In Denemarken heeft het linkse blok, waarvan de sociaaldemocratische partij van huidig premier Mette Frederiksen deel uitmaakt, de meeste stemmen behaald bij de parlementsverkiezingen. De partij van de premier werd opnieuw de grootste partij, maar behaalde wel het slechtste resultaat in jaren. Omdat het linkse noch rechtse blok een absolute meerderheid haalde, komt er naar verwachting opnieuw een centrumregering.
Partij van Deense premier Frederiksen blijft grootste na parlementsverkiezingen, maar boekt slechtste resultaat in jaren
In Denemarken zijn de partijen traditioneel verdeeld tussen een rood (links) en een blauw (rechts) blok. Het linkse blok haalde woensdag 84 van de 179 zetels binnen in het parlement, het rechtse blok 77. Geen van beide kanten is er dus in geslaagd een absolute meerderheid te veroveren.
Omdat er geen absolute meerderheid is, lijkt het erop dat de nieuwe regering een middenkabinet zal worden, net zoals de huidige regering. Daarin zal Moderaterne (De Gematigden), de partij van oud-premier en huidig buitenlandminister Lars Løkke Rasmussen, een belangrijke rol gaan spelen.
De partij heeft 14 zetels bemachtigd en behoort tot geen van beide blokken. Daardoor kan Rasmussen bepalen welk blok de meerderheid krijgt.
Rasmussen liet al weten dat hij liefst opnieuw een centrumregering vormt met partijen uit het linkse en rechtse blok. Maar de Denen hebben tijdens deze parlementsverkiezingen duidelijk laten weten dat ze geen fan zijn van zo'n centrumregering. De huidige coalitiepartijen verloren dan ook zetels.
Slechtste resultaat voor partij van Frederiksen
Dat hebben ook de sociaaldemocraten van huidig eerste minister Frederiksen gevoeld, met net geen 22 procent van de stemmen. Ze blijft de grootste partij, maar behaalde wel het slechtste resultaat in meer dan een eeuw en ruim 5 procent minder dan bij de vorige verkiezingen in 2022.
Een terugslag was volgens de premier echter te verwachten, aangezien het de derde keer is dat ze opkomt bij de verkiezingen.
Frederiksen liet na de bekendmaking van de resultaten alvast weten dat ze klaar is om de rol van eerste minister de komende 4 jaar opnieuw op zich te nemen. Een luide overwinningskreet kwam er echter niet. "Natuurlijk vind ik het jammer dat we niet meer stemmen hebben behaald", klonk het eerlijk.
De uiterst rechtse Deense Volkspartij kon uiteindelijk 9,1 procent van de stemmers overtuigen, ruim 3 keer zoveel als bij de laatste verkiezingen. De partij stijgt van 5 naar 16 zetels en boekt zo de grootste zetelwinst van de verkiezingen. Aan de linkerzijde behaalde de Socialistische Volkspartij 11,6 procent van de stemmen, het beste resultaat in jaren.

