3 op de 4 mensen die sterven door zelfdoding zijn mannen. Dat blijkt uit recente cijfers van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie. Mannen vinden de weg naar hulpverlening nog altijd veel moeilijker dan vrouwen, waardoor ze zelfdoding als enige uitweg zien. Dat was ook zo bij Mattias Nolmans (39) en Jan Van Beeck (74): "Ik negeerde mijn eigen probleem."
"Ik dacht dat het niet erg genoeg was": mannen zoeken opvallend minder hulp bij zelfmoordgedachten
Samenvatting:
Drie op de vier mensen die sterven door zelfdoding zijn mannen. Onderzoek van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie toont aan dat mannen aanzienlijk minder snel hulp zoeken: 26% van de mannen met zelfmoordgedachten zoekt helemaal geen hulp, tegenover 8% van de vrouwen.
Hardnekkige gendernormen spelen een grote rol: 83% van de mannen wil zelfmoordgedachten zelf oplossen, 77,5% denkt dat het vanzelf overgaat en 76% weet niet waar ze terechtkunnen voor professionele hulp.
Het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie breidt de website 'Kom uit je Kop' uit met een nieuwe campagne die mannen met zelfmoordgedachten en hun omgeving wil bereiken. Prof. Dr. Gwendolyn Portzky: "Door sociale steun en verbinding te bieden en door ons bewust te zijn van onze eigen vooroordelen rond mannen en hulp zoeken, kunnen we een verschil maken."
Wie met vragen zit over zelfdoding kan terecht op de Zelfmoordlijn, op het gratis nummer 1813, of op zelfmoordlijn1813.be.
Nood aan een gesprek? Dan kan je 24/7 terecht bij Tele-Onthaal op het nummer 106. Je kan ook chatten via www.tele-onthaal.be . Jongeren kunnen terecht bij Awel op het telefoonnummer 102, of via chat op awel.be .
Mattias Nolmans is 27 wanneer hij na enkele jaren werken als nachtreceptionist in een hotel een nieuwe job start als boekhouder in het hotel. Maar de drukte en de hectiek van overdag worden hem te veel. Hij begint stemmen te horen. Uiteindelijk moet Mattias ontslag nemen en raakt hij op de dool. Hij verbreekt het contact met zijn ouders. Vrienden heeft hij niet meer door zijn jaren als nachtreceptionist. Hij voelt zich compleet geïsoleerd.
Na zijn ontslag in het hotel start hij een nieuwe job als voedingsconsulent, maar ook die houdt hij niet vol. Uiteindelijk gaat het zo slecht met hem dat hij geen uitweg meer ziet. Hij onderneemt een zelfmoordpoging.
"Doorheen die hele periode kampte ik al met zelfmoordgedachten", vertelt hij aan VRT NWS. "Die donkere gedachten overheersten meer en meer, maar een menselijk lichaam is sterk en wil blijven leven. Tot het punt dat je het niet meer uithoudt. Toen heb ik een klungelige zelfmoordpoging gedaan, maar ik heb niet doorgezet.”
Uiteindelijk spreekt Mattias een voorbijganger aan op straat en vraagt hem de politie te bellen. Hij wordt opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis Sint-Kamillus in Bierbeek. Daar krijgt hij de diagnose bipolaire stemmingsstoornis. Hij verblijft er uiteindelijk 2 maanden in een gesloten afdeling en 6 maanden in een open afdeling.
In de 10 jaar die daarop volgen, neemt hij aangepaste medicatie, maar belandt hij nog een aantal keer in opname. Vandaag is hij met behulp van medicatie stabiel en laat hij zich psychologisch intensief begeleiden door een mobiel team aan huis.
Zelden 1 oorzaak
Mattias trekt net op tijd aan de alarmbel. Maar dat doen lang niet alle mannen: het aantal zelfdodingen ligt bij mannen bijna 3 keer hoger dan bij vrouwen. Zelfdoding heeft nooit 1 oorzaak: het is steeds een combinatie van verschillende factoren zoals de moeilijkheid om hulp te durven vragen én vinden.
1 keer heeft iemand me erop aangesproken dat ik iets moest doen aan mijn drankgebruik. Ik dronk veel, maar dat deden al mijn vrienden ook
Jan Van Beeck
Dat weet ook Jan Van Beeck (74). Hij had een heel zware jeugd met een afwezige vader en een depressieve moeder. Zijn jongere broer stapte uit het leven. Jan raakt verslaafd aan alcohol, maar blijft al die jaren wel werken.
"Ik was zwaar verslaafd, maar kon op automatische piloot wel blijven werken", vertelt hij. "Maar 1 keer in heel mijn carrière heeft iemand me erop aangesproken dat ik iets moest doen aan mijn drankgebruik. Je negeert je eigen probleem ook. Je zegt tegen jezelf: ik drink wel veel, maar dat doen al mijn vrienden ook. Ik had niet door dat ik er zo slecht aan toe was."
Ook praten over zijn problemen was moeilijk: "Het is moeilijk omdat anderen je situatie niet begrijpen. Ik sprak over mijn drankproblemen met andere dronkaards en over mijn zelfmoordgedachten kon ik met niemand spreken. Het was een eenzame strijd."
Jan ziet geen uitweg meer en onderneemt op zijn 66ste een zelfmoordpoging. "Het voelt alsof je zinkt in een zwart gat", zegt hij daarover. "Je zinkt dieper, dieper en dieper. Ik zei: nu stop ik ermee, vannacht gebeurt het. Ik ben het zo beu, het leven heeft geen zin meer, ik stop ermee."
De moeizame zoektocht naar hulp van Jan en Mattias is niet zo uitzonderlijk. Recent onderzoek van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) toont aan dat mannen die met zelfmoordgedachten kampen aanzienlijk minder hulp zoeken.
Zo geeft een kwart van de mannen (26 procent) aan helemaal geen hulp te zoeken, tegenover slechts 8 procent van de vrouwen. De verschillen zijn zichtbaar binnen het eigen sociale netwerk (familie, vrienden,...), maar zijn nog groter als het gaat over professionele hulpverlening.
6 op de 10 vrouwen gaan ten rade bij de huisarts. Bij mannen is dat nog niet de helft. Wie kijkt naar telefonische hulpverlening, ziet een nog groter verschil: zo'n 48 procent van de vrouwen met zelfmoordgedachten belt voor hulp, ten opzichte van 23 procent van de mannen.
Mannen die wél hulp zoeken bij een hulpverlener uit de geestelijke gezondheidszorg, zeggen ook gemiddeld minder tevreden te zijn van de ontvangen hulp, vergeleken met vrouwen.
Iedereen maakt dingen mee in zijn leven en je denkt dat je moet doordoen
Mattias Nolmans
Mattias was door zijn nachtwerk al vervreemd van de meeste vrienden. Hij sprak wel eens over zijn problemen met zijn jongere broer, maar die relativeerde.
"Ik zei hem dat ik stemmen hoorde en dat ik het gevoel had dat het de foute richting uitging, maar hij reageerde daar niet echt op", zegt Mattias. "Daardoor relativeerde ik mijn eigen problemen. Het is ook niet zichtbaar, het is niet tastbaar. Iedereen maakt dingen mee in zijn leven en je denkt dat je moet doordoen, maar dit ging niet voorbij."
Mattias beseft dat hij het zo niet verder kan en gaat naar de huisarts, maar die linkt zijn moeilijkheden aan stress. Uiteindelijk vindt hij zelf de weg naar het psychosociaal centrum in Leuven.
“Daar kreeg ik de boodschap dat ik welkom was, maar dat ik een afspraak moest maken", gaat Mattias verder. "Maar door mijn psychose was ik al het gevoel van tijd en werkelijkheid kwijt en daar ben ik dus nooit meer geraakt."
Het man-zijn verhindert ons om hulp te zoeken
Jan Van Beeck
Jan (74) zocht en vond wel hulp. Hij ging wel naar psychologen en psychiaters, maar dat hielp weinig. "Het is ook moeilijk omdat ik gemerkt heb dat het man-zijn ons dikwijls verhindert om hulp te zoeken. Want: wij zijn mannen en wij lossen alles zelf op. Ik heb de indruk dat hulp een struikelblok is voor mannen."
Uiteindelijk laat Jan zich opnemen in het psychiatrisch ziekenhuis in Tienen. Hij is nu 8 jaar afgekickt van alcohol. "Dat is mijn redding geweest. Het gaat vandaag heel goed met mij. Ik ben eindelijk gelukkig."
Zelf proberen op te lossen
Uit het onderzoek blijkt ook dat mannen hun zelfmoordgedachten vaak minimaliseren of normaliseren. Gedachten als "mijn problemen zijn niet ernstig genoeg" of "deze gedachten horen bij het leven en zullen niet veranderen" of "ik moet het zelf oplossen en anderen niet lastigvallen" zorgen ervoor dat veel mannen blijven zwijgen.
Uit het onderzoek blijkt zo dat 8 op de 10 mannen zegt zelfmoordgedachten zelf te willen oplossen en bijna evenveel denken dat het vanzelf zal overgaan. 76 procent zegt niet te weten waar ze terecht kunnen voor professionele hulp.
Dat ervaarde ook Mattias. "Ik dacht altijd: het is niet erg genoeg om naar de psycholoog te gaan. Je beseft pas achteraf dat het wel erg genoeg was. Ik zei tegen mezelf: ik moet doorzetten, ik moet volhouden en je hebt een heel sterk coping-systeem als mens waardoor je niet opgeeft. Maar op het einde vluchtte ik ook echt weg van de mensen die me probeerden te helpen. Ik wou me geen slachtoffer voelen."
Ik vluchtte weg van wie me probeerde te helpen, ik wilde me geen slachtoffer voelen
Mattias Nolmans
Het onderzoek van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie toont aan dat er nog steeds hardnekkige gendernormen leven die emoties tonen, mentale moeilijkheden benoemen of hulp vragen voor mannen minder vanzelfsprekend maken. Ook hun omgeving speelt hierin een grote rol.
"Het idee van de man die het zelf zal oplossen: dat leeft evengoed bij vrienden onder elkaar, bij familie. Bij een vrouw zal er eerder gedacht worden: 'Oei,ik zie dat het moeilijker gaat, ik ga vragen wat er is", aldus Gwendolyn Portzky, directeur van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie.
Mannen maken grapjes over hun zelfmoordgedachten, daardoor wordt de ernst niet ingezien
Gwendolyn Portzky, directeur Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie
Het onderzoek toont ook aan dat het ook voor hulpverleners moeilijker is om de signalen bij mannen te herkennen. "We horen dat mannen vaak met humor en grapjes over hun zelfmoordgedachten praten. Maar doordat ze erover grappen, wordt de ernst niet ingezien en is het moeilijk om de signalen te herkennen."
Kom uit je Kop-campagne
Vier jaar geleden lanceerde het expertisecentrum al de website 'Kom uit je Kop' , met informatie voor mannen die kampen met zelfmoordgedachten en hun omgeving. De website is nu uitgebreid. VRT-gezichten Sander Gillis en journalist Björn Soenens zijn samen met zanger Metejoor de gezichten van de campagne.
Er worden T-shirts gelanceerd, in samenwerking met kledingwinkel e5. Die zijn zo ontworpen dat elementen die normaal gezien binnenin staan (bijvoorbeeld het label en de wasinstructies) nu aan de buitenkant staan. Het moet mannen aanmoedigen om te tonen wat ze in hun hoofd of binnenin houden, maar wil ook de omgeving aansporen oog te hebben voor mannen die het moeilijk hebben.
"Met deze campagne willen we mannen ondersteunen en helpen inzien dat zelfmoordgedachten een belangrijk alarmsignaal zijn, maar dat deze ook verholpen kunnen worden", zegt Portzky nog. "We willen ook de omgeving oproepen om oprecht aandacht te hebben voor de mannen. Door sociale steun en verbinding te bieden en door ons bewust te zijn van onze eigen vooroordelen rond mannen en hulp zoeken, kunnen we een verschil maken."

