40 jaar na hun internationale doorbraak zet het Modemuseum van Antwerpen de Antwerpse Zes in de kijker met een gloednieuwe expositie. De Zes ontwerpers die eigenhandig Antwerpen, en bij uitbreiding België, op de modekaart hebben gezet. "Vandaag heeft het concept ‘Antwerpse Zes’ bijna een mythische status", zegt MoMu-directeur Kaat Debo.
"Niemand had van Antwerpen gehoord": hoe Antwerpse Zes hun stad 40 jaar geleden bombardeerden tot modewalhalla
Samenvatting:
Het Modemuseum van Antwerpen opent op 28 maart een nieuwe tentoonstelling over de Antwerpse Zes.
Dirk Bikkembergs, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Dirk Van Saene en Marina Yee studeerden samen aan de Antwerpse Academie en veroverden vervolgens de modewereld.
Hun erfenis leeft tot vandaag voort: de Antwerpse Academie trekt studenten aan van over de hele wereld, en alumni zoals Raf Simons, Demna Gvasalia en Haider Ackermann bekleden topposities bij grote internationale modehuizen.
Wanneer de schuifdeuren naar de nagelnieuwe expositie in het Modemuseum open gaan, word je als bezoeker meteen teruggekatapulteerd naar de jaren 70.
6 jonge ontwerpers – Dirk Bikkembergs, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Dirk Van Saene en Marina Yee – studeren op dat moment toevallig op hetzelfde moment mode aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen.
Elk van hen is radicaal verschillend, van Walters speelse en kleurrijke stijl tot Anns donkere ingetogenheid, van Dries’ focus op maatwerk en rijke prints tot Dirk Bikkembergs’ sportieve flair, en de multidisciplinaire kunstige aanpak van Dirk Van Saene en Marina. En toch vinden ze elkaar. En raken ze zelfs goed bevriend.
België als “fashion no man’s land”
De 6 vrienden delen niet enkel dezelfde klaslokalen, maar ook dezelfde honger om hun ontwerpen op de wereld los te laten. Maar wanneer ze begin jaren 80 afstuderen, worden ze onmiddellijk geconfronteerd met een harde werkelijkheid.
"België was een fashion no man’s land op dat moment", zegt Geert Bruloot, co-curator van de expositie. "De Belgische textielindustrie vertoefde in crisis, en ons land had geen eigen mode-identiteit." Of zoals MoMu-directeur Kaat Debo het noemt: "Geen eigen smoel, in tegenstelling tot belangrijke modelanden als Frankrijk of Italië."
Maar de Belgische overheid grijpt in, en probeert jonge ontwerpers en de textielindustrie dichter bij elkaar te brengen. "Met initiatieven zoals de wedstrijd de Gouden Spoel en een campagne ‘Mode, dit is Belgisch’. Plots komt avant-gardemode elke huiskamer binnen, via primetime televisieprogramma’s", zegt Debo. "Met succes: in eigen land kunnen de 6 bevriende ontwerpers naam maken; ze staan op dat moment in elk mogelijk modeblad."
De man die hen naar Londen bracht
Maar België is te klein. "Ze hebben de ambitie om internationaal groot te worden. En dus moesten we naar het buitenland trekken", zegt Geert Bruloot. "We" inderdaad, want Bruloot is dé persoon die daarvoor verantwoordelijk is. Begin jaren 80 richtte hij samen met zijn partner Eddy Michiels de avant-gardeschoenenwinkel Coccodrillo op in Antwerpen.
"Daar probeerde ik de schoenen van Dirk Bikkembergs te verkopen", vertelt hij met fonkelende ogen. "Die waren toen al fantastisch, maar ik kreeg ze maar niet aan de man, onvoorstelbaar. Dus kwam ik in 1986 met het idee: ‘We moeten met jouw schoenen naar Londen, naar de British Designer Show.'"
"Naast schoenen, leek het ons een goed idee om ook kleren te laten zien. En al snel wist ik: de ontwerpers moeten alle 6 mee."
Maar een spontane uitnodiging moesten ze niet verwachten. "Ik heb stevig moeten pleiten om ons toe te laten op de show. Men kon niet geloven dat er goede ontwerpers uit België konden komen. En dan nog 6 in één keer."
Maar de overtuigingskracht van Bruloot miste zijn doel niet. De ontwerpers laadden een busje vol met hun ontwerpen en trokken naar Londen. Iedereen behalve Ann Demeulemeester, op dat moment zwanger, maar wel vertegenwoordigd door haar ontwerpen. "We hebben haar collectie zonnebrillen meegenomen", zegt Bruloot, "daar stond ik op."
De geboorte van de Antwerp Six
Maar zelfs daar aangekomen kregen ze maar een koel onthaal. "Ze hadden ons op de 3e verdieping gezet, tussen de huwelijkskleren en de kinky latex. We stonden daar helemaal fout, want alles gebeurde op de 2 verdiepingen onder ons."
Marina Yee, ‘koningin van de collage’ greep in. In geheel eigen stijl maakte ze een geïmproviseerde flyer, die de Antwerpse bende beneden ging uitdelen. Met succes.
"Op de 2e dag stond de wereldpers plots bij ons. Ze hadden gehoord over een groep opvallende ontwerpers uit Antwerpen, terwijl sommigen van hen niet eens wisten dat Antwerpen bestond."
De buitenlandse pers noemde hen 'The Antwerp Six', eerlijk gezegd ook omdat ze hun achternamen niet konden uitspreken
Geert Bruloot, curator MoMu Antwerpen
De Antwerpenaren vielen op met hun unieke stijl, waarmee ze zich afzetten tegen de gangbare mode. "Het succes was vanaf dat moment instant. Vanaf toen is men hen ‘the Antwerp Six’ beginnen noemen. Eerlijk gezegd ook omdat ze hun achternamen niet konden uitspreken (lacht). Maar we hebben die titel meteen omarmd als goede publiciteit."
Een 3-jarige mythe met langdurige gevolgen
Amper 3 jaar na de geboorte van de Antwerpse Zes, gingen de leden van de groep - die eigenlijk nooit écht een groep was - hun eigen weg. "In totaal zijn we 5 keer samen naar de Britse Designer Show afgezakt", zegt Bruloot. "Daarna toonden ze hun eigen collecties in Parijs."
"Toch heeft het label ‘Antwerpse Zes’ een mythische status verworven die tot op vandaag voortleeft", benadrukt Kaat Debo.
Die erfenis is niet altijd eenvoudig voor de ontwerpers. "Ze worden er nog steeds mee geassocieerd. Het is zowel een zegen als een vloek geweest: enerzijds bracht het internationale erkenning, anderzijds wilde elk van hen vooral zijn eigen carrière uitbouwen", volgens Bruloot.
In de tentoonstelling krijgen die persoonlijke trajecten prachtig vorm. Elk van de Zes krijgt een eigen installatie, met hoogtepunten uit hun loopbaan en iconische stukken uit hun oeuvre. "Hun kracht ligt juist in hun individualiteit; ze hebben nooit als één merk gefunctioneerd", zegt Debo.
Dirk Bikkembergs staat bekend om zijn sportieve stijl en de typische sportieve sneakers. Hij brengt bekende sporters naar de catwalk en ontwerpt de outfits van topvoetbalclub Inter Milan. In 2011 verkoopt hij het label dat zijn naam draagt, dat tot op vandaag nog steeds bestaat. "Bikkembergs zelf geniet van een rustig leven, na jarenlang hard werken", volgens Geert Bruloot.
Walter Van Beirendonck is de enige van de Zes die momenteel nog aan het hoofd van zijn eigen huis staat. Zijn ontwerpen zijn typisch zeer kleurrijk, excentriek en maatschappijkritisch. Hij was jarenlang hoofd van de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten, tot hij zich in 2022 volledig op zijn eigen label richtte.
Dirk Van Saene combineerde steeds mode en kunst. Zo beschilderde hij zijn ontwerpen vaak met de hand. Hij koos ervoor om geen eenduidige merkesthetiek te creëren, waardoor hij bewust buiten het modesysteem is gebleven. Vandaag legt hij zich toe op keramiek en schilderkunst.
Ann Demeulemeester staat bekend als 'de poëet van Antwerpen'. Haar stijl is androgyn, veelal zwart-wit en ingetogen. In 2020 verkocht Ann haar label, dat tot op vandaag zeer succesvolle collecties presenteert in Parijs. Ann zelf richt zich vandaag op keramiek en lichtontwerp.
Dries Van Noten veroverde de wereld met zijn label en viel op met zijn elegante stijl, onverwachte kleurcombinaties en prints. In 2024 zette hij een stap terug als topontwerper, en gaf hij de fakkel door aan Julian Klausner, die op dat moment al jaren voor het huis werkte. Het modehuis Dries Van Noten is nog steeds erg succesvol.
Marina Yee stond bekend om haar collages, reconstructie van vintage kledij en upcycling avant la lettre. Yee heeft zich vrij snel teruggetrokken als ontwerper, en richtte zich op het maken van kunst en lesgeven. In 2018 startte ze toch opnieuw met ontwerpen van kleding op kleine schaal. Vorig jaar is Yee overleden aan de gevolgen van kanker. Haar partner Rafaël Adriaenssen zet haar werk vandaag voort op basis van haar vele tekeningen.
Antwerpen als modehoofdstad
De ‘mythe’ van de Antwerpse Zes zou niet alleen de carrières van de ontwerpers lanceren, maar ook de reputatie van de stad waarin ze studeerden. "Zij hebben Antwerpen eigenhandig op de wereldkaart gezet als modestad, en als een broedplaats voor talent en creativiteit", zegt Debo.
En ook de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten groeide zo uit tot een internationaal referentiepunt. De modeopleiding trekt vandaag studenten aan van over de hele wereld. "Heel veel jonge mensen komen hier studeren omdat ze willen zijn waar die Zes zijn opgeleid”, zegt Debo. “Dat is de meest gedroomde marketing die de school zich kan wensen."
Dat voelt ook Brandon Wen, vandaag creatief directeur van de modeafdeling (en daarmee opvolger van Walter Van Beirendonck, die de post in 2022 verliet). "Tijdens het ingangsexamen noemen onze studenten nog steeds de Antwerpse Zes als hun favoriete ontwerpers," zegt hij.
Wen verhuisde zelf vanuit Los Angeles naar Antwerpen om aan de Academie te studeren. "Zelfs in de Verenigde Staten zijn de Zes een begrip", vertelt hij. Volgens hem ligt hun impact vooral in hun uitgesproken individualiteit. "Ze hadden allemaal een heel persoonlijke visie; niemand deed hetzelfde. Die focus op experiment en eigenheid vormt nog altijd de basis van de opleiding in Antwerpen."
Iets in het Antwerpse drinkwater
Die aanpak werpt duidelijk zijn vruchten af. De opleiding heeft intussen generaties ontwerpers voortgebracht die wereldwijd doorbreken. Alumni uit Antwerpen bekleden vandaag topposities bij tal van internationale modehuizen.
Voorbeelden zijn Raf Simons (Prada), Demna Gvasalia (onder meer bij Balenciaga en Gucci), Nadège Vanhee-Cybulski (Hermès), Haider Ackermann (Tom Ford) en Glenn Martens (Diesel en Maison Margiela).
"Ik krijg regelmatig de vraag: zit er iets in het drinkwater daar in Antwerpen dat daar zoveel talent vandaan komt?" zegt Geert Bruloot lachend.
Je zou het bijna gaan geloven als je Brandon Wen hoort. Volgens hem is elke ontwerper of creatief directeur die uit Antwerpen komt "bijzonder innovatief". "Het zijn mensen die grenzen verleggen en voortdurend in vraag stellen wat mode is en zou moeten zijn. Ze maken niet zomaar ‘mooie’ dingen, maar dwingen ons om anders naar mode te kijken. En dat is begonnen met de Antwerpse Zes."
'De Antwerpse Zes', van 28 maart tot en met 17 januari 2027 in het Modemuseum van Antwerpen.
Regionaal nieuws uit Antwerpen




