Er zijn vorig jaar opnieuw minder everzwijnen geschoten in Vlaanderen. Dat blijkt uit de jaarcijfers van het INBO. Ook in Limburg, waar traditioneel de meeste dieren worden geschoten, liggen de cijfers een stuk lager dan enkele jaren geleden. De provincie blijft wel koploper in het aantal geschoten everzwijnen.
Minder everzwijnen geschoten in Vlaanderen dan vorig jaar, Limburg blijft koploper
Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) verzamelt elk jaar de cijfers over de everzwijnenjacht in Vlaanderen. Daaruit blijkt dat het afschot in 2025 verder is gedaald. Afgelopen jaar werden er zo'n 2.500 everzwijnen geschoten. Dat zijn er 900 minder dan het jaar voordien, toen het om 3.400 dieren ging.
Limburg blijft echter de koploper waar veruit de meeste everzwijnen worden geschoten. Dat is historisch zo gegroeid, want dat is waar de everzwijnenpopulatie ooit begon en waar ze nog steeds het grootst is door de uitgestrekte natuurgebieden.
In 2025 werden er in de provincie in totaal zo'n 1.700 everzwijnen geschoten. Ter vergelijking: in het piekjaar 2021 werden in Limburg alleen al meer dan 3.000 wilde zwijnen geschoten.
Weinig jongen en te veel nootjes
Een belangrijke verklaring ligt bij wat experts een mastjaar noemen: een jaar waarin eiken en beuken veel vruchten dragen. "Het jaar 2024 was een erg slecht 'mastjaar' en dat heeft directe gevolgen voor de voortplanting. Daardoor zijn er veel minder jongen geboren", vertelt Jim Casaer van het INBO. "Daardoor was er in 2025 simpelweg een kleinere populatie."
Tegelijkertijd was er in 2025 dan weer een overvloed aan eikels en beukennootjes. Dat heeft een dubbel effect: enerzijds was de populatie al kleiner door het slechte jaar 2024, anderzijds laten de dieren vaker de maïs liggen waarmee jagers ze proberen te lokken.
"Als er overal natuurlijk lekkers ligt, hebben die everzwijnen geen enkele reden om voor die maïskorrels te gaan", legt Casaer uit.
Exacte populatie blijft moeilijke schatting
Hoeveel everzwijnen er momenteel precies door de Limburgse bossen dwalen, blijft een moeilijke schatting. Er is momenteel geen standaardmethode om de volledige populatie exact te tellen. Daarom wordt er volop geëxperimenteerd met nieuwe technieken.
"We zijn internationaal hard aan het werken met cameravallen om naar densiteitsschattingen te gaan", vertelt Casaer. "Dat staat nog in zijn kinderschoenen, maar we hopen over een paar jaar echt betere resultaten te kunnen voorleggen. Tot die tijd blijven de jachtstatistieken de belangrijkste graadmeter voor de Limburgse populatie."
Regionaal nieuws uit Limburg

