De beloega of witte dolfijn, die voor de kust van Blankenberge gespot is, valt niet alleen op omdat ie niet in onze wateren thuishoort, of door z'n witte tint. Het is ook simpelweg een fascinerend dier. We zetten 5 opvallende feiten op een rij.
Wat voor dier is de beloega? 5 weetjes over de 'kanarie van de zee'
De beloega of 'witte walvis' is een tandwalvis (net als de dolfijn), wordt 3 tot 4,5 meter groot en leeft 35 tot 50 jaar - in sommige gevallen zelfs 80 jaar. Het dier leeft voornamelijk in het ijskoude water van de Arctische zeeën, vooral in Canada. De beloega is bij ons dus duizenden kilometers verwijderd van zijn natuurlijke leefgebied.
Experts vragen dan ook om het hier met rust te laten. "We willen niet dat het dier verstoord of opgejaagd wordt, dat is niet positief voor de gezondheid van het dier", zegt Jan Haelters, dolfijn- en walviskundige bij het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Maar je kan alvast wel genieten van deze wonderlijke weetjes over de witte walvis.
1. Kanarie van de zee
Dat is de bijnaam van deze walvissoort, omdat ie extreem vocaal is. "Beloega's zijn zeer sociale dieren die constant met elkaar babbelen", zegt Haelters. Klikjes en fluitgeluiden op verschillende tonen, waarvan je enkele voorbeelden kan horen in onderstaand gesprek op Radio 1. "Dat zijn bijvoorbeeld klikgeluiden die elkaar zeer snel opvolgen, waardoor de frequentie heel hoog is", zegt Haelters.
Beloega gespot in Noordzee: "Duizenden kilometers van zijn leefgebied verwijderd"
Dat is meteen ook gelinkt aan de ronde kop van het dier. Die zogenoemde "meloen" dient als een soort versterker. Door de vorm ervan te veranderen, kunnen ze hun uiteenlopende geluiden een richting geven. Dat helpt hen communiceren met soortgenoten, maar ook met echolocatie: ze sturen geluid uit, luisteren naar hoe het terugkaatst en kunnen zo hun omgeving in kaart brengen en bijvoorbeeld vis lokaliseren.
De beloega kan dan ook spectaculair goed horen, veel beter dan wij. Maar door dat alles zou lawaai, bijvoorbeeld van de scheepvaart of andere menselijke activiteiten, de beloega kunnen bedreigen.
2. De glimlach
Over de beloega wordt wel eens gezegd dat die glimlacht. In tegenstelling tot dolfijnen hebben ze flexibele lipspieren. Daardoor denken wij soms dat het dier lacht: het kan z'n mondhoeken enigszins optrekken, maar evengoed de lippen tuiten. Die schijnbare charme wordt versterkt door het bolle gezicht en de korte snuit, en nog een derde kenmerk: de beloega heeft nekwervels die niet vergroeid zijn. Het dier draait of kantelt zijn hoofd op manieren die ons aan uitdrukkingen doen denken.
3. De beloega kan achteruit zwemmen
Ook dat heeft te maken met de nekwervel, en het feit dat de beloega geen harde rugvin heeft, net als andere soorten die in het noordpoolgebied zwemmen, zoals de narwal en de Groenlandse walvis. Dat zwemt makkelijker in water bedekt met ijs. Als resultaat kunnen beloega's hun lichaam wat meer krommen en hun andere vinnen als peddels gebruiken om te manouvreren. Dat draagt ertoe bij dat ze - in tegenstelling tot de meeste walvissen - achteruit kunnen zwemmen.
4. De ideale spion?
Over een andere beloega, die helaas niet meer leeft, was enkele jaren geleden veel te doen. Beloega Hvaldimir dook in 2019 op in Noorse wateren (niet ver van de Russische wateren) en voedde sindsdien geruchten dat ie een Russische spion zou zijn. Hij droeg een soort tuigje dat bedoeld leek om een camera in te plaatsen, met daarop de woorden "apparatuur Sint-Petersburg".
Dat leidde meteen tot speculaties dat de Russen het dier op een spionagemissie hadden gestuurd. Anderen vermoedden dan weer dat Hvaldimir een ontsnapte therapiewalvis was. Met het harnas zou hij bootjes met kinderen voortgetrokken hebben. Of hij kwam misschien uit een marinepark in de VS.
In elk geval was het dier extreem op zijn gemak bij mensen. Hoe dat kwam zullen we nooit zeker weten, en intussen is de glimlachende spion helaas overleden, vermoedelijk aan een bacteriële infectie.
5. Polygaam - of toch alvast in Bristol Bay
Genetisch onderzoek van 623 beloega's uit Bristol Bay, Alaska, toonde aan dat mannetjes en vrouwtjes uit die groep polygaam waren. Er zwemmen dus veel halfbroers en halfzussen rond daar in Bristol Bay.
Op die manier beschermt de beloega waarschijnlijk zijn eigen genetische diversiteit, omdat die zo zeldzaam is. Door de 'partnerruil' ontstaan er meer verschillende combinaties van DNA, en is er dus minder 'inteelt'. En dat is goed voor het voortbestaan van de soort.


