Naar hoofdinhoud

Feiten als verzet: het nut van journalistiek in een wankele tijd

Artikel luisteren
10min
Meer info

In tijden van oorlog is de waarheid ongeveer het eerste slachtoffer. Men kiepert nogal wat onzin en propaganda de wereld in als er hoofden en harten moeten worden veroverd in een gewapend conflict. Het resultaat is helaas chaos en verwarring. Dat was de voorbije week elke dag te zien toen raketten en drones heen en weer vlogen op en uit Iran. Björn Soenens richt zijn blik daarom op het nut van journalistiek in duistere tijden. 

De blik van Björn

"De ergste vloek die de techniek over ons heeft gebracht, is dat zij het onmogelijk maakt de actualiteit ook maar één seconde te vergeten." Woorden van Stefan Zweig in het beroemde boek 'De wereld van gisteren'. Elke zondag richt Björn Soenens zijn blik op de wereld en wat daarin verschuift en wankelt. Intussen proberen we met z'n allen niet mentaal te bezwijken onder de kolkende nieuwsstroom.

Ik werk al bijna 35 jaar in de massamedia. Daarin wordt per definitie altijd het heden uitvergroot: de woede, de blijdschap en de angst over wat er hier en nu aan de hand is. De waan van de dag regeert. Elke eis krijgt door het bestaan van massamedia een megafoon. Daardoor vergroot het ongenoegen in feite nog méér en radicaliseert het sneller dan ooit tevoren. Daarom is het nuttig om een keer stil te staan bij hoe woordenschat en informatie-overdracht werken.

Zo wordt taal al te vaak gebruikt om de waarheid te verdoezelen of de nek om te wringen. Woorden doen ertoe. En journalistiek dus ook. Meer dan ooit in deze wankele tijd. Er wordt tegenwoordig flink wat bijeen gelogen door een pak wereldleiders. Die lijken accuraat de dystopische roman '1984' te hebben gelezen van George Orwell. In dat boek verdraait een totalitaire staat voortdurend de werkelijkheid en manipuleert het de geesten van de bevolking. 

Oorlog is vrede. Vrijheid is slavernij. Onwetendheid is kracht

George Orwell in '1984'

Alle waarden worden op hun kop gezet. Een staat van oorlog zorgt er in feite voor dat de bevolking afhankelijk blijft van wat de staat vertelt, en zichzelf niet meer ontwikkelt of correct informeert. Met massahysterie moet je ook flink uitkijken. Ligt het gevaar echt overal op de loer?

Wij media durven dat soms te veel te laten uitschijnen. Emoties van de massa worden al te vaak ook uitgebuit door demagogische en antidemocratische politici. Waarheid is daardoor helaas een soort buffet geworden waaruit populistische leiders hun eigen feiten kiezen. In zo'n wereld kan je niet overtuigen met de waarheid.

Soms jutten wij media mee emoties op. Soms genereren we kliks door negatieve woorden te gebruiken. Vaak geldt: hoe sensationeler, hoe beter. Negatieve koppen lokken meer mensen. 

Er was een tijd waarin feiten een groot gewicht hadden. Feiten zijn daarom in principe ook weerbarstig. Aan feiten valt niet te tornen zonder argumenten, zonder bewijs, zonder de trage maar noodzakelijke arbeid van controle en tegenspraak. Feiten zijn vandaag gedevalueerd.

Het zijn vederlichte pluimen geworden, weg te blazen door de eerste de beste opinie die luid genoeg wordt rondgebazuind. In dat nieuwe landschap moet ook de journalistiek haar weg zoeken, vaak met tegenwind, soms in een orkaan van georganiseerde leugens. 

Trump vertelt leugens over de nucleaire deal met Iran van zijn voorganger Obama.

Zoals Donald Trump afgelopen maandagavond in het Witte Huis op tv boudweg beweerde dat de nucleaire deal die zijn voorganger Obama in 2015 onderhandelde met Iran en met de EU des duivels was “omdat die Iran toeliet om kernwapens te maken”.

In de journalistiek hadden op dat ogenblik alle bullshitradars luid moeten afgaan. Maar bijna niemand pikte de leugen op. Een pak beweringen worden dezer dagen zonder tegenspraak uitgezonden. Zo wordt geruisloos propaganda geboren.

De grootste uitdaging voor de journalistiek is niet dat mensen van mening verschillen. Dat is van alle tijden. Méér zelfs: het is de zuurstof van een democratie. Mensen mogen met recht en reden ergens voor of tegen zijn. De voorkeuren zijn vrij, zolang ze andere mensen niet in gevaar brengen of bedreigen. 

Het is de plicht van de journalistiek om diverse denkers en gedachten te tonen. Hoe kunnen we mekaar ooit beter begrijpen als we dat niet doen?

Björn Soenens

De uitdaging is dat meningen zich tegenwoordig vermommen als feiten, dat buikgevoel wordt verkocht als valabel onderzoek, en dat slogans de plaats innemen van nuance. Sociale media hebben de megafoon gedemocratiseerd. Iedereen zendt en iedereen ontvangt, maar niet iedereen controleert. Het onderscheid tussen redactie en commentaar, tussen verificatie en verontwaardiging, vervaagt tot een grijze brij waarin waarheid een kwestie van voorkeur lijkt.

Daarbovenop komt iets wat gevaarlijker is dan individuele misleiding: de georganiseerde leugen. Autocratische leiders weten dat donders goed. Het gaat niet om de toevallige verspreking of de menselijke fout, maar over de doelbewuste strategie om twijfel te zaaien. Twijfel over verkiezingen, over wetenschap, over journalistieke integriteit. Wie het vertrouwen in de scheidsrechter ondergraaft, hoeft de wedstrijd niet eens meer te winnen. Hij moet alleen zorgen dat niemand nog gelooft in de spelregels. Dat is de essentie van desinformatie als politiek wapen.

Heeft de waarheid nog zin?

Als Donald Trump in het openbaar liegt – zoals talloos vele keren tijdens zijn jaarlijkse toespraak tegenover de natie 10 dagen geleden - en zijn beleid baseert op verdraaide feiten, vragen veel journalisten die hem coveren zich terecht af wat uiteindelijk nog het nut is om de waarheid op te schrijven.

Journalisten bevinden zich daardoor in een paradox. Enerzijds moeten ze sneller werken dan ooit. De nieuwscyclus maalt onophoudelijk door. Wie te laat publiceert, wordt irrelevant. Anderzijds vraagt net deze tijd om traagheid: dubbelchecken, bronnen screenen, context bieden. Snelheid en zorgvuldigheid botsen frontaal.

In die botsing dreigt de journalistiek zichzelf te verliezen: door mee te hollen in de hysterie, ofwel door zich terug te plooien in ivoren torens waar het grote publiek niet langer komt. Het is dé uitdaging van deze tijd: juiste informatie op een toegankelijke manier bij groepen krijgen die soms al vatbaar zijn voor propaganda, doembeelden over de wereld, angsten over migranten, hun plek in de maatschappij en nepnieuws op het internet. 

Bij The Washington Post vond een kaalslag plaats: een krimpende redactie na besparingsdrift.

Er is helaas ook de economische realiteit. Kijk naar de recente grote ontslagronde bij de krant The Washington Post in de VS. Kijk naar de ontslagen bij Mediahuis in Vlaanderen, de fusies en besparingen bij DPG, opgelegde bezuinigingen bij VRT, opdrogende subsidies voor MO-magazine. Redacties krimpen, advertentie-inkomsten verschuiven naar technologieplatformen die zelf geen journalistieke verantwoordelijkheid dragen.

Onderzoeksjournalistiek als tegengif

Onderzoeksjournalistiek is duur, tijdrovend en risicovol. Maar net de onderzoeksjournalistiek is het tegengif tegen georganiseerde leugens. Zonder middelen geen machtige tegenmacht. Zonder tegenmacht geen controle op wie de waarheid naar zijn hand wil zetten. Onderzoeksjournalistiek is hier en daar gelukkig springlevend: kijk naar het succes van mijn VRT NWS-collega’s van het spraakmakende Pano. Ze leggen heel vaak ongemakkelijke waarheden bloot.

Ook sommige vormen van burgerjournalistiek zijn nuttig en waardevol als tegengewicht. In professioneel opzicht zijn ze misschien geen journalisten, maar hun stem voegt een aspect van de waarheid toe: ogen en oren op het terrein, tussen de mensen, met scherpe en doorleefde observaties. Maar het is hard zoeken naar de parels tussen de journalistieke onzin of de agressieve bagger op het internet. Het is daarom een trend, en bewijs van de versplintering in de journalistiek: velen volgen niet meer per definitie een mediabedrijf, maar een persoon die ze geloofwaardig achten. 

Journalistiek kan zich deprimerend defaitisme niet permitteren. De kern van het vak blijft onveranderd: verifiëren, contextualiseren, uitleggen

Björn Soenens

Transparantie wordt daarbij cruciaal. Hoe kwam een verhaal tot stand? Welke bronnen zijn gebruikt? Wat weten we niet? Door het publiek mee te nemen in het proces, kan vertrouwen worden herwonnen. Door te tonen hoe journalistiek werkt. Door te ontmaskeren, door op woordenschat te wijzen die verhult.

Ik hoorde het journalistieke monument (en één van mijn vroegere leermeesters) Walter Zinzen (bijna 89 jaar oud) recent zeggen in het tv-programma 'De inzichten'. “Waarom,” aldus Zinzen, “zeggen we dat mensen 'omkomen' in een oorlog, als ze eigenlijk in grote aantallen worden 'vermoord'? ” Woorden doen er toe. Journalistiek moet niet verhullen of versuikeren.

Walter Zinzen (88) trekt bij Nic Balthazar van leer tegen de verhullende woordenschat in de journalistiek.

VRT NWS heeft zijn eigen factcheckredactie. Die factchecks zijn nuttig en nodig, ook al overtuig je lang niet iedereen met feitenkennis in een tijd waarin de ratio het vaak niet haalt van het buikgevoel. Traag denken is nadenken, en is noodzakelijk in tijden van hysterie en wankelmoedigheid.

Ook de Europese Unie doet inspanningen om desinformatie te bestrijden, met eind februari 2026 de start van een gloednieuw European Centre for Democratic Resilience, een soort schild om buitenlandse informatiebeïnvloeding en desinformatie tegen te gaan en de democratie te beschermen. 

Die bescherming is hard nodig. Journalisten die verslag doen van demonstraties of gevoelige onderwerpen worden soms fysiek aangevallen. Tijdens de bestorming van het Capitool in 2021 zag ik van dichtbij hoe camera’s werden vernietigd. Ik zag hoe verslaggevers geïntimideerd of mishandeld werden, terwijl desinformatie zich razendsnel verspreidde via sociale media.

Ik stond tussen de bestormers in Washington D.C. Mijn vrouw geloofde vanuit New York (mijn toenmalige woonplaats) niet dat ik er zonder kleerscheuren van af zou komen. Ze stond doodsangsten uit toen ze op de televisie keek naar de orgie van geweld van de bestormers.

Koorddansen boven een ravijn

De journalistiek moet opnieuw leren luisteren. Niet om elke mening als gelijkwaardig te behandelen, maar om te begrijpen waar wantrouwen vandaan komt. Dat dempt extremisme. Wie zich niet gehoord voelt, zoekt alternatieve waarheden. Dat vraagt empathie zonder naïviteit, openheid zonder toegevingen aan onwaarheden. Het is een koorddans boven een ravijn van polarisatie.

De toekomst van journalistiek hangt af van moed: om tegen de stroom in te gaan, om leugens effectief leugens te noemen, ook wanneer dat impopulair is

Björn Soenens

De intellectuele moed om fouten toe te geven en te corrigeren. De moed om te blijven geloven dat feiten ertoe doen, zelfs wanneer ze worden overschreeuwd.

In een tijd waarin meningen zich aankleden als feiten, en leugens zich organiseren als campagnes, is journalistiek geen neutrale bezigheid meer. Journalistiek is een publieke dienst, een democratische noodzaak. Journalistiek blijft in dit wankel tijdsgewricht onmisbaar om de waarheid te verankeren in een zee van rumoer. 

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"