In de VS heeft het Huis van Afgevaardigden een resolutie verworpen die president Donald Trump zou hebben verplicht het Congres toestemming te vragen voor verdere militaire acties tegen Iran. De (mislukte) stemming past binnen een politiek gevecht dat al decennia woedt in de VS: wie beslist wat? Volgens de Grondwet kan enkel het Congres een land de oorlog verklaren, tegelijk is de president de opperbevelhebber van het leger. Die tweespalt leidt ertoe dat de VS sinds WO II nooit meer officieel in oorlog is geweest.
Strikt genomen leeft de VS al ruim 80 jaar in vrede. De laatste officiële oorlogsverklaring dateert al van 7 juni 1942 en was gericht aan Roemenië, Bulgarije en Hongarije, die alledrie meevochten aan de zijde van nazi-Duitsland. In december 1941 waren er ook officiële oorlogsverklaringen aan het adres van Japan en Duitsland, die de geschiedenis in een beslissende plooi zouden leggen.
Cruciaal is dat de beslissing om ten oorlog te trekken volgens artikel 1 van de Amerikaanse grondwet toekomt aan het Amerikaanse Congres. Tegelijk bepaalt artikel 2 van diezelfde grondwet dat de president de opperbevelhebber van het leger is.
Franklin D. Roosevelt wilde tijdens WO II eigenlijk al veel eerder toetreden tot de oorlog tegen nazi-Duitsland, maar pas na de legendarische verrassingsaanval van de Japanners (die ook meevochten aan de zijde van nazi-Duitsland) op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor in Hawaï, die het leven kostte aan 2.400 Amerikanen, kreeg hij daarvoor de toestemming van het Congres.
"Als Hitler toen niet in een vlaag van woede de oorlog verklaard had aan de VS is het zelfs zeer de vraag of de VS ook Duitsland de oorlog zouden hebben verklaard", zegt Amerikakenner Björn Soenens. "Je mag niet vergeten dat de VS toen nog een zeer gesloten en op zichzelf gericht land was, dat niet zat te wachten op een overzeese oorlog."
Korea, een keerpunt
Na WO II was alles anders. De overwinning tegen nazi-Duitsland had de VS geen windeieren gelegd: het land was plots welvarender en relevanter dan ooit tevoren. In de strijd tegen het oprukkende communisme van grote vijand de Sovjet-Unie begon de VS zich kort na WO II overal ter wereld actief te bemoeien met allerlei conflicten.
"Men ging ervan uit dat grote oorlogen zoals de twee wereldoorlogen tot het verleden behoorden", zegt Soenens, "en de conflicten waar ze dan wel bij betrokken raakten, werden als 'te klein' beschouwd om een formele oorlogsverklaring voor te gebruiken."
Het eerste conflict van die aard was de oorlog in Korea. Daar stonden het communistische Noord-Korea en het pro-westerse Zuid-Korea in 1950 lijnrecht tegenover mekaar. Noord-Korea kreeg de steun van de Sovjet-Unie en China en de Verenigde Naties hadden een oproep gedaan om tussenbeide te komen en Zuid-Korea te steunen. De Amerikaanse president Harry S. Truman maakte van die oproep handig gebruik om de inzet van Amerikaanse troepen te rechtvaardigen zonder langs het Congres te passeren.
"De redenering was ook: we steunen een plaatselijke partij en zijn zelf niet echt in oorlog", aldus Soenens, "maar uiteindelijk zijn toch ongeveer 40.000 Amerikanen omgekomen in dat conflict." Later dat jaar keurde het Congres wel een wet goed die de interventie alsnog goedkeurde, maar een officiële oorlogsverklaring was dat niet.
De horror van Vietnam
Na het vertrek van de Fransen uit Vietnam in 1954 ontstond een soortgelijk conflict in Vietnam. Ook hier stond Noord-Vietnam, gesteund door de Sovjet-Unie en China, tegenover Zuid-Vietnam, gesteund door de VS en nog enkele andere landen. "Oorspronkelijk beperkte de Amerikaanse deelname zich tot het sturen van een aantal adviseurs", zegt Soenens, "maar dat veranderde drastisch in 1964 met de zogeheten Golf van Tonkin-resolutie."
De toenmalige Amerikaanse president Lyndon B. Johnson wist het Congres te overtuigen dat een massale inzet van Amerikaanse troepen noodzakelijk was, omdat Amerikaanse boten zouden zijn aangevallen in de Golf van Tonkin, voor de kust van Noord-Vietnam.
Daar bleek naderhand niets van waar, maar het kwaad was geschied: Johnson had ruime bevoegdheden gekregen van het Congres om naar eigen goeddunken troepen in te zetten. Van 16.000 adviseurs begin jaren 60 steeg het aantal Amerikanen in Vietnam tot 184.000 in 1966 en zelfs meer dan een half miljoen in 1969. En dat dus allemaal zonder officiële oorlogsverklaring.
"Bovendien bleek de opvolger van Johnson, Richard Nixon, samen met de CIA allerlei geheime operaties te hebben opgezet, inclusief bombardementen op Laos en Cambodja waar het Congres nee tegen had gezegd", zegt Soenens, "en dat zette heel wat kwaad bloed bij de Congresleden, zeker ook omdat de oorlog bepaald dramatisch verliep voor de Amerikanen."
Een kleine 60.000 Amerikaanse doden en 300.000 gewonden later kwam er eind april 1975 een einde aan het conflict in Vietnam, maar een oorlog was het dus strikt genomen nooit geweest.
De War Powers-act van 1973
Na het debacle in Vietnam en het liegen en bedriegen van Nixon was voor veel Congresleden de maat vol. In 1973 keurden ze met een overweldigende meerderheid de War Powers Act goed, die de presidentiële macht om ten oorlog te trekken aan banden moest leggen.
"De War Powers Act was een poging om de controletaak van het Congres in ere te herstellen", aldus Soenens, "ze bepaalt onder meer dat het Congres altijd binnen de 48 uur na een aanval moet worden ingelicht en dat er binnen de 60 dagen na die aanval ook de troepen moeten terugtrekken, als het Congres geen verlenging goedkeurt."
"De stemmingen van gisteren en eergisteren in het Huis en de Senaat waren eigenlijk een poging om de War Powers Act nieuw leven in te blazen, maar dat is dus niet gelukt. Eerlijk: zoveel heeft die wet ook niet veranderd. De presidenten van beide partijen zijn ook na de goedkeuring grotendeels hun zin blijven doen."
Meer van hetzelfde in de jaren 80 en 90
In 1982 stuurde Ronald Reagan (1981-1989) Amerikaanse troepen naar Libanon als onderdeel van een vredesmacht. Hij lichtte het Congres wel in, maar vroeg niet om goedkeuring. Die kwam er pas een jaar later toen er al Amerikaanse militairen gesneuveld waren.
In 1990 stuurde George H.W. Bush (1989-1993) troepen naar Irak, nadat dat land Koeweit was binnengevallen. Bush vroeg het Congres om steun, maar niet om goedkeuring. Wel had hij een akkoord met de Verenigde Naties. Het Congres keurde de inzet van troepen uiteindelijk goed begin 1991.
Ook de Democratische president Bill Clinton (1993-2001) stuurde herhaaldelijk Amerikaanse troepen uit, onder meer naar Bosnië en Herzegovina, Kosovo en Irak. Toen het Congres hem in 1998 aanmaande om goedkeuring te vragen voor al die operaties liet hij verstaan dat het hem als president toekwam over dergelijke operaties te beslissen. Een standpunt dat dus nauwelijks verschilt van dat van de huidige president Donald Trump.
Geen van de bovenstaande 3 presidenten vroeg ooit expliciet de toestemming, laat staan een officiële oorlogsverklaring aan het Congres.
9/11, het startpunt van de 'forever wars'
De aanslagen van 11 september 2001, onder meer op de Twin Towers in New York, die aan bijna 3.000 Amerikanen het leven kostten, waren het startpunt voor een heel nieuwe periode in de Amerikaanse oorlogsvoering.
"De Amerikanen wisten toen eigenlijk niet meteen tegen wie ze oorlog moesten gaan voeren, omdat er nog veel onduidelijk was", zegt Soenens, "het ging tegen het internationaal terrorisme en Al Qaeda, tegen Osama Bin Laden ook en uiteindelijk dus ook tegen de taliban in Afghanistan omdat die Bin Laden geholpen zouden hebben."
George W. Bush noemde de aanslagen van 9/11 de avond zelf nog 'een daad van oorlog', maar toch mondde dat niet uit in een Amerikaanse oorlogsverklaring. Wel trok Bush naar het Congres en hij kreeg er zonder veel problemen enorme bevoegdheden om de strijd aan te gaan met het 'internationaal terrorisme', waar het zich ook ter wereld bevond. Het Congres vroeg wel om de 60 dagen een update over de situatie.
Uiteindelijk zouden die extreem ruime bevoegdheden voor Bush uitmonden in de oorlog in Afghanistan (2001-2021), de invasie van Irak (2003-2011), en het folteren van terreurverdachten in geheime CIA-gevangenissen. De aanwezigheid van de Amerikanen in Irak duurde tot 2011, toen president Barack Obama de troepen terugtrok. De oorlog in Afghanistan groeide uiteindelijk uit tot de langst durende nooit verklaarde oorlog uit de Amerikaanse geschiedenis en werd pas in 2021 - in totale chaos - beëindigd door president Joe Biden.
Nooit meer 'forever wars'?
Geen wonder dus dat in de Amerikaanse samenleving sprake was van oorlogsmoeheid. Trump trok in 2024 dan ook naar de kiezer met de belofte dat het onder hem gedaan zou zijn met de Amerikaanse bemoeienissen in het buitenland en dat voortaan weer gold: 'America first'. Daarmee zouden we dan terug in de periode van voor WO II zijn aanbeland.
Maar kijk: we zijn een goed jaar ver en onder Trumps aanvoering is al een Zuid-Amerikaans staatshoofd ontvoerd en gevangen gezet en zijn er al 2 grootschalige interventies geweest tegen Iran. Zonder oorlogsverklaring uiteraard en ook zonder het Congres vooraf in te lichten.
"Trump heeft vorig jaar van het Hooggerechtshof zo goed als onbeperkte uitvoerende macht gekregen", zegt Björn Soenens, "het komt er eigenlijk bijna op neer dat ze zeggen: wat de president doet is grondwettelijk omdat hij de president is. Daar maakt hij nu gretig gebruik van."
Is er dan echt niets dat het Congres nog kan doen om de militaire presidentiële almacht aan banden te leggen? "Toch wel", zegt Soenens, "het Congres moet de financiering blijven goedkeuren, het heeft de macht van de portemonnee. Zonder financiering wordt het moeilijk. Dus als de Republikeinen in november bij de midterms de meerderheid in het Huis zouden verliezen, bijvoorbeeld, dan kan de balans tussen de macht van het Congres en die van de president misschien enigszins hersteld worden."
Een echte oorlogsverklaring komt er dus wellicht nooit meer van.

