"De beste keuze die ik ooit heb gemaakt." Dat zegt Guy Bresseleers (56) uit Merksem over zijn beslissing om elke dag met de fiets naar het werk te gaan. Hij is niet alleen: 1 op de 4 Vlamingen fietste in 2024 naar zijn of haar job en dat is dubbel zoveel als 20 jaar geleden, zo toont een grootschalige studie bij bijna 1,8 miljoen werknemers in ons land. Doet ook het openbaar vervoer beter? En wat met de auto?
"Elke dag 120 kilometer": Guy (56) fietst dagelijks naar het werk, net als 1 op de 4 Vlamingen
Samenvatting:
1 op de 4 Vlaamse werknemers fietst naar het werk in 2024, een verdubbeling tegenover 2005, blijkt uit een enquête van de FOD Mobiliteit
De auto blijft het populairste vervoersmiddel met 63,2 procent, een daling van slechts 7,9 procent in 20 jaar tijd.
Het openbaar vervoer daalt in populariteit: amper 7,6 procent van de werknemers neemt bus, tram, metro of trein, tegenover 8 procent in 2005. Toch wordt de trein wel stilaan populairder.
De Vlaming fietst meer dan ooit tevoren. Dat wist VRT NWS al aan te tonen in het grote fietsonderzoek afgelopen najaar. Maar uit een nieuwe bevraging door de blijkt dat dat ook het geval is voor ons woon-werkverkeer.
Maar liefst 24 procent van de Vlaamse werknemers neemt de fiets om naar het werk te gaan. Tegenover 2005, toen de FOD voor het eerst de bevraging deed, is dat bijna een verdubbeling. De auto blijft wel het meest populaire vervoersmiddel (63,2 procent).
Guy Bresseleers (56) uit Merksem maakte 4 jaar geleden de keuze om met de fiets naar het werk te gaan. "De beste keuze die ik ooit heb gemaakt", noemt hij het. "Om medische redenen kon ik de auto niet meer nemen, dus ben ik op aanraden van mijn zoon beginnen te fietsen. Elke dag leg ik 120 kilometer af op weg naar het werk, van Merksem naar Gent." Daarmee is hij op de heenweg alleen al ruim 1,5 uur onderweg, al rijdt hij wel met een speedpedelec.
"Maar ik zie alleen maar voordelen", zegt hij. "Ik verbruik geen brandstof, heb amper onderhoudskosten en hoef ook geen verzekeringen af te sluiten. Ondertussen bespaar ik veel geld en blijf ik gezonder. Tijdens het fietsen kom ik tot rust en heb ik de ruimte en tijd om te genieten en de omgeving op een tragere manier in me op te nemen. Zo kom ik, ook bij vroege shiften, met veel energie aan op het werk. Dat zullen de collega's geweten hebben", lacht hij.
Ik verbruik geen brandstof, heb amper onderhoudskosten, bespaar geld en blijf gezonder
Guy Bresseleers, 'fietspendelaar'
Waar komen de cijfers vandaan?
De peiling naar het woon-werkverkeer van de FOD Mobiliteit is een enquête die elke 3 jaar georganiseerd wordt. Alle werknemers van Belgische ondernemingen en overheidsdiensten met gemiddeld meer dan 100 mensen in dienst, worden bevraagd. Daarom geldt het als een zeer representatieve bevraging, die bovendien een lange periode dekt. Dit recente rapport voor 2024 is al de 7e editie.
4 redenen
De redenen die Bresseleers aanhaalt, liggen helemaal in lijn met het onderzoek van de FOD. Woordvoerder Thomas De Spiegelaere ziet dan ook 4 redenen die de populariteit van de fiets verklaren. "De fietsinfrastructuur in Vlaanderen is de afgelopen 20 jaar serieus verbeterd, daar begint het mee", zegt hij.
"Tegelijk is het voor werknemers fiscaal voordeliger geworden om de fiets te nemen. Denk aan het systeem van fietsleasing dat de afgelopen jaren aan populariteit won."
Ook het lokale mobiliteitsbeleid in steden speelt mee. "In steden is de fiets sowieso populair", zegt De Spiegelaere. "Steeds meer steden zijn de voorbije jaren begonnen met lagesnelheidszones. De fiets wordt meer omarmd en dat blijkt uit lokale wetgeving en beleid."
In Brussel merk je die trend het sterkst. Het aandeel werknemers dat fietst voor woon-werkverplaatsingen is er bijna 8 keer zo hoog als in 2005. Vergeleken met 2017 is het aantal fietsers naar het werk meer dan verdubbeld.
Wat het succes ook verklaart: de opkomst van elektrische fietsen en speedpedelecs. "Het gemak waarmee werknemers grote afstanden kunnen afleggen, is fors toegenomen", aldus nog De Spiegelaere. "De afstand tot het werk is altijd een van de grootste motivaties geweest van werknemers om de auto te nemen."
Auto blijft koning
Hoewel de Vlaming dus ook voor woon-werkverkeer meer op de fiets springt, blijft Koning Auto wél het belangrijkste vervoersmiddel om naar het werk te gaan. Vandaag gaat 6 op de 10 Vlamingen met de auto werken. Dat aandeel daalde in 20 jaar met amper 8 procent. Nochtans wordt al jaren stevig ingezet op overheidsinitiatieven en sensibiliseringscampagnes om het autogebruik te verminderen.
"De auto nemen blijkt een hardnekkige gewoonte van Vlamingen die traag evolueert", geeft De Spiegelaere toe. "Dat is niet per se verwonderlijk, want de afstanden die mensen moeten afleggen tot hun werk blijven dezelfde. Ook de in Vlaanderen evolueert langzaam."
En zoals bij de fiets het geval is, zijn er ook voor autogebruikers heel wat fiscale voordelen bijgekomen. "Bedrijfswagens zijn alleen maar populairder geworden. Die zijn trouwens ook vaker elektrisch. Dat is een belangrijke nuance op het vlak van duurzaamheid: we blijven veel rijden, maar die wagens worden stilaan ecologischer."
De auto nemen blijft een hardnekkige gewoonte van de Vlaming
Thomas De Spiegelaere, FOD Mobiliteit
Onderfinanciering openbaar vervoer
Hoe doen trein, tram en bus het eigenlijk? "Die cijfers stagneren", zegt De Spiegelaere. "Mensen lijken de fiets te verkiezen boven het openbaar vervoer om naar hun werk te gaan."
Dat blijkt onmiddellijk ook uit de cijfers. Het aandeel van de Vlaamse werknemers dat de metro, tram of bus neemt naar het werk, is de voorbije 20 jaar met 23,3 procent gedaald. De trein alleen werd wel wat populairder.
Toch neemt in totaal amper 7,6 procent van de werknemers het openbaar vervoer. In 2005 was dat cijfer nagenoeg hetzelfde: 8 procent.
Waarom het openbaar vervoer zo onpopulair blijft, duidt reizigersorganisatie TreinTramBus. "Er is in Vlaanderen structureel te weinig in geïnvesteerd", zegt voorzitter Peter Meukens die spreekt over een jarenlange onderfinanciering.
"Kijk naar De Lijn: sinds 2010 is daar jaarlijks op bespaard. Het aantal bushaltes is gedaald en de dienstverlening heeft de perceptie niet mee. Dan is het logisch dat werknemers afhaken."
Wie werkt, neemt wel iets vaker de trein dan vroeger, wat Meukens dan weer positief vindt. "De treinen worden stipter en bij de NMBS is het aanbod de voorbije jaren toegenomen, terwijl het bij De Lijn net afnam."
NMBS reageert met 'flexabonnement'
"De coronacrisis had een grote invloed op reisgewoontes, denk aan de toegenomen populariteit van telewerk", zegt NMBS-woordvoerder Britt Monten.
"We proberen tegemoet te komen aan de noden van werknemers. Daarom zetten we sinds 2023 in op het flexabonnement: een maandabonnement voor 2 tot 3 dagen per week reizen op een vast traject. Al 1 op de 3 reizigers maakt daar gebruik van. Onze reizigersaantallen zijn nog niet terug op het pre-coronapeil, maar ze nemen wel weer toe."
Steeds meer weggebruikers
Toch ziet Meukens ook een positieve evolutie in de cijfers rond het openbaar vervoer: wie rekening houdt met de bevolkingsgroei de voorbije 20 jaar, ziet dat het aantal gebruikers in absolute aantallen wel is toegenomen.
De Spiegelaere van de FOD Mobiliteit bevestigt dat: "Met een totale bevolkingsgroei van 18 procent is het aantal werknemers in het algemeen toegenomen, en dus ook het totale aantal weggebruikers."
Die nuance is ook belangrijk voor wie de impact van telewerk meerekent, zegt hij. "Ook al maken individuele werknemers minder woon-werkverplaatsingen door af en toe thuis te werken, er zijn in totaal meer werknemers bijgekomen."



