De Chinese president Xi Jinping voert de grootste militaire zuivering door sinds de Culturele Revolutie. Meer dan vijftig topgeneraals zijn verdwenen. Tegelijk investeert China massaal in wapens, schepen en raketten. Wat is er aan de hand, en moeten we ons zorgen maken? We onderzoeken het in de VRT NWS-podcast China voorbij de muur.
Ontslagen in de legertop: bereidt China zich voor op oorlog?
Samenvatting:
De Chinese president Xi Jinping voert een grote militaire zuivering door: meer dan vijftig topgeneraals zijn verdwenen, waaronder de nummer twee van het leger, Zhang Youxia, en de chef van de generale staf, Liu Zhenli.
Tegelijk investeert China fors in militaire macht, met nieuwe wapens, schepen en raketten; het land heeft nu meer oorlogsschepen dan de VS en werkt aan zes extra vliegdekschepen tegen 2035.
Volgens professor Sven Biscop (UGent) zijn de zuiveringen vooral een machtsstrijd en geen directe voorbode van oorlog: "Dat China zich voorbereidt op oorlog, is normaal voor een grootmacht."
Er gaat geen dag voorbij of China zit in het nieuws. Maar kennen we het land echt? Begrijpen we hoe de Chinezen denken, wat ze willen, hoe het eraan toegaat in de Chinese samenleving én welke invloed dat heeft op ons leven? VRT NWS-experten Tom Van de Weghe en Veerle De Vos zoeken het uit in de maandelijkse podcast 'China voorbij de muur'.
Het haalde bij ons amper de hoofdpunten van het journaal, maar het was wel opmerkelijk: eind januari verdwenen niet één, maar twee topfiguren uit het Chinese leger achter de tralies. Generaal Zhang Youxia, de nummer twee van de Centrale Militaire Commissie, na Xi Jinping de machtigste militair van China, en generaal Liu Zhenli, de chef van de generale staf. De officiële beschuldiging sprak over "ernstige schendingen van discipline en wet", wat suggereert dat Zhang zich niet alleen verrijkt heeft, maar ook professioneel verzet pleegde tegen Xi's koers.
Zhang was geen gewone generaal. Hij was een leeftijdsgenoot van Xi, iemand met dezelfde achtergrond: allebei kinderen van founding fathers van de Volksrepubliek, hun vaders vochten samen in het leger. Zhang was mogelijk de enige in de legertop die Xi nog durfde tegen te spreken. En hij was een van de laatste topfiguren met echte gevechtservaring, uit de Chinees-Vietnamese oorlog van 1979.
Hun val is het meest recente hoofdstuk in een zuivering die haar weerga niet kent. In de zevenledige Centrale Militaire Commissie (het machtigste orgaan aan de top van het Volksbevrijdingsleger) zitten nu nog maar twee actieve leden: Xi Jinping zelf en Zhang Shengmin, het hoofd van de disciplinecommissie, een carrièrepoliticus zonder enige operationele ervaring. Op Chinese sociale media werd sarcastisch opgemerkt dat ze met z'n tweeën niet eens een WeChat-groep konden vormen, want daarvoor heb je minstens drie personen nodig.
Luister hier naar de podcast
Van boerenleger tot supermacht
Om te begrijpen hoe bijzonder die zuivering is, helpt het om even terug te kijken naar de oorsprong van het Chinese leger. Professor Hans van de Ven, autoriteit op het gebied van de Chinese militaire geschiedenis aan de universiteit van Cambridge én die van Peking, schetst een bescheiden begin: het Volksbevrijdingsleger begon als een boerenleger van Mao. In elk dorp waar ze doortrokken werden mensen ingelijfd, soms zelfs verkocht door hun arme ouders.
In China kan je eindeloze tv-series bekijken over de heldhaftige avonturen van dat vroege Rode Leger (zoals ook het leger in de Sovjetunie heette), maar dat beeld klopt niet helemaal, zegt Van de Ven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren het vooral de troepen van de nationalistische Kuomintang die de grote gevechten tegen Japan leverden. Mao profiteerde van de situatie om zijn eigen leger en machtspositie te versterken. Van de Ven trekt zelfs een gedurfde conclusie: zonder de Japanse aanval op China was er vandaag geen communistisch China. Het was de chaos van de oorlog die Mao de ruimte gaf om de Volksrepubliek te stichten.
Het Chinese leiderschap voelt zich kwetsbaar, ondanks de schijnbaar onaantastbare positie van Xi
Hans van de Ven, professor moderne geschiedenis aan de universiteit van Cambridge én Peking
Na de oorlog moderniseerde het leger dankzij Russische steun. Ze komen van ver, maar intussen heeft China een ultramodern leger dat op sommige vlakken het Amerikaanse voorbijsteekt. Met een defensiebudget van 247 miljard dollar, het op een na grootste ter wereld, heeft China nu méér oorlogsschepen dan Amerika. Waar de Amerikanen wél een duidelijke voorsprong hebben, is in gevechtservaring. Het Amerikaanse leger vecht al meer dan twintig jaar in Irak, Afghanistan en Syrië. Het Chinese leger heeft bijna een halve eeuw geen oorlog meer gevoerd.
'De Partij beveelt het geweer'
Cruciaal verschil met westerse legers: het Volksbevrijdingsleger is geen gewoon nationaal leger. De slogan is niet voor niets "de Partij beveelt het geweer". Van de Ven legt uit dat het leger formeel in dienst staat van de Communistische Partij, niet van de staat. Aan de top staat de Centrale Militaire Commissie, voorgezeten door de partijvoorzitter, Xi Jinping. In de jaren tachtig waren er plannen om dat te veranderen en het leger minder afhankelijk te maken van de politiek, maar die zijn uiteindelijk opgegeven.
Dat maakt de huidige zuivering nog opmerkelijker. Professor Sven Biscop, internationaal veiligheidsexpert aan de universiteit Gent, ziet in de eerste plaats een machtsstrijd: "De officiële lijn is anticorruptie, dat kan natuurlijk ook gewoon een deel van de verklaring zijn. Een andere analyse is dat sommigen van de nu gezuiverde generaals misschien gekant waren tegen het beleid dat Xi voor ogen heeft. Vergeet niet dat hij nog niet voor het leven benoemd is, maar telkens voor een volgende termijn verlengd moet worden."
Van de Ven voegt daar een diepere laag aan toe: onderschat niet hoe kwetsbaar het Chinese leiderschap zich voelt, ondanks de schijnbaar onaantastbare positie van Xi. Wie in Peking rondloopt in de buurt van Zhongnanhai (het ommuurde complex waar de partijtop resideert) voelt die onzekerheid. Die heeft ook te maken met de slechte economische toestand, zegt Van de Ven. De massale ontslagen in defensie en elders zijn mede een uiting van die fundamentele onzekerheid aan de top.
Raketten gevuld met water
De zuiveringen werden niet alleen aangedreven door een abstracte machtsstrijd, maar door concrete, operationeel verwoestende corruptie. Volgens Amerikaanse inlichtingenrapporten bleken Chinese raketten gevuld met water in plaats van brandstof. Corrupte functionarissen hadden de raketbrandstof op de zwarte markt verkocht. Hele velden raketsilo's in de provincie Xinjiang waren uitgerust met deksels die niet opengingen door slechte constructie.
Wie generaal wilde worden, moest minstens anderhalf miljoen dollar op tafel leggen. Zelfs voor een gewone soldatenpositie moest je betalen. Het hele systeem draaide op smeergeld, van laag tot hoog. Een Chinese generaal vatte het een paar jaar geleden treffend samen: 'Waar is het leger in veranderd? We staan niet tegenover het slagveld, we staan tegenover een supermarkt. Alles heeft een prijs.' Die corruptie kwam zelfs de CIA goed uit: de Amerikaanse inlichtingendienst betaalde jarenlang het smeergeld voor Chinese agenten, zodat die konden opklimmen in de militaire hiërarchie.
Een kernidee in de Chinese cultuur is eigenlijk dat oorlog best vermeden kan worden.
Hilde De Weerdt, professor Chinese geschiedenis aan de KU Leuven
Maakt al die corruptie het leger ook echt zwakker? Biscop waarschuwt voor te snelle conclusies: "Corruptie kan een leger van binnenuit uithollen, dat zie je ook in Rusland. Als het erop aankomt, als het een kwestie is van leven en dood, dan wordt heel veel gewoon opgelost, ook al moet er geïmproviseerd worden. Je mag er niet vanuit gaan dat het leger daardoor niet meer kan vechten."
Chaos aan de top, wapens in de fabrieken
Want hier wringt het schoentje: terwijl de top van het leger wordt ontmanteld, draait de wapenindustrie op volle toeren. China beschikt nu over ruim zeshonderd kernkoppen, op schema om er duizend te bereiken tegen 2030. Er is een nieuwe conventionele raket, de DF-27, die het Amerikaanse vasteland kan bereiken. En in december 2024 vlogen twee gevechtsvliegtuigen van de allernieuwste generatie hun eerste vluchten, de J-36 en de J-50. De Amerikaanse tegenhanger (de F-47) wordt pas in 2028 verwacht. China loopt drie tot vier jaar voor.
Op zee beschikt China over meer dan 370 grote oorlogsschepen. Het afgelopen jaar groeide de Chinese marine met dertig schepen; de Amerikaanse met slechts twee. China plant zes extra vliegdekschepen tegen 2035. En dan is er een detail dat militaire analisten echt zorgen baart: China bouwt speciale brugschepen die samen een verplaatsbare pier van meer dan achthonderd meter kunnen vormen, ontworpen om aan te koppelen aan civiele veerboten die al zijn uitgerust om militaire voertuigen inclusief tanks te vervoeren.
Biscop trekt een veelzeggende vergelijking: "Kijk naar Rusland. Dat land dacht dat het zeer goed voorbereid was om een oorlog in Oekraïne te beginnen, vier jaar later zitten ze vast in een uitputtingsslag. Aan de andere kant: ze blijven wel voortvechten. Eens een leger in oorlog is, leert het heel snel. Want wie niet leert, is dood. Laat ons er niet van uitgaan dat China militair zo zwak is dat het zichzelf zwak vindt."
Sunzi en de kunst van het oorlog vermijden
Om te begrijpen wat China met al die militaire macht van plan is, helpt het om even terug te grijpen naar de Chinese strategische traditie. "De Kunst van het Oorlogvoeren" van Sunzi, meer dan 2.500 jaar oud, is nog altijd razend populair in China. Er verschijnen tientallen nieuwe edities per jaar, van Sunzi voor ondernemers tot Sunzi voor sporters. Professor Hilde De Weerdt van KU Leuven wijst op de kern van het werk: "Het kernidee is eigenlijk dat oorlog best vermeden kan worden. Zelfs al zou je alles winnen en geen enkel verlies lijden op het slagveld, dan nog kost een oorlog altijd. Er is altijd een prijs te betalen."
Oorlog mag alleen wanneer het voortbestaan van het land op het spel staat, en als er dan toch gestreden moet worden, moet de overwinning zo snel mogelijk worden behaald. Verder draait het boek om strategieën om de vijand te misleiden, op het verkeerde been te zetten, zijn zwaktes te exploiteren, zodat je zonder al te veel inzet de bovenhand krijgt. Het verklaart waarom het boek ook buiten militaire kringen zo populair is: in het zakenleven gelden dezelfde principes.
De Weerdt herkent dat pragmatisme ook in de Chinese bestuurscultuur van vandaag: "Het idee dat als je zoiets begint, er een enorme kost kan zijn, dat heeft men goed door en daar denkt men zeker aan." Het is, zegt ze, bijna ondenkbaar dat het Chinese leiderschap zich zou laten verleiden tot het soort onbesuisde escapades dat we elders in de wereld gezien hebben. Dat pragmatisme is deels cultureel erfgoed, maar ook koel politiek realisme.
De 2027-vraag: deadline of waanbeeld?
Dat klinkt geruststellend, maar ondertussen tikt de klok. Dé grote vraag die iedereen bezighoudt: is 2027 het jaar waarin de Volksrepubliek Taiwan zal inlijven? Amerikaanse inlichtingendiensten waarschuwen al langer dat Xi zijn leger heeft opgedragen tegen dat jaar klaar te zijn. Het is ook het jaar waarin het Volksbevrijdingsleger zijn honderdste verjaardag viert.
Biscop kijkt anders naar die deadline: "De mensen die met jaartallen schermen, gaan ervan uit dat het sowieso de Chinese intentie is om Taiwan militair te bezetten. Ik ben er niet zeker van dat dat al de expliciete bedoeling is. China wil in staat zijn om Taiwan militair te bezetten als dat in hun oordeel nodig zal zijn. Dat is nog iets anders dan zeggen dat ze dat sowieso op een bepaald moment doen."
Het Pentagon spreekt over 2027 als een "capaciteitsdrempel", het moment waarop de materiële voorbereiding voor grote operaties voltooid zou zijn, niet een vaststaand invasieplan. De zuiveringen compliceren dat beeld. Het Eastern Theater Command, direct verantwoordelijk voor Taiwan, is effectief onthoofd. Zeven van de negen generaals die in oktober werden gezuiverd, hadden eerder in dat commando gediend. De planners zijn weg, maar de wapens zijn er wel.
Biscop maakt een fundamenteel punt: "Dat China zich voorbereidt op oorlog, daarvan zou je kunnen zeggen dat dat normaal is. Elke grootmacht die zichzelf serieus neemt, bereidt zich voor op alle scenario's. Dat wil op zich nog niet zeggen dat het plan is om die oorlog zelf te beginnen. China ziet zichzelf vaak in meer defensieve modus. Wij denken vaak: als iemand almachtig is, heeft die vooral agressieve plannen. Vaak is de mindset: wij zijn bedreigd, wij zijn omringd door externe vijanden."
Dat een grootmacht als China zich voorbereidt op oorlog, is eigenlijk normaal.
Sven Biscop, professor politieke wetenschappen aan de UGent
De les van de geschiedenis
China ziet zichzelf dus als verdediger, niet als aanvaller. De geschiedenis vertelt een ander verhaal. China is in het verleden wél degelijk ten oorlog getrokken, ook wanneer het leger daar helemaal niet klaar voor was. In 1950 trok het de Koreaanse oorlog in terwijl het land nog aan het bijkomen was van een verwoestende burgeroorlog. In 1962 viel het India aan, kort nadat de belangrijkste legercommandant was ontslagen. En in 1979 stuurde Peking een slecht voorbereid leger naar Vietnam, waar het zware klappen kreeg, dezelfde oorlog waarin Zhang Youxia vocht. Telkens opnieuw woog de politiek zwaarder dan de vraag of het leger er wel aan toe was.
Van de Ven plaatst die precedenten in een bredere historische context. Het Chinese leger heeft altijd een complexe relatie gehad met oorlogvoering. Het begon als een revolutionair instrument, niet als een professionele strijdmacht. Die erfenis werkt door: het leger is in de eerste plaats een politiek instrument van de partij, en de beslissing om te vechten is altijd een politieke beslissing geweest, geen puur militaire.
Biscop nuanceert: "Als je het Chinese buitenlands beleid tot nu toe vergelijkt met dat van Rusland of de Verenigde Staten, dan gaan ze veel bedachtzamer om met het militaire instrument. China is geen oorlog meer begonnen sinds eind jaren zeventig. Ik wil niet zeggen dat ze het nooit meer zullen doen, maar het is toch een aanduiding dat ze er anders mee omgaan."
Het gevaarlijkste scenario
Toch is het meest verontrustende scenario niet een weloverwogen invasie, maar een ongeluk dat uit de hand loopt. Chinese gevechtsvliegtuigen vliegen steeds dichter op Taiwan: begin 2025 werd de middenlijn van de Straat van Taiwan 248 keer gekruist, tegenover 72 keer het jaar ervoor. Chinese marineschepen zijn voor het eerst de 24-mijlszone van Taiwan binnengevaren. De militaire druk neemt gestaag toe.
Dan heb je een Centrale Militaire Commissie die effectief leeg is, met een leider die omringd is door mensen die hem niet durven tegen te spreken. Voormalig Pentagon-specialist Drew Thompson waarschuwde dat Zhang Youxia de enige was die Xi objectief advies kon geven over de menselijke kosten van militair conflict. "Nu moet een vleier zonder gevechtservaring Xi vertellen wat Xi wil horen," aldus Thompson.
Biscop deelt die bezorgdheid: bij grote militaire oefeningen en manoeuvres is er altijd het risico op een ongeluk, een botsing tussen vliegtuigen of schepen die dan potentieel escaleert. In een context waarin niemand aan de top de leider durft tegen te spreken, is dat bijzonder gevaarlijk. Niet de geplande oorlog is het grootste gevaar, maar de oorlog die niemand wilde.
Bereidt China zich voor op oorlog?
Onze drie experten zijn het over één ding eens: de zuiveringen op zich zijn geen voorbode van oorlog. Maar ze zijn het ook eens over iets anders: de wapenwedloop die eronder doordraait, is dat wél.
Van de Ven vat het kernprobleem samen: het Chinese regime voelt zich diep onzeker, en die onzekerheid is misschien wel gevaarlijker dan zelfvertrouwen. Het is een leiderschap dat overal vijanden ziet. Binnen het eigen leger, aan zijn grenzen, in Washington, en dat zich tot de tanden bewapent om zich te beschermen.
De Weerdt haalt aan dat niets in de Chinese politieke cultuur wijst op een leider die halsoverkop een oorlog zou beginnen. Biscop voegt daar een waarschuwing aan toe die blijft hangen: 'Het is niet het leger dat beslist of oorlog gevoerd wordt. Dat is de politieke leiding. Wat in het hoofd van Xi omgaat, dat weet niemand.'
Eén ding is zeker: wie alleen naar de chaos aan de top kijkt, mist het grotere plaatje. Terwijl generaals vallen, draaien de wapenfabrieken, de scheepswerven en de raketfabrieken gewoon door.
Beluister de volledige aflevering van "China Voorbij de Muur" met Sven Biscop, Hilde De Weerdt en Hans van de Ven op VRT MAX en alle podcastplatformen.


