Een van de meest gebruikte en misbruikte woorden in de Amerikaanse woordenschat is 'vrijheid'. Maar die geroemde vrijheid ligt zwaar onder vuur, en betekent voor uiteenlopende Amerikanen ook iets totaal anders. Trump verwees afgelopen week in zijn State of the Union, de jaarlijkse toespraak tot de natie, vele keren naar die zogenaamde Amerikaanse vrijheid. Björn Soenens richt zijn blik deze week op de vele wisselende gezichten van vrijheid en onvrijheid in Amerika.
Sterren, strepen, en (on)vrijheid in Amerika
De blik van Björn
"De ergste vloek die de techniek over ons heeft gebracht, is dat zij het onmogelijk maakt de actualiteit ook maar één seconde te vergeten." Woorden van Stefan Zweig in het beroemde boek 'De wereld van gisteren'. Elke week richt Björn Soenens op zondag zijn blik op de wereld en wat daarin verschuift en wankelt. Intussen proberen we met z'n allen niet mentaal te bezwijken onder de kolkende nieuwsstroom.
In Amerika is vrijheid geen woord, maar bijna een geboorterecht. Het staat in marmer gebeiteld, wappert op elke straathoek en wordt met bombastische grandeur uitgesproken bij sportwedstrijden, in klaslokalen en op campagnebijeenkomsten. Vrijheid is in de Verenigde Staten geen abstract begrip, het is een handelsmerk.
Maar wie dezer dagen goed kijkt, merkt dat het etiket nogal makkelijk loskomt van de inhoud. Vrijheid betekent in de VS in de eerste plaats: met rust gelaten worden door de overheid. “Don’t tread on me.” Geen betutteling, geen opgeheven vinger.
Nochtans is de Amerikaan op duizend en één andere manieren onvrij. Door zijn werkgever, die zijn ziekteverzekering bepaalt. Door de zorgkosten zelf, die nagenoeg onbetaalbaar zijn. Door zijn studieschuld, die als een zware hypotheek op zijn toekomst weegt. Door een persoonlijke kredietscore, die bepaalt of de Amerikaan een lening mag afsluiten, een huis mag huren of een auto kan leasen.
Vrijheid in Amerika is vaak: de vrijheid om te kiezen tussen 2 opties die allebei geld kosten dat je niet hebt. Geloof me, ik heb het met eigen ogen gezien. Ik heb 8 jaar in die Amerikaanse financiële jungle geleefd.
Björn Soenens, analist VRT NWS
Het lekken van de vrijheid
Er is in Amerika vaak zo’n hemelsbreed verschil tussen wat het zegt en wat het doet. Er is geen land dat feller ten strijde trekt voor meer vrijheid en minder regels. Er is tegelijk geen land dat ik ken met zo ontzettend veel regels en bureaucratie. Toen ik er leefde werden mijn vrouw en ik er vaak gek van.
Zelfs een simpele kredietkaart aanvragen is een beproeving in de VS. Een gebouw binnenkomen: bijna altijd moet je je identiteit bewijzen, en vervolgens een sticker met je naam op je jas plakken voor je binnen mag. En zo vaak moet eerst je rugzak of aktetas door de metaaldetector. Altijd hindernissenkoers. Altijd een beetje onvrijheid.
Ik maakte ooit mee dat het venster aan de zijkant van mijn flat op de 8e verdieping op een dag een zwart gat werd. Toen er een gebouw naast ons appartementencomplex werd opgetrokken, gingen de gemetselde stenen tot tegen het raam. Jammer, maar helaas. Vrijheid in de VS voelt soms aan als bijzonder tijdelijk.
En als je een klacht hebt over een storing of defect, dan moet je het meestal doen met het woord dat vooral mijn vrouw in haar eeuwige strijd met allerhande instanties te dikwijls heeft gehoord: Unfortunately! De Amerikaanse vrijheid komt vooral in maandelijkse afbetalingen.
Vrijheid is meer dan een slogan. Ze is een praktijk, een cultuur, een dagelijkse oefening in tegenspraak en bescherming van minderheden. Wanneer die oefening wordt ontmoedigd of bestraft, lekt de veelgeroemde vrijheid langzaam weg.
Vrijheid van pers bijvoorbeeld. Waar kritische media tot voor kort al werden weggezet als nepnieuws, worden ze vandaag zelfs structureel buitenspel gezet. Toegang tot het Pentagon of het Witte huis wordt selectiever, en de publieke omroep (PBS en NPR) is financieel drooggelegd. Bevriende mediakanalen zoals FOX NEWS krijgen de rol van megafoon.
Het effect is subtiel, maar diepgaand: zelfcensuur groeit waar openlijke censuur niet eens nodig blijkt. Journalisten voelen de druk van rechtszaken, intimidatie en een vijandige retoriek die hen tot politieke tegenstanders maakt in plaats van waarnemers. Vrijheid van meningsuiting lijkt alleen te gelden voor een bepaald politiek spectrum, voor de “juiste” mening. De waarheid wordt als leugen afgeschilderd. Een bijzonder treffend voorbeeld was toen Trump het hoofd statistiek ontsloeg van het ministerie van Arbeid. De banengroei viel lager uit dan verwacht en dat ongemakkelijke feit werd meteen bestraft.
Sociale media zijn arena’s geworden waar reputaties in enkele uren vakkundig worden gesloopt. Je bent vrij om alles te zeggen, maar niet vrij van de gevolgen van een digitale volksjury. Polarisering is in de VS geen randverschijnsel, maar een businessmodel. Vrijheid van meningsuiting is al te vaak de vrijheid om leugens de wereld in te slingeren. Woede verkoopt beter dan nuance. Strijd tegen desinformatie en manipulatie wordt gekapitteld als inperking van het vrije woord. Vrijheid is verworden tot het recht om te liegen en de leugen als rechtmatige mening te presenteren.
Ook de academische vrijheid kraakt. Universiteiten die diversiteitsprogramma’s of klimaatonderzoek verdedigen of promoten, riskeren federale sancties. Subsidies worden hefboom en dreigement tegelijk. In een land dat zichzelf graag ziet als bakermat van innovatie, wordt kennis steeds vaker gewogen op ideologische bruikbaarheid.
Wat niet past in het narratief van nationale herbronning en het herschrijven van de geschiedenis, wordt gewist of op droog zaad gezet. Aan de A&M University in Texas is zelfs het doceren over Plato in de filosofieles aan strenge regels gebonden. Het mag niet gaan over genderideologie en seksuele oriëntatie. Verboden gedachten.
Sommige boeken worden op de zwarte lijst gezet en uit schoolbibliotheken gehaald. Dat is de vrijheid, zo heet het, om zogezegde linkse indoctrinatie tegen te gaan. Zo kan je censuur verkopen als het verdedigen van academische vrijheid.
Björn Soenens, analist VRT NWS
Amerika permitteert zich dezer dagen de vrijheid om lang bestaande milieuregels de vuilnisbak in te kieperen. CO2-uitstoot: de Amerikaanse overheid maalt er niet meer om. Uitstoot van kwik wordt voortaan niet meer gemeten of gereguleerd. Klimaatopwarming bestaat in feite niet. Er is ruimte en permissie om in beschermde natuurgebieden olie te boren. Freedom!
De vrijheid om een wapen te dragen is bijna heilig. Met die vrijheid vinden jaarlijks 40.000 Amerikanen de dood door schotwonden. Vrijheid betekent voor Amerikanen in de eerste plaats: zelf je plan trekken, desnoods met fatale gevolgen.
Amerikanen denken anders
Europeanen associëren vrijheid vaak met zekerheid: toegang tot gezondheidszorg, onderwijs, en openbaar vervoer. In Amerika is de blik anders gekeerd: daar wordt zekerheid sneller gezien als afhankelijkheid. De overheid die helpt, is ook de overheid die controleert. Dat is de Amerikaanse denkwijze. Dus houdt men die overheid liever klein, zelfs als dat betekent dat als je valt, je veel dieper valt.
Sinds Trump II heerst er in de VS, in de woorden van de Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer, een soort “absolute democratie”, met aanzienlijk minder vrijheid voor wie tot de minderheid behoort. Trans personen worden afgeschaft of beschimpt, en vreemdelingen worden gedeporteerd in naam van de vrijheid in Amerika. Als je betoogt tegen ICE, kan je je leven riskeren.
In de ogen van Donald Trump is democratische uitwisseling van ideeën overbodig geworden sinds hij weer aan de macht is. Trump claimt het monopolie op de gezonde volkswil, en het monopolie op de waarheid.
Vrijheden verdwijnen niet spectaculair, ze eroderen. En misschien is dat het meest verontrustende: dat een democratie niet noodzakelijk sterft in één dramatisch moment, maar kan uitdoven in stapsgewijze stilte.
Björn Soenens, analist VRT NWS
Ondanks de grote vertrouwensschokken van het voorbije jaar, blijft de aantrekkingskracht van de Verenigde Staten verbazingwekkend groot. Hoe vaak krijg ik niet de vraag of ik de VS nog keihard mis, nu ik na 8 jaar leven en werken in Amerika weer voltijds in Europa verblijf. Er zit een hunkering in die vraag vervat, een onverholen verlangen naar Amerika.
Omdat vrijheid in de VS, in de mythe over Amerika, ook ambitie inhoudt: de overtuiging dat je jezelf kunt heruitvinden, dat falen geen stigma is maar een tussenstap. Dat je mag dromen zonder toestemming te vragen. Die energie is zeer Amerikaans, en zeer tastbaar, en bijna besmettelijk. Maar de batterij is al enige tijd leeg aan het lopen. Het WAW-gehalte van Amerika lijkt zich gestaag richting uitgang te begeven. Wie had dat ooit gedacht van Amerika, het land dat ooit bekendstond als de hoeder van de vrijheid?


