Naar hoofdinhoud
Het Islamitische Revolutionaire Garde Corps (IRGC) tijdens een militaire oefening op 16 februari jongstleden

Hoe is de Iraanse Revolutionaire Garde ontstaan en welke (sleutel)rol zal ze in nabije toekomst spelen?

Artikel luisteren
9min
Meer info

In de strijd tussen de VS en Israël en het Iraanse regime is er een sleutelrol weggelegd voor het Islamitische Revolutionaire Garde Korps, kortweg de Revolutionaire Garde van Iran. Dat korps werd kort na de Islamitische Revolutie van 1979 opgericht door Ayatollah Khomeini en met de jaren werd het alsmaar machtiger en machtiger. Na bijna 4 decennia controleert de Revolutionaire Garde het nucleair programma van Iran, ze controleert de inzet van ballistische raketten en drones en ze heeft grote delen van de Iraanse economie in handen. En belangrijk voor de internationale economie: de Garde controleert aan Iraanse zijde ook het scheepsverkeer in de druk bevaren straat van Hormuz.

Dieter Ceustermans
Gepubliceerd:

De Islamitische Revolutionaire Garde werd in april 1979 opgericht door Khomeini, de toen pas uit ballingschap teruggekeerde leider van de Islamitische Revolutie. Khomeini wilde de verschillende die de revolutie gesteund hadden onder één bewind samenbrengen om zo een tegengewicht te creëren voor het normale Iraanse leger.

Dat leger had namelijk nog onder de verdreven gediend en was dus niet betrouwbaar volgens Khomeini. Aan hem loyale troepen werden dus samengebracht en rechtstreeks onder zijn bewind geplaatst. Hun rol: het ten koste van alles beschermen van de Islamitische Revolutie. De oprichting van de Revolutionaire Garde werd ook meteen ingeschreven in de grondwet, die later dat jaar werd aangenomen.

De oprichter van de Islamitische Revolutionaire Garde Khomeini is ook vandaag nog alomtegenwoordig in het straatbeeld

Groeiende invloed

In de loop van de jaren '80 verkreeg de Revolutionaire Garde alsmaar meer macht en invloed. Vooral onder het presidentschap van Ali Khamenei (van 1981 tot 1989) werden kosten noch moeite gespaard om de Garde verder uit te bouwen. In 1982 kreeg de Garde een afdeling om in het buitenland operaties uit te voeren, de zogeheten , die overal ter wereld Iraanse bondgenoten konden bijstaan. En in 1985 stond Khomeini toe dat de Revolutionaire Garde, naast een landmacht, ook een eigen marine en luchtmacht uitbouwde. 

Na de dood van Ayatollah Khomeini in 1989 trad Ali Khamenei in zijn voetsporen als nieuwe geestelijke leider van Iran. Er brak toen ook een periode aan met relatief gematigde Iraanse  presidenten zoals Ali Rafsanjani (1989-1997) en vooral Mohammed Khatami (1997-2005). 

De Revolutionaire Garde bleef in die jaren een beetje op de achtergrond, maar toen Khatami tijdens zijn ambtstermijn met een hervormingsagenda kwam, greep de Garde in. Ze kreeg daarvoor de steun van enkele conservatieve geestelijken en van de opperste geestelijke leider Ali Khamenei. Khamenei stond de Revolutionaire Garde toe een eigen inlichtingendienst uit te bouwen, zodat het politieke proces in Iran beter gecontroleerd en gestuurd kon worden. In 2005 werd Khatami als president dan ook opgevolgd door Mahmoed Ahmadinejad, zelf een veteraan van de Revolutionaire Garde.

Onder het presidentschap van Mahmoed Ahmadinejad (2005-2013) beleefde de Revolutionaire Garde gouden jaren

Gouden Jaren

Tijdens het presidentschap van Ahmadinejad beleefde de Revolutionaire Garde gouden jaren. Officieren van de Garde doken plots op in hoge politieke functies en de Garde verwierf in die periode ook een extreem machtige economische positie. Tal van overheidscontracten en miljarden aan leningen voor grote projecten stroomden naar de Revolutionaire Garde.

In 2009 ontstond er onrust onder de bevolking door geruchten over grootschalige corruptie en fraude, maar de protesten werden door de Revolutionaire Garde meteen de kop ingedrukt. Bovendien gaf Khamenei hen toen nog grotere inlichtingenbevoegdheden zodat ze mogelijke protesten voortaan in een vroeger stadium zouden kunnen lamleggen.

De Revolutionaire Garde had intussen wel de controle vergaard over het nucleaire programma van Iran, over het ballistische rakettenprogramma, over de inzet van drones en over grote delen van de economie (zoals de olie- en voedselsector). Volgens sommige bronnen controleert de Revolutionaire Garde tussen de 30 en de 50 procent van de Iraanse economie. Bovendien is de machtige marine van de Garde aan Iraanse zijde ook verantwoordelijk voor het scheepsverkeer in de , die van cruciaal belang is voor de wereldeconomie.

De restanten van een onderschepte Iraanse ballistische raket die de Revolutionaire Garde de afgelopen dagen op Israël afvuurde

Zware klappen

De steile opgang van de Revolutionaire Garde bleef ook in het buitenland niet onopgemerkt. Toen de VS zich in 2018 terugtrok uit het akkoord over het nucleair programma van Iran legde het voor het eerst ook sancties op aan leden van de Garde. In 2019 plaatste de VS de Revolutionaire Garde op de lijst van terreurorganisaties en in 2020 werd een hoge generaal van de Revolutionaire Garde, Qassem Soleimani, gedood door een Amerikaanse drone. Soleimani stond aan het hoofd van de Quds-brigades, die in het buitenland Iraanse bondgenoten zoals in Libanon of de in Jemen ondersteunden.

In 2022 kwam de Revolutionaire Garde opnieuw uitgebreid negatief in het nieuws door haar rol in het onderdrukken van het volksprotest na de dood van de jonge vrouw Jina Amini. Zij werd door de religieuze politie hard aangepakt omdat ze niet aan de kledingvoorschriften voldeed. Haar dood lag aan de basis van een maandenlange protestgolf, die uiteindelijk bloedig werd onderdrukt. Zeker 500 mensen kwamen om, 20.000 anderen verdwenen in de gevangenis.

In 2024 volgde een nieuwe tegenslag toen de president Ebrahim Raisa, die de Revolutionaire Garde goedgezind was, omkwam bij een helikoptercrash. Raisa werd beschouwd als een mogelijke opvolger van Ali Khamenei en zijn dood was ook voor de Garde een zware klap.

En dan volgde de Israëlisch-Amerikaanse aanval van juni vorig jaar. Daarbij werden de nucleaire installaties van Iran onder vuur genomen en kwamen ook verschillende commandanten van de Revolutionaire Garde om. De belangrijkste onder hen: opperbevelhebber Hossein Salami.

Hossein Salami, opperbevelhebber van de Revolutionaire Garde, werd in 2025 gedood bij Israëlisch-Amerikaanse bombardementen

En tot slot waren er de hernieuwde protesten van eind vorig jaar en begin dit jaar, de grootste sinds de Islamitische Revolutie in 1979. Die ontstonden door diepgewortelde onvrede bij steeds meer Iraniërs. Onder meer de crash van de Iraanse munt rial, de niet aflatende inflatie en de aanhoudende waterproblemen speelden een rol, maar uiteraard ook het verlangen naar meer vrijheid.

Honderdduizenden mensen trokken de straat op en wellicht tienduizenden van hen bekochten dat met hun leven. Het Iraanse ministerie van Gezondheid heeft het zelf over meer dan 30.000 doden in de eerste 48 uur van de crackdown, dus de totale dodentol ligt ongetwijfeld nog hoger. Daarmee zou dit de grootste massaslachting door geweervuur zijn sinds die van de nazi's in Babi Yar in 1941. Nu was ook voor de EU de maat vol en sinds eind januari staat de Revolutionaire Garde ook op de Europese terreurlijst.

Bij Iraanse protesten begin januari kwamen duizenden burgers om

Wat nu?

Sinds 28 februari 2026 leven we in een andere wereld. Bij een grootschalige Israëlisch-Amerikaanse aanval werd de opperste geestelijke leider Ali Khamenei gedood en daarmee is ook de Revolutionaire Garde een belangrijke steunpilaar kwijt. De vraag is dan ook hoe de machtige militaire organisatie daarop zal reageren.

De Amerikaanse president Trump deed hen al tot twee keer toe het aanbod zich over te geven in ruil voor wat hij dan noemt 'immuniteit'. Tot nog toe heeft dat aanbod weinig in beweging gebracht. Integendeel, Ali Larijani, hoofd van de hoogste veiligheidsraad van Iran, sterke man achter de schermen én veteraan van de Revolutionaire Garde liet al duidelijk verstaan dat er van gesprekken geen sprake kan zijn en van een overgave al helemaal niet.

Zijn laatste post op X laat aan duidelijkheid niets te wensen over: "Iran, in tegenstelling tot de VS, heeft zich voorbereid op een lange oorlog."

De vraag is ook: hoe geloofwaardig is het aanbod van Trump? Hoe kan de Amerikaanse president de naar schatting 190.000 leden van de Revolutionaire Garde, laat staan alle andere militairen en politiemensen, immuniteit verlenen? En dan zwijgen we nog over de zogeheten , een reusachtig vrijwilligerskorps, bestaande uit naar schatting 450.000 fanatieke en ideologisch gedreven militanten, die aangestuurd worden door de Revolutionaire Garde en vaak op de eerste rij staan bij het neerslaan van protesten en opstanden.

Bovendien: is het niet aan het Iraanse volk om te bepalen wat er met hun onderdrukkers, verantwoordelijk voor vele duizenden doden, moet gebeuren? Wellicht zullen niet veel Iraniërs zich door de belofte van een Amerikaanse president gebonden voelen als het er op aan zou komen af te rekenen met het huidige regime.

En tot slot: de Revolutionaire Garde is een wereld op zich. Ze leven in aparte wijken, beschikken over eigen en betere voorzieningen, worden beter betaald en zijn in alle opzichten beter af dan de gewone Iraniërs. Waarom zouden ze die gepriviligieerde positie zomaar opgeven?

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Maak van VRT NWS jouw voorkeursbron op Google

Google heeft een nieuwe functie gelanceerd waarmee je zelf kunt kiezen welke bronnen je eerst ziet wanneer je zoekt. Zo mis je nooit meer het laatste nieuws van VRT NWS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"