10 jaar na de aanslagen in Brussel en Zaventem denken jeugdwerkers Ayoub en Liselotte niet dat er nog toekomstige terroristen rondlopen in Sint-Jans-Molenbeek. Hun gemeente werd na de aanslagen vaak in 1 adem genoemd met jihadisme en moslimterrorisme. Eén van de daders van de aanslagen in Parijs woonde in Molenbeek, en verschillende daders van de aanslagen in Maalbeek en Zaventem hebben een link met Brussel en Molenbeek. Maar hoe was dat in 2016 en hoe gaat het nu in Sint-Jans-Molenbeek?
Molenbeekse jeugdwerkers 10 jaar na de aanslagen: "Weinig kans op nieuwe moslimterroristen"
Na wat telefoontjes en overtuigingskracht kan onze redactie spreken met 2 jeugdwerkers die Sint-Jans-Molenbeek en haar inwoners goed kennen. Ze benadrukken dat ze het frustrerend vinden dat we 10 jaar later opnieuw in Sint-Jans-Molenbeek belanden met vragen over de aanslagen. Ze zeggen, weliswaar genuanceerd, dat de gemeente veilig is en dat er geen probleem is met geradicaliseerde jonge moslims. Toch houden we onze babbel, op hun vraag, binnen in de kantoren van JES en niet buiten op straat.
Een van hen is Ayoub Ben Abdeslam, hij is jeugdwerker bij de Foyer in Sint-Jans-Molenbeek. De Foyer is een organisatie die jongeren helpt bij hun huiswerk, het organiseren van activiteiten, projecten en ateliers. Dat kan gaan van sport tot cultuur en muziek. De jongerentrajecten duren ongeveer 2 jaar en als motivatie en beloning kunnen de jongeren op het eind mee op een korte buitenlandse reis. Ayoub begeleidt vooral jongeren vanaf 15 jaar.
Alle journalisten hadden maar 1 vraag: "Waar zijn de straten waar de politie niet durft komen?"
Ayoub Ben Abdeslam
"Ik vind het eigenlijk vervelend en frustrerend om 10 jaar later opnieuw vragen te beantwoorden over Sint-Jans-Molenbeek. Dat was zo 1 jaar na de aanslagen, en ook 5 jaar na de aanslagen. Niet enkel op nationaal niveau, maar ook op internationaal niveau. Ik krijg vragen van over de hele wereld. Ik ben in Sint-Jans-Molenbeek geboren en getogen en ik ben fier om Molenbekenaar te zijn", begint Ayoub zijn verhaal.
Op 22 maart was Ayoub 22 jaar en zelf aanwezig in Molenbeek. Hij herinnert zich vooral de vele journalisten die de dagen na de aanslagen zijn gemeente overspoelden. "Omdat een deel van de daders hier woonde, trokken alle journalisten naar hier. Ze kwamen hier toe en de 1e vraag was: 'waar zijn die straten waar de politie niet durft komen, de straten die erger zijn dan de Bronx of de ?' Ik blijf zeggen 'die straten ken ik niet'. Amerikaans president Donald Trump sprak zelfs over Molenbeek als een 'Hellhole'. "
De naam 'Abdselam'
"Toen ik hoorde dat sommige daders uit Sint-Jans-Molenbeek kwamen, vroeg ik me meteen af of dat echt zo was. Natuurlijk vind ik het niet normaal dat een mens zo extreem kan worden. Ik bleef ook maar vragen krijgen. Je moet weten dat mijn volledige naam Ayoub Ben Abdeslam is (Salah Abdeslam was betrokken bij de aanslagen, nvdr.), constant worden daar moppen over gemaakt en vragen over gesteld. Elke keer moet ik me verdedigen. Ik ben zelf van Arabische afkomst en een moslim, dus dat raakt me wel."
"In Sint-Jans-Molenbeek wonen heel veel mensen (een kleine 100.000, nvdr.) op een kleine ruimte in vaak kleine huizen en appartementen. Zelfs al ben je jeugdwerker hier bij de Foyer, toch ken je heel wat mensen niet. De daders van de aanslagen kende ik niet. Ik werk met een groep van 40 à 50 jongeren. Het merendeel daarvan, zo’n 90 procent, heeft Noord-Afrikaanse wortels of komt uit Sub-Saharaans-Afrika. Maar wij zijn allemaal gewoon Brusselaar", aldus Ayoub.
Veel ongerustheid
"Ik stond op het schoolplein om mijn kinderen af te zetten in een school in Molenbeek. Mondjesmaat kwam het nieuws over de aanslagen binnen en was er vooral veel ongerustheid." Aan het woord is Liselotte Vanheukelom, ze is directeur van Jes, het vroegere 'Jeugd en Stad', in Sint-Jans-Molenbeek. Ze ondersteunen jongeren op het vlak van vrije tijd, onderwijs, werk, opleiding en welzijn. Ze hebben straathoekwerkers en organiseren stadsklassen en een cursus om jeugdmonitor te worden.
Plots hingen er helikopters boven ons hoofd en was het leger hier
Liselotte Vanheukelom
"Het metrostation van Maalbeek (waar de 2e aanslag gebeurde) is nog relatief ver van hier. Het is niet dat wij iets gehoord hebben van die bomaanslagen of rook gezien hebben. Het is pas achteraf, bij het opsporen van de daders en diegenen die erbij betrokken waren, dat het heel dichtbij kwam. Er hingen plots helikopters boven ons hoofd, er waren extra politieagenten en ook het leger was hier aanwezig."
"Wij waren eerder al geconfronteerd met terreuraanslagen, want het jaar voordien was er de aanslag in de Bataclan in Parijs. De daders bleken ook deels in Molenbeek te wonen. Wij zaten in België al in terreurniveau 4 en wij kregen als buurtbewoners en jeugdwerkers voor een 2e keer te maken met een golf van journalisten die hier neerstreken en vragen stelden", vertelt Liselotte.
Kwetsbare buurten
Een deel van de daders van de aanslagen waren teruggekeerde Syriëstrijders uit Brussel. Liselotte Vanheukelom legt de reden voor het radicaliseren en de islamistische terreur onder meer bij de kwetsbare buurten in Molenbeek. "Er zijn een aantal zaken waardoor mensen uitgesloten worden. Zo wordt al 40 jaar of langer weinig gedaan aan armoedebestrijding, huisvesting en publieke ruimte. Daardoor hebben sommige mensen geen connectie meer met de maatschappij. Dat is een groot gevaar voor een warme en goede samenleving. Het ligt niet louter aan de mensen zelf, ik word boos als mensen dat beweren."
Ayoub heeft in jaren voor de aanslagen van 22 maart 2016 weinig of niets gemerkt van radicalisering. "Als je opgroeit in een groep, dan ken je meestal enkel die groep en denk je dat iedereen zo denkt. Ik heb de indruk dat radicalisering vandaag de dag niet meer leeft zoals toen. Ik denk niet dat er in Molenbeek toekomstige zelfmoordterroristen rondlopen", vertelt Ayoub.
Liselotte denkt niet dat er nog jihadi’s actief zijn in Sint-Jans-Molenbeek. "Het is natuurlijk een bedenking, want ik heb geen glazen bol. Toch zie ik 2 krachten die bezig zijn: er is een dynamiek om veel meer rond mentaal welzijn te doen bij jongeren. Dat kan 1 van de sleutels zijn om ervoor te zorgen dat jongeren zich goed voelen."
"Maar daarnaast zie ik ook een negatieve kracht, een ander soort radicalisering. We zijn veel harder geworden in ons taalgebruik. Op sociale platformen zijn we mensen aan het uitschelden. Ook politici zijn veel radicaler geworden in hun uitspraken. Ook drugscriminaliteit is nu aanwezig bij sommige jongeren, en ook dat komt door uitsluiting en slechte behuizing", stelt Liselotte.
Schoolsysteem
Ayoub kijkt ook naar het schoolsysteem. "Heel wat jongeren die naar De Foyer komen, vinden hun weg niet op school. Alles verandert, de jongeren ook, maar het schoolsysteem blijft hetzelfde. Vaak hebben ze veel competenties en energie, maar is school niets voor hen. Dus uiteindelijk gaan ze niet studeren en zoeken ze iets anders. Ze vervelen zich, hangen rond en zijn vatbaar voor criminele bendes die gebruik van ze maken."
"Ik woon heel graag in Molenbeek en ik zou heel mijn leven in Molenbeek willen blijven. Ik ben fier om Molenbeekenaar te zijn. Als we projecten in het buitenland doen met de jongeren, dan neem ik meestal mijn T-shirt mee waarop staat 'Molenbeek 1080'. Mijn favoriete plekje hier is de kanaalzone van Molenbeek, ik ben er opgegroeid", zegt Ayoub.
Hier praten mensen met elkaar
"Ik kom oorspronkelijk uit Limburg en woon nu meer dan 12 jaar in Molenbeek", zegt Liselotte. "Zowel Ayoub als ik hebben de keuze gehad om hier weg te gaan, toch doen we dat niet en dat zegt veel. Ik heb ondertussen een man en 3 kinderen en wij wonen hier graag. Regelmatig komt er familie op bezoek uit Vlaanderen. Ze zeggen me dat ze hier makkelijk contact hebben en dat ze kunnen praten met mensen. Dat is iets wat in Vlaanderen niet altijd meer gebeurt."
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant


