De loonkloof tussen mannen en vrouwen in ons land bedraagt nog altijd 7 procent. Dat zei Vlaams minister van Gelijke Kansen Caroline Gennez (Vooruit) in De Zevende Dag, waar ze strengere maatregelen tegen loondiscriminatie aankondigde. De minister kreeg meteen kritiek, onder meer van werkgeversorganisatie Voka, dat de loonkloof geen 7 procent maar slechts 0,7 procent bedraagt. Hoe zit dat precies?
7 procent, zoals minister Gennez zei, of slechts 0,7 procent? Waarom de cijfers over de loonkloof zo verschillen
Samenvatting:
Vlaams minister van Gelijke Kansen Caroline Gennez (Vooruit) kondigt strengere maatregelen aan tegen loondiscriminatie: werkgevers die doelbewust discrimineren, riskeren voortaan een boete. Het gaat om de omzetting van een Europese richtlijn rond loontransparantie.
De loonkloof tussen mannen en vrouwen bedraagt in België 7 procent, volgens het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen. Werkgeversorganisaties zoals Voka betwisten dat cijfer en verwijzen naar een cijfer van 0,7 procent van statistiekbureau Statbel – het verschil zit in de gebruikte berekeningsmethode.
Experts wijzen op structurele oorzaken van de loonkloof, zoals deeltijds werk, minder vrouwen in topfuncties en de combinatie van werk en gezin. Hoogleraar sociaal recht Petra Foubert (UHasselt) waarschuwt: "Als je het gaat bekijken over een heel leven, dan merk je dat de loonkloof overgaat in een pensioenkloof."
Werkgevers die werknemers doelbewust discrimineren, zullen voortaan een boete kunnen krijgen, kondigde minister Gennez aan. Het gaat om de omzetting van een rond loontransparantie.
"Het is de bedoeling dat werkgevers hun gedrag aanpassen en gelijk loon voor gelijk werk garanderen", zei ze gisteren in De Zevende Dag.
Actie is nodig, aldus minister Gennez, want de loonkloof in ons land, het verschil in wat mannen en vrouwen verdienen, bedraagt nog steeds 7 procent.
Minister-president Matthias Diependaele (N-VA) stuurt vandaag de communicatie van Gennez bij. Het nieuwe is enkel van toepassing voor de werkgevers waar Vlaanderen zelf bevoegd voor is: de Vlaamse administraties, lokale besturen en scholen.
"Voor de brede private arbeidsmarkt blijft het federale niveau onverkort van kracht, daar gaan wij als Vlaanderen geen verwarring zaaien", zegt Diependaele.
Waar komt 7 procent vandaan?
Gennez baseert zich op de cijfers van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen , een onafhankelijke federale overheidsinstantie die belast is met het waarborgen en bevorderen van gendergelijkheid.
Het Instituut berekent de loonkloof aan de hand van gegevens van de voor zowat alle loontrekkenden. Daarmee wordt een gemiddeld bruto jaarloon vergeleken voor mannen en voor vrouwen.
Voor 2023 bedragen die cijfers 46.218 euro voor vrouwen en 49.670 euro voor mannen, wat neerkomt op een kloof van 7 procent.
Belangrijk: in dat cijfer zit een correctie voor arbeidsduur, want veel meer vrouwen dan mannen werken deeltijds. Zonder de correctie loopt het verschil op tot 19,5 procent.
Waar komt 0,7 procent vandaan?
Voor datzelfde jaar 2023 circuleert ook een ander cijfer: 0,7 procent. Dat cijfer komt van Statbel , het Belgische statistiekbureau dat valt onder de overheidsdienst Economie.
Een behoorlijk groot verschil. Bij 0,7 procent is er zo goed als geen sprake meer van een loonkloof. Dat de minister dit cijfer niet noemde, levert haar kritiek op, onder meer van werkgeversorganisaties.
Het cijfer van Statbel is de 'geharmoniseerde genderloonkloof', geharmoniseerd omdat het gaat over een berekeningswijze van Eurostat die voor alle EU-lidstaten dezelfde is. Hier wordt gekeken naar het bruto uurloon dat mannen en vrouwen verdienen in een selectie van sectoren.
"De populatie die we meerekenen is anders", zegt Statbel-woordvoerder Wendy Schelfaut. "Wij kijken naar de loontrekkenden in een onderneming van minstens 10 werknemers binnen bepaalde economische activiteiten. Dat is de definitie die we gebruiken om op Europees niveau te kunnen vergelijken."
Belangrijk: Statbel merkt zelf op dat de methode van Eurostat resulteert in lagere loonkloofcijfers dan andere publicaties, omdat er geen herberekening van de werkuren plaatsvindt voor beroepen waarbij de effectief gewerkte uren sterk afwijken van de contractuele werkuren.
Vooral bij het onderwijs zorgt dat voor een groot verschil: daar zijn het enkel de uren voor de klas die worden meegeteld. Als je dat in rekening brengt, groeit de kloof naar 4,7 procent. Dat komt omdat het feitelijke uurloon dan een stuk lager wordt, en het om een groot aantal vrouwen gaat dat in het onderwijs werkt.
Is er dan een 'juist' cijfer?
Over de loonkloof doen nog andere cijfers en studies de ronde. Wat je al dan niet meetelt, maakt een groot verschil, erkent ook Statbel.
Wat gebruik je dan best? "Het hangt van je doelstelling af", zegt Wendy Schelfaut van Statbel. "Wil je vergelijken binnen de Europese Unie en België gelijkschakelen? Of wil je binnen België diepere analyses maken?"
Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen noemt het cijfer van 0,7 procent "een ernstige onderschatting van de gemiddelde loonverschillen tussen vrouwen en mannen in België", onder meer verwijzend naar die correctie voor het onderwijs.
Het Instituut pleit ervoor om de cijfers zo breed mogelijk te houden. Verschillen tussen mannen en vrouwen in arbeidsduur, functieniveau, sector van tewerkstelling of scholingsgraad zijn relevant, klinkt het. Als je ze zoveel mogelijk 'uitzuivert', worden problematische genderverschillen en zelfs mogelijke discriminatie eveneens onzichtbaar gemaakt.
Waarom doen wij het beter dan de rest van Europa?
Feit is dat, welk cijfer je ook neemt, ons land bij de beste leerlingen van de klas zit in Europa. Hoe komt dat?
"De belangrijkste reden is dat we een heel geïnstitutionaliseerde loonzetting hebben", zegt professor sociaal beleid Ive Marx (UAntwerpen). "De overgrote meerderheid van de lonen wordt bepaald aan de hand van cao's, collectieve arbeidsovereenkomsten. Daarbij mag geen onderscheid gemaakt worden."
"In andere landen, met de VS wellicht als uiterste, worden lonen meer bepaald op individuele basis." In ons land zitten de verschillen vaak elders, zoals bij de extralegale voordelen. Wat op papier perfect in orde lijkt, kan in de praktijk wel complexer zijn om te beoordelen, zegt Marx.
Is de loonkloof het gevolg van discriminatie?
"De loonkloof wordt veroorzaakt door een hele reeks factoren waarvan loondiscriminatie één factor kan zijn", zegt Petra Foubert, hoogleraar sociaal recht en decaan van de faculteit rechten aan de UHasselt. "Pure loondiscriminatie zoals die verboden wordt door het recht, betekent dat je iemand voor een vergelijkbare job een verschillend loon betaalt."
In dat verband is het volgens Foubert een goede zaak dat alle EU-lidstaten dit jaar de loontransparantierichtlijn moeten omzetten in beleid. Zo worden loonverschillen duidelijker voor werknemers.
"Daarnaast spelen andere factoren een rol in de loonkloof, bijvoorbeeld dat vrouwen vaak terechtkomen in sectoren die minder goed worden betaald. Het feit dat vrouwen vaak deeltijds werken. Dat heeft zelfs een effect op het uurloon, want deeltijdse jobs zijn dikwijls kwalitatief minder goede jobs. Het feit ook dat minder vrouwen doorgroeien naar topfuncties, enzovoort."
Hoe dicht je de kloof?
De loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt geleidelijk aan kleiner. Vergeleken met 10 jaar eerder is ze met 6,8 procentpunt gedaald, aldus Statbel.
"Bij de jongste generatie werknemers is de kloof intussen licht negatief, vrouwen verdienen dus iets meer dan mannen", merkt professor Marx op. Als reden haalt hij aan dat vrouwen vaker hoogopgeleid zijn dan mannen.
Over de gehele bevolking blijft er wel een kloof bestaan, in het bijzonder als deeltijdse arbeid wordt meegeteld. Wat kan beter?
Het blijft zo dat de combinatie van werk en gezin vaak zijn tol eist
Hoogleraar sociaal recht Petra Foubert
"Het zijn een beetje de dooddoeners, maar kwalitatieve kinderopvang die betaalbaar is voor iedereen lijkt mij een heel belangrijk punt", zegt Foubert. "Ondersteuning op allerlei manieren van mensen die kinderen hebben, en dan heb ik het niet alleen over vrouwen."
"Het blijft zo dat de combinatie van werk en gezin vaak zijn tol eist. Statistisch bekeken zijn het vooral vrouwen die zorgtaken opnemen. Zeker als je alleenstaand bent, kan dat een enorme domper op de carrière zetten."
Foubert legt de link met de pensioenhervorming, die vrouwen harder treft. "Als je het bekijkt over een heel leven, merk je dat de loonkloof overgaat in een pensioenkloof. Het hangt allemaal samen."


