Het Militair Hospitaal in Neder-Over-Heembeek heeft een belangrijke rol gespeeld kort na de aanslagen van 22 maart 2016. Het ligt op een boogscheut van de luchthaven van Zaventem en is het 1e in lijn bij nationale rampen. Het was dan ook een MUG-team van het ziekenhuis dat als 1e ter plaatse was. De 5e verdieping, het grootste brandwondencentrum van het land, werd ook meteen klaargemaakt voor de zwaar verbrande slachtoffers. Hoofdverpleegkundige Patrick Persoons wist dan nog niet wat hem te wachten stond.
Militair Hospitaal van Neder-Over-Heembeek ving 1e slachtoffers van aanslagen op: "Het waren oorlogstaferelen"
Patrick Persoons was op 22 maart 2016 op weg van zijn woonplaats in Tienen naar het brandwondencentrum van Neder-Over-Heembeek. Op de radio hoorde hij dat er iets gaande was, maar wat was niet duidelijk. "Via de telefoon kreeg ik te horen dat er een aanslag was gepleegd. Ik ben ook 1 van de verantwoordelijken bij nationale rampen, maar ik zat vast in de file in Bertem. Ik kon geen blauw zwaailicht opzetten of sirenes laten horen, zoals de hulpdiensten, en dat was erg frustrerend. Toen heb ik mijn adjunct gebeld en gezegd dat hij mensen moest optrommelen en ervoor zorgen dat opnameruimte klaar was om meerdere slachtoffers op te vangen."
"Ik herinner me nog de 1e dame die binnenkwam. Ze was zwaargewond, verbrand en zat vol met 'shrapnelwonden', dat zijn fragmenten van de bommen. Toen ik haar zag, heb ik meteen gezegd dat we alle personeelsleden snel moesten opbellen, want we wisten dat het GSM-verkeer ging uitvallen. We hebben nog net op tijd iedereen kunnen bereiken. Sommige medewerkers waren trouwens al spontaan afgekomen."
Inkomhal wordt opnameruimte
Het Militair Hospitaal is uitgerust om veel slachtoffers op te vangen. "Op de 5e verdieping zijn we altijd klaar om 8 slachtoffers op te vangen die intensieve verzorging nodig hebben. Dat is 24 uur op 24, 7 dagen op 7. We kunnen ook van de inkomhal heel snel een opvangzaal maken voor 42 slachtoffers. Die is opvallend groot en er zitten daar allemaal luikjes in het plafond met daarin standaard perslucht en zuurstof."
Die inkomhal werd op 22 maart 2016 helemaal klaargemaakt. Na overleg tussen de medisch directeur van de luchthaven en de adjunct-directeur werd al snel beslist om van het Militair Hospitaal een soort vooruitgeschoven 1e medische post voor de luchthaven te maken. "Het was nog te gevaarlijk en onduidelijk of er nog terroristen rondliepen op de luchthaven, of er nog bommen gingen ontploffen of dat er nog lukraak ging rondgeschoten worden."
Je hoorde krijsende kinderen, mensen waren bewusteloos. Het waren echt oorlogstaferelen
"De echte zwaarverbranden werden naar onze 5e verdieping gebracht. In totaal hebben we daar 19 mensen verzorgd en gestabiliseerd. Dat was niet evident, de mensen spraken alle mogelijke talen, van Japans, over Spaans tot Engels. Kinderen werden al krijsend binnengebracht. Ouders liepen hier rond en zochten hun kinderen. Verschillende mensen waren bewusteloos. Bovendien hadden ze geen identiteitspapieren bij zich en konden we niet weten wie die mensen waren. Ik heb dan beslist om op een groot wit bord te schrijven wie waar lag. Het waren hier echt oorlogstaferelen", zegt Patrick.
"Ons ziekenhuis is erg goed uitgerust op het vlak van brandwonden. We kunnen 8 zwaarverbrande slachtoffers tegelijk opvangen, en dat is vrij uniek in Europa. Op elke kamer is er een bad om te ontsmetten, de huid proper te maken, een verband te leggen, te zalven, enzovoort. Dat klinkt nu eenvoudig, maar per patiënt moet je toch 3 uur tellen vooraleer die helemaal gestabiliseerd is."
"Ik heb intussen al wat rampen meegemaakt: de Switelbrand in Antwerpen, de gasontploffing in Gellingen, het vuurwerk in Volendam, de discotheekbrand in Boedapest en dan nu recent de brand in het Zwitsers skidorp Crans-Montana. We zijn dus wel wat gewoon en die ervaring heeft ons geholpen. Alle opgesomde rampen zijn ongevallen, dat is het verschil met de aanslagen. Psychologisch is dat anders voor het personeel. "
'Bomauto' onderweg
"Iedereen was bezig met zijn taak en toen hoorden we over een nieuwe aanslag in Maalbeek. Dat zorgde voor onrust. Personeelsleden vroegen zich af of er familie of vrienden op de metro zaten. Plots ging bij de poetsvrouwen het gerucht rond dat er een bomauto onderweg was naar het Militair Hospitaal. Ze wilden weg, zo snel mogelijk naar huis. Het was moeilijk om iedereen bij de les te houden. Maar die bomauto was een typisch vals verhaal op sociale media", zegt Patrick.
"Uiteindelijk wisten we niet hoeveel slachtoffers er die dag zouden binnenkomen. We zijn om 8.15 uur begonnen met de 1e slachtoffers en om 17.30 uur was de opnameruimte opnieuw leeg, gepoetst en operationeel. We waren opnieuw klaar voor nieuwe slachtoffers."
Het was draaien op adrenaline, ik hoop dat we dit nooit meer moeten meemaken
"Voor mezelf was het draaien op adrenaline: de uren vliegen voorbij, je ziet open wonden en mensen die huilen van de pijn. Er waren hier ook wat stagiaires die zoiets nog nooit hadden meegemaakt. Gelukkig waren er veel operationele militaire verpleegkundigen aanwezig die zoiets wel hadden meegemaakt in Afghanistan of Irak. Toch is het heel anders om hier in België zoiets mee te maken."
"Ik was die dag om 21.30 uur thuis, mijn gezinsleden stelden allerlei vragen. Maar ik zei dat ze me gerust moesten laten. Na een kwartier en een glas rode wijn kon ik mijn verhaal doen. Eerlijk gezegd, ik hoop dat we dat nooit meer moeten meemaken. De aanslagen waren het zwaarste wat ik tot nu heb meegemaakt. Maar gezien de geopolitieke situatie over heel de wereld houd ik mijn hart vast. Hopelijk kalmeert iedereen wat", besluit Patrick.
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant

