Uit de definitieve resultaten van een onderzoek van de overheid in een school in Ronse blijkt dat de blootstelling op school wellicht niet de verklaring is voor verhoogde PFAS‑waarden die bij sommige kinderen werden vastgesteld. Sommige ouders waren ongerust, nadat ze bij tests die ze op eigen initiatief lieten uitvoeren hoge waarden hadden vastgesteld bij hun kinderen. De school blijft volgens de overheid een veilige omgeving voor de kinderen. Milieu-expert Willy Baeyens stelt vragen bij het onderzoek.
Definitieve resultaten na staalafnames overheid in school Ronse: blootstelling aan PFAS is "onwaarschijnlijk"
Experten van de overheid hebben op vraag van ongeruste ouders verschillende metingen uitgevoerd op de speelplaats en in de klaslokalen van de Serafijnschool in Ronse. Onderzoekers analyseerden stofstalen van de bodem, de vloeren en moeilijk bereikbare plekken zoals raamkozijnen. Er werd specifiek gezocht naar de giftige stof PFAS, maar ook naar de vlamvertrager BDE-209 en de weekmaker bisfenol A.
De resultaten van het onderzoek liggen in de lijn van de voorlopige resultaten, die eerder al bekend werden gemaakt. Zo stelt het rapport van het Departement Zorg dat "de PFAS‑waarden in de bodem van de speelplaats laag zijn en ruim onder de geldende toetsingswaarden liggen."
Het rapport stelt ook dat "de PFAS-gehaltes in de vloerstofmetingen grotendeels in dezelfde grootteorde liggen als waarden die in andere Vlaamse studies naar PFAS in binnenhuisstof zijn vastgesteld."
"Enkel op oude, moeilijk bereikbare vensterkozijnen werden hogere concentraties gevonden", zegt Joris Moonens van het Departement Zorg. "Maar het risico dat kinderen hiermee in contact komen, is volgens de resultaten van het rapport zeer laag."
Blootstelling op school
"Op basis van deze gegevens is blootstelling op school onwaarschijnlijk als verklaring voor de verhoogde PFAS-waarden die eerder bij sommige kinderen in het bloed werden vastgesteld", aldus Moonens. Hij benadrukt dat kinderen er nog altijd veilig buiten kunnen spelen. De school krijgt wel het advies om regelmatig nat te poetsen en de kinderen aan te moedigen hun handen te wassen.
Voor bisfenol A en de vlamvertrager BDE-209 werden in sommige lokalen wel verhoogde concentraties aangetroffen. Uit het onderzoek blijkt dat die concentraties niet veroorzaakt worden door de omgeving of nabijgelegen industrie, maar door lokale bronnen in de klassen zelf, zoals elektronica. Omdat er voor die stoffen een Europees verbod geldt, zullen ze naar verwachting stelselmatig uit de omgeving verdwijnen.
Vragen over onderzoeksmethode
Willy Baeyens, milieu-expert bij de VUB, plaatst vraagtekens bij die conclusies. In een interview met nieuwswebsite Apache, en achteraf ook met VRT NWS, stelt hij dat de staalnameperiode te kort was om een representatief beeld te kunnen krijgen van de werkelijke blootstelling via de lucht.
De professor vindt ook dat de toetsingswaarde voor PFOS in het onderzoek te hoog ligt. Hij vindt dat de onderzoekers een richtinggevende waarde van 3 microgram per kilogram moeten hanteren, zoals onlangs in een Vlaamse omzendbrief stond over PFOS in bodemmaterialen voor woongebied.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


