De Amerikaanse bommen vallen op Iran, maar ze zijn ook bedoeld voor Peking. Na Venezuela verliest China nu zijn tweede grote olieleverancier. Meer dan een vijfde van de Chinese olie-import kwam uit gesanctioneerde bronnen. Die aanvoerlijnen staan nu op het spel. Maar de grote vraag is of Washington met deze strategie niet precies het omgekeerde bereikt van wat het beoogt.
Hoe de VS China wil verzwakken met Iran-oorlog, maar in eigen voet dreigt te schieten
In 2 maanden tijd heeft Washington 2 landen aangepakt die goedkope olie aan China leverden, buiten het westerse sanctieregime om. In januari pakte het de Venezolaanse president Maduro op en nam het de controle over de Venezolaanse olievelden over. Nu volgt een grootschalige oorlog tegen Iran. Dat patroon is geen toeval.
Binnen Amerikaanse beleidskringen wordt de Iran-oorlog dan ook openlijk geframed als een aanval op het Chinese netwerk van autocratische bondgenoten. Het idee leeft dat Peking via landen als Rusland, Iran, Noord-Korea en Venezuela de Amerikaanse invloed wereldwijd ondermijnt. Door die bondgenoten een voor een uit te schakelen, wil Washington die keten breken en China strategisch isoleren.
Goedkope olie onder druk
China importeerde vorig jaar zo'n 1,38 miljoen vaten Iraanse ruwe olie per dag, goed voor ongeveer 13 procent van zijn totale olie-import. Een groot deel werd verscheept onder valse vlag, met Maleisische of Indonesische etiketten om sancties te omzeilen. In de Chinese havens van Dalian en Zhoushan liggen tientallen miljoenen vaten Iraanse olie opgeslagen. Die aanvoer staat nu op het spel, net op het moment dat China massaal datacenters bouwt voor zijn ambities rond en de energiebehoefte fors stijgt.
Toch reageerde Peking de voorbije dagen opvallend beheerst. Minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi noemde de aanvallen "onaanvaardbaar" en riep op tot een staakt-het-vuren. Samen met Rusland vroeg China een spoedzitting van de aan. Maar de scherpste veroordeling ging over de moord op Khamenei, niet over de bredere oorlog. In dezelfde persconferentie riep het Chinese ministerie ook Iran op om de militaire operaties te staken. Peking pleit Teheran niet zonder meer vrij.
Die voorzichtigheid heeft alles te maken met de top die hier in Peking eind maart gepland staat tussen Xi Jinping en Donald Trump. Een mogelijke doorbraak in de handelsoorlog staat op het spel. Diplomatieke ruimte bewaren voor die ontmoeting weegt voor Peking zwaarder dan solidariteit met Teheran. Geen van de Chinese veroordelingen richt zich dan ook rechtstreeks tegen Trump persoonlijk.
Een bondgenoot waar Peking niet om rouwt
Op het Chinese sociale medium overheerst niet zozeer woede over de oorlog in het Midden-Oosten, maar vooral cynisme. Commentatoren hekelen de Iraanse vergeldingsacties als theater. Na eerdere Israëlische aanvallen vonden Chinese opiniemakers de Iraanse reactie vooral symbolisch. Online klinkt steeds dezelfde conclusie: Iran heeft zichzelf in deze positie gebracht.
Die ontgoocheling leeft ook aan de top van het communistische regime. Van het strategisch partnerschap van 400 miljard dollar dat China en Iran in 2021 ondertekenden, is slechts een fractie gerealiseerd. Teheran blokkeerde Chinese projecten uit vrees voor te veel invloed van buitenaf.
Peking zou bereid zijn om met een nieuw bewind in Teheran samen te werken, welke kleur dat ook heeft
Peking zag een land dat zijn regionale macht overschatte en zijn eigen proxygroepen in de steek liet wanneer het erop aankwam. Toen Iran vorig jaar zijn militair personeel uit Jemen terugtrok en zijn Houthi-bondgenoten achterliet om de relatie met Washington niet op het spel te zetten, was de Chinese verbazing groot.
Peking zou dan ook bereid zijn om met een nieuw bewind in Teheran samen te werken, welke kleur dat ook heeft. Wat telt is niet wie er aan de macht is, maar of de olie blijft stromen. Die nuchtere houding verklaart waarom de Amerikaanse strategie om China via Iran te raken minder effectief is dan Washington hoopt.
De VS betaalt een hoge prijs
Terwijl de schade voor China beheersbaar lijkt, groeit het risico dat Washington zichzelf strategisch verzwakt. Het meest tastbare probleem is de uitputting van militaire middelen. Het Pentagon heeft een groot deel van zijn krachtigste wapensystemen ingezet in het Midden-Oosten. - en -raketafweersystemen, F-35-gevechtsvliegtuigen, precisiemunitie. Dezelfde wapens die de VS nodig zou hebben bij een confrontatie rond Taiwan. Volgens recente analyses beschikt het Pentagon nog over slechts een kwart van de Patriot-systemen die nodig zijn voor zijn eigen militaire planning.
Stel je een huishouden voor dat zijn hele spaarpot leeggooit voor een verbouwing van de garage, terwijl het dak lekt. Elke raket die in de Perzische Golf wordt afgevuurd, is er een minder voor de Stille Oceaan. En het bijvullen van die voorraden wordt bemoeilijkt door een vervelend detail: al die geavanceerde wapensystemen zijn afhankelijk van gallium, een kritiek mineraal waarvan China de wereldwijde toeleveringsketen grotendeels controleert. Tijdens de handelsoorlog van vorig jaar legde Peking de export stil en kwamen mondiale industriële ketens bijna tot stilstand.
Terwijl Washington bommen gooit, investeert Peking in halfgeleiders, artificiële intelligentie en schone energie
Terwijl Washington bommen gooit, investeert Peking in halfgeleiders, artificiële intelligentie en schone energie. Het bouwde het afgelopen jaar voorzichtig strategische olievoorraden op. Hernieuwbare bronnen passeerden in 2025 olie als tweede energiebron na steenkool.
Momenteel zijn in Peking duizenden afgevaardigden bijeen voor het jaarlijkse Volkscongres. De groeidoelstelling werd verlaagd naar het laagste niveau sinds 1991, maar op hightechindustrie en hernieuwbare energie werd niet bespaard. China kiest meer dan ooit voor zelfredzaamheid. Zelfs als de Iraanse olie volledig wegvalt, heeft het land reserves voor minstens enkele maanden en kan het terugvallen op Rusland, nu al goed voor meer dan 17 procent van zijn olie-import.
De wedloop die er echt toe doet
De fundamentele vraag is of de VS nog wel het juiste spel speelt. De concurrentie met China in de 21ste eeuw draait niet om grondgebied of olie, maar om halfgeleiders, artificiële intelligentie en de allianties die nodig zijn om technologische ecosystemen te laten werken. Hoe meer aandacht naar het Midden-Oosten gaat, hoe minder er overblijft voor die wedloop.
Zelfs in het beste scenario voor Washington zijn de opbrengsten beperkt. Stel dat Iran een pro-westers bewind krijgt. Dan verliest China 13 procent van zijn olie-import. Dat is ernstig, maar niet fataal voor een land dat volop bezig is zijn afhankelijkheid van fossiele brandstoffen af te bouwen. In het slechtste scenario raakt de VS verstrikt in een langdurig conflict, met uitgeputte munitievoorraden en een strategische blik die niet loskomt van het Midden-Oosten.
Net zoals de oorlog in Irak in 2003 Amerika verzwakte en ruimte creëerde voor de opkomst van China als wereldmacht, dreigt ook dit conflict de aandacht en de middelen weg te zuigen van de plek waar de toekomst wordt beslist. Niet in de woestijn van het Midden-Oosten, maar in de chipfabrieken en AI-laboratoria van Oost-Azië.




