Naar hoofdinhoud

Dubbel zoveel medewerkers bij Staatsveiligheid en betere samenwerkingen: wat is er 10 jaar na de aanslagen veranderd?

Artikel luisteren
8min
Meer info

Na de aanslagen van 10 jaar geleden deed een parlementaire onderzoekscommissie meer dan 400 aanbevelingen. Moeilijk om exact te zeggen welke gerealiseerd werden en welke niet. Maar één zaak is wel duidelijk: er wordt door alle diensten veel meer samengewerkt.

Dirk Leestmans
Gepubliceerd:

In de nasleep van de aanslagen in de luchthaven van Zaventem en het Brusselse metrostation Maalbeek werd een parlementaire onderzoekscommissie opgericht. Die commissie publiceerde meer dan 400 aanbevelingen. Om te vermijden dat al deze aanbevelingen dode letter zouden blijven, werd een opvolgingscommissie geïnstalleerd. Dat was een primeur in ons land. 

Erg lang bleef die opvolgingscommissie niet actief. In december 2020 hield ze op te bestaan. De gewone commissies Justitie en Binnenlandse Zaken zouden haar taak overnemen maar van een systematische opvolging is eigenlijk geen sprake meer. 

In 2022 liet toenmalig minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Anders) nog wel een stand van zaken maken voor de justitiedepartementen (parket, Staatsveiligheid, federale gerechtelijke politie en OCAD). 

Daarin staat te lezen dat er de afgelopen jaar veel gerealiseerd is. "Het belangrijkste is ongetwijfeld de cultuuromslag onder de diensten, samen te vatten als volgt: van silo- of eilandwerking naar samenwerking."

Dat laatste werd eergisteren in Terzake ook bevestigd door Gert Vercauteren, de topman van OCAD (de dienst die de terreurdreiging analyseert). Hij beschouwt als grootste verwezenlijking het besef bij iedereen dat informatie moet worden gedeeld. En dat in het verlengde daarvan er gezamenlijk moet gezocht worden naar oplossingen.

BEKIJK
OCAD-topman Gert Vercauteren in Terzake: "Dure lessen getrokken uit aanslagen"

De cultuuromslag houdt vooral ook in dat men het terreurprobleem niet alleen benadert als een veiligheidsprobleem, maar breder tracht te kijken. Om die gedachte concreet vorm te geven, is er na de aanslagen van 22 maart 2016 de zogenoemde Strategie Extremisme en Terrorisme (Strategie T.E.R.) uitgewerkt. 

Concrete maatregelen

Startpunt van die strategie zijn de Lokale Integrale Veiligheidscellen (LIVC). In principe heeft elke stad zo’n cel. Een Lokale Integrale Veiligheidscel moet gezien worden als een platform waar verschillende diensten bij elkaar zitten. Denk daarbij aan de burgemeester, politie, parket maar ook aan OCMW, scholen of VDAB. Er worden afspraken gemaakt wie een persoon zal opvolgen en hoe dat best kan gebeuren.

Het is vanzelfsprekend de bedoeling om in een vroeg stadium in te grijpen bij iemand die radicaliseert om de risico’s zo sterk mogelijk te beperken.

Daarnaast zijn er de Local Task Forces (LTF). In deze Local Task Forces zitten de veiligheidsdiensten (politie, Staatsveiligheid, parket, vreemdelingenzaken) samen om informatie uit te wisselen en af te spreken hoe personen moeten opgevolgd worden. Hier ligt de klemtoon op repressie. 

555 extremisten

Zij baseren zich voor hun werking op de Gemeenschappelijke Gegevensbank (GGB). In deze databank zit alle informatie met betrekking tot mensen die beschouwd worden als extremist.

In de overgrote meerderheid gaat het over islamitisch extremisme, in mindere mate over rechts en links extremisme. De meest recente cijfers van OCAD geven aan dat er 555 extremisten prioritair opgevolgd worden in ons land.

In beleidskringen spreekt men van een holistische aanpak en multidisciplinaire benadering. Dat zijn dure woorden om te zeggen dat men maatwerk wil leveren, aangepast aan elk individueel geval, waarbij men zowel de samenleving tracht te beschermen als het individu te re-integreren. 

Staatsveiligheid

Daarnaast zijn de budgetten en de personeelskaders vergroot. De Staatsveiligheid alleen al werkt met ongeveer 2 keer zo veel mensen als in 2016. Ze kregen ook meer wettelijke mogelijkheden via een aanpassing van de zogenoemde BIM-wet.

In die wet worden de Bijzondere Inlichtingenmethodes bepaald. De Staatsveiligheid mag nu informaticasystemen binnendringen (hacking) om gegevens te verzamelen of te kopiëren. Ze kreeg ook ruimere mogelijkheden om personen in realtime te traceren via hun mobiele telefoon.

Een rapport van het Comité I maakte in 2022 een afzonderlijke evaluatie voor de inlichtingendiensten. Ook al formuleren zij detailkritiek, globaal komen ze wel tot het besluit dat de balans overwegend positief is.  

Gevangenissen

Diezelfde geest van samenwerking vinden we terug in de werking van de gevangenissen. Gevangenissen worden beschouwd als potentiële plaatsen waar mensen gemakkelijk radicaliseren.

Om die reden werkt het gevangeniswezen sinds 2016 ook intensiever samen met politie- en inlichtingendiensten. Het aantal zogenoemde terreurgedetineerden bedroeg in de eerste jaren na de aanslagen ongeveer 250. De laatste jaren is dat aantal gezakt tot zo’n 140 à 150 gedetineerden en dat aantal blijft vrijwel constant. Die gedetineerden worden in het bijzonder gevolgd.  

Sommigen onder hen hebben een afzonderlijk veiligheidsregime (net zoals sommige drugscriminelen dat hebben), maar dat hoeft niet zo te zijn. In een eerste periode na 2016 werden aparte deradexafdelingen opgericht (in de gevangenis van Hasselt en Ittre), om hen te deradicaliseren.

Deze afdelingen kunnen beschouwd worden als een soort gevangenis in de gevangenis. Men wou op die manier mensen isoleren in de hoop dat ze hun invloed niet konden aanwenden om anderen te bekeren. Op papier bestaan deze secties nog, maar in realiteit verblijven er geen geradicaliseerden meer.

Geradicaliseerde gedetineerden die vrijkomen worden opgevolgd door de Staatsveiligheid en deze dossiers worden ook besproken binnen de Local Task Forces.

Ook over deze specifieke thematiek schreef het Comité in 2022 een rapport. In dat rapport komen ze tot het besluit dat de informatie-uitwisseling tussen het gevangeniswezen en Staatsveiligheid zeer behoorlijk werkt. 

Terrorismewet

Meer algemeen valt de uitbreiding van de terrorismewet op. Zo werd het onder meer strafbaar om naar het buitenland te reizen met de bedoeling daar terroristische misdrijven te plegen. Die bepaling kwam er eigenlijk op maat van het toenmalige dreigingsbeeld dat uitging van de Syriëgangers. Dat dreigingsbeeld is veranderd. Nu gaat veel meer gevaar uit van de zogenoemde “lone actors”.

Een wijzigend dreigingsbeeld vraagt natuurlijk ook een aanpassing van politie en justitie. In het algemeen, zo is de teneur bij politie en justitie, is ons land veel beter gewapend tegen een terroristische aanslag dan in 2016.

Internationale samenwerking

Een belangrijk en ook gevoelig punt ten slotte is de internationale samenwerking. Vooral de gewijzigde verhouding met de VS, baart sommigen zorgen. Op het terrein, zo is te horen, wordt nog steeds zeer goed samengewerkt met de Amerikanen, zowel door de politie als de inlichtingendiensten. Men is wel iets behoedzamer geworden met het geven van informatie aan buitenlandse diensten. 

De Staatsveiligheid onderhoudt haar internationale contacten via organen als de Counter Terrorism Group en de Club van Bern. Daarnaast zijn er bilaterale contacten met 88 diensten uit 74 landen verspreid over de 5 continenten, zo staat in het rapport van het Comité I (dat dateert uit 2022).

Uitgerekend op dat punt formuleert het Comité I een belangrijke aanbeveling. Zij stelt voor die samenwerking af te toetsen aan een aantal criteria. “Het gaat daarbij bijvoorbeeld om respect voor de mensenrechten of het niveau van gegevensbescherming, of het democratisch toezicht dat op de betreffende dienst wordt uitgevoerd.”  

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"