies.
Gaza en Westelijke Jordaanoever
Op dinsdag 17 maart worden 3 Palestijnen gedood bij een Israëlische droneaanval in Al-Mawasi, in het zuiden van de Gazastrook. De 14-jarige Tamer Baraka is een van de dodelijke slachtoffers, bericht het persagentschap Reuters.
Exact een week later, op dinsdag 24 maart, wordt opnieuw een Palestijns kind doodgeschoten door het Israëlisch leger. Dit keer aan een tent in Khan Younis, zo schrijft het Turkse persagentschap Anadolu. Khaled Saif al-Din Suleiman Arada was 13 jaar oud.
Sinds het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas op 10 oktober heeft Israël het herhaaldelijk geschonden. Volgens het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid in Gaza zijn daarbij sinds oktober 677 Palestijnen gedood en 1.813 anderen gewond geraakt door beschietingen en bombardementen.
Zaterdagavond 14 maart. In Tammoen, in het noorden van de door Israël bezette Westoever, rijdt de familie Bani Odeh naar huis na een gezellige avond in Nabloes. In de wagen: vader Ali, moeder Waad en hun kinderen, Khalid (12), Mustafa (8), Othman (7) en Mohammed (5). Alleen broers Khalid en Mustafa komen thuis aan. De rest van het gezin wordt doodgeschoten wanneer Israëlische soldaten de wagen onder vuur nemen.
“Mijn vader begon te bidden, mijn moeder begon te schreeuwen en werd dan stil”, zegt de 12-jarige Khalid Bani Odeh op de begrafenis van zijn familie.
Volgens de Israëlische autoriteiten zou de wagen naar eigen zeggen zijn versneld richting de soldaten. Ze openden het vuur omdat ze zich bedreigd voelden, leest de officiële verklaring. Ondertussen zou er een onderzoek zijn geopend naar de gebeurtenissen van die nacht.
Vrijdag 27 maart. In de buurt van Bethlehem wordt de Palestijnse Mohammad al-Malhi op klaarlichte dag doodgeschoten door kolonisten die op de grond van zijn familie een buitenpost hebben opgezet nabij Bethlehem.
De voorbije weken is het geweld van kolonisten sterk toegenomen. In 4 weken tijd werden zeker 257 aanvallen uitgevoerd tegen Palestijnen, zo documenteerde mensenrechtenorganisatie Yesh Din. Mohammad al-Malhi is ondertussen al de zevende Palestijn die in die periode gedood werd door Israëlische kolonisten.






