De geplande besparing in het secundair onderwijs voor volgend schooljaar wordt teruggeschroefd van 150 miljoen euro naar 63,5 miljoen. Dat meldt minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA). Bij de regeringsvorming in 2024 werd afgesproken dat het secundair onderwijs 150 miljoen euro zou moeten besparen in het schooljaar 2026-2027. In de jaren daarna zou dat oplopen tot 159 miljoen.
Bij de vorming van de Vlaamse regering in september 2024 werd afgesproken dat er vanaf het schooljaar 2026-2027 voor ongeveer 150 miljoen euro zou moeten worden bespaard in het secundair onderwijs.
Omdat bepaalde uitgaven dit jaar lager uitvallen dan gedacht, kan de besparing deels worden teruggeschroefd. Zo zijn er minder uitgaven in de zevende jaren van het secundair onderwijs, door minder inschrijvingen. Er werd ook minder uitgegeven aan leraar-specialisten. Dat is een statuut dat een leerkracht kan krijgen op basis van ervaring, kunde of opleiding. In de realiteit wordt het weinig gebruikt.
De resterende besparing wordt gerealiseerd met 3 maatregelen. Zo krijgen scholen 10 procent minder bijkomende middelen voor kleine leerlingengroepen. Daarnaast worden de middelen voor de vervolgschoolcoach binnen OKAN verminderd. Deze begeleiding ondersteunt leerlingen die na een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers doorstromen naar het reguliere onderwijs.
Ten slotte wordt op de puntenenveloppe voor de werking van scholengemeenschappen een besparing van 2,5 procent doorgevoerd. "Bovenschoolse samenwerking is belangrijk, maar in een moeilijke besparingsoefening als deze kijken we ook naar de structuren", stelt Demir.
Voor het schooljaar 2027-2028 zullen wel nog bijkomende maatregelen nodig zijn.

