Het aantal Belgen dat met antidepressiva start, is gehalveerd. In 2013 registreerde de Christelijke Mutualiteit (CM) nog 94.701 nieuwe gebruikers, tegenover net geen 47.000 gebruikers 10 jaar later. Toch neemt het totale gebruik toe, omdat patiënten hun medicatie vaak lang blijven nemen - bijna 1 op de 3 zelfs 15 maanden of langer.
Aantal Belgen dat start met antidepressiva halveert, maar toch stijgt het pillengebruik: hoe kan dat?
Het totale gebruik van antidepressiva in ons land blijft stijgen. België blijft dan ook een van de koplopers binnen Europa. Maar opvallend: die stijging is niet te verklaren doordat er meer nieuwe gebruikers bij komen. Integendeel. Tussen 2013 en 2023 daalde het aantal Belgen dat start met een behandeling zelfs met 51 procent. Dat blijkt uit de analyse van de gegevens van meer dan 700.000 CM-leden.
"We hebben met de studie een paradox blootgelegd", vertelt socioloog Lisa Colman (UGent) die de cijfers analyseerde voor haar doctoraat. "Het gestegen gebruik van antidepressiva is niet te wijten aan het aantal nieuwe gebruikers, maar wel aan het feit dat veel mensen de medicatie langdurig gebruiken. Daardoor krijg je een opstapelingseffect."
De studie legt een paradox bloot: het totale gebruik van antidepressiva stijgt niet omdat er meer nieuwe gebruikers bijkomen
Lisa Colman, onderzoeker UGent
De medische richtlijnen adviseren om antidepressiva af te bouwen 6 tot 12 maanden nadat de klachten verdwijnen, maar de realiteit is dus vaak anders. Uit de studie blijkt dat een derde van de patiënten de medicatie 15 maanden of zelfs langer neemt.
Centrale rol voor huisarts
De studie wijst op een centrale rol voor de huisarts, die bij 80 procent van de patiënten de belangrijkste voorschrijver is. Patiënten die vooral door hun huisarts worden opgevolgd, slikken de medicatie vaker langer dan wie door een specialist wordt begeleid.
Huisartsen durven de behandeling vaker niet te stoppen uit angst voor een terugval of ontwenningsverschijnselen
Lisa Colman, onderzoeker UGent
"Daar zijn verschillende mogelijke verklaringen voor", zegt Colman, die benadrukt dat ze huisartsen zeker niet met de vinger wil wijzen. "Ze durven de behandeling mogelijk vaker niet te stoppen uit angst voor een terugval of ontwenningsverschijnselen. Huisartsen rapporteren bovendien vaak tijdsdruk en zijn vaker onzeker over hoe ze moeten afbouwen."
Ze vervolgt: "Huisartsen zijn ook vaak heel nauw betrokken bij hun patiënten. Door die hechte relatie kan het ook zijn dat huisartsen sneller ingaan op de vraag van patiënten om de behandeling voort te zetten."
Psycholoog of psychiater
Het hoeft wellicht niet meer gezegd, maar het belangrijkste alternatief voor medicatie is therapie bij de psycholoog of psychiater. "Alleen is dat niet altijd een echt alternatief", zegt Colman nog.
Onze psychologische zorg is niet even toegankelijk als medicatie
Lisa Colman, onderzoeker UGent
"Onze psychologische zorg is niet even toegankelijk als medicatie. Er zijn verschillende beleidsinitiatieven genomen, maar er zijn nog altijd wachtlijsten en het is nog altijd duurder dan medicatie. Zeker voor mensen met een laag inkomen zijn pillen vaak laagdrempeliger dan psychologische zorg. Ook dat is wellicht een van de verklaringen voor het langdurig gebruik van antidepressiva."
Positieve signalen
Maar de studie brengt ook positief nieuws. Het aantal nieuwe patiënten dat antidepressiva neemt, is duidelijk gedaald. Ook bij langdurig gebruik zijn er voorzichtige eerste positieve signalen: patiënten die recent met antidepressiva zijn gestart, gebruiken die minder vaak langdurig dan wie er jaren geleden mee begon.
"Mogelijk wijst dat erop dat artsen zich vaker aan de richtlijnen houden. Er lijkt dus meer aandacht te komen voor gepast gebruik van antidepressiva en de-medicalisering", zegt Colman.
Hoe moet het nu verder?
CM pleit op basis van de studie voor een gerichte aanpak:
Betere ondersteuning voor huisartsen: meer vorming over hoe je veilig en gestructureerd medicatie kunt afbouwen en een betere samenwerking met psychologen, psychiaters en apothekers
Toegankelijke psycholoog: bijkomende structurele inversteringen in de eerstelijnspsychologischezorg, zodat praten nog meer alternatief wordt voor medicatie
Aandacht voor kwetsbare groepen: psychologische begeleiding die financieel haalbaar is voor iedereen, een actieve opvolging van mensen die extra ondersteuning nodig hebben en informatie die duidelijk en begrijpelijk is voor de patiënt.