Er zijn vorig jaar in Vlaanderen 2 miljoen minder dienstencheques gebruikt dan in 2024. Voor het eerst daalde ook het aantal gebruikers. Dat meldt Vlaams parlementslid Tom Ongena (Anders), die de cijfers opvroeg bij minister van Werk Zuhal Demir (N-VA). Volgens Ongena speelt de prijsverhoging daarbij een belangrijke rol.
Dienstencheques dienen om hulp in het dagelijks leven mee te betalen. De Vlaamse regering besliste bij haar aantreden vanaf 2025 de prijs van de dienstencheques te verhogen. Daarnaast schafte ze het fiscaal voordeel af. Samen komt dat neer op een verschil van bijna 3 euro per cheque.
Uit de definitieve cijfers van 2025 blijkt dat het aantal ingediende dienstencheques is gedaald van 84,735 miljoen naar 82,749 miljoen. Daarmee zakt het aantal gebruikte cheques volgens Ongena terug naar het niveau van 2021. Ook het aantal aangekochte cheques kende een forse terugval: 61 miljoen in 2025 tegenover 108 miljoen in 2024.
Dat verschil wordt deels verklaard door een hamstereffect eind 2024, legt het oppositielid uit. Toen kochten veel gebruikers nog snel goedkopere cheques aan vóór de prijsverhoging van kracht werd.
Ook aantal gebruikers daalt
Voor het eerst daalt ook het aantal gebruikers: van 780.000 in 2024 naar 757.000 in 2025. Volgens Ongena is het prijsverschil daar niet vreemd aan. "Voor een werkend gezin of een senior die 4 uur per week poetshulp inschakelt, loopt dat op tot ongeveer 600 euro extra per jaar", rekent de liberaal voor. "Deze regering beloofde werken beter te belonen, maar doet het omgekeerde: wie werkt en een poetshulp inschakelt, betaalt vandaag een pak meer."
Hij merkt op dat aan de aanbodzijde de cijfers zorgwekkend evolueren. In 2025 telde Vlaanderen nog 946 erkende dienstenchequeondernemingen, 44 minder dan in 2024 . Maar in 2015 waren er nog 1.947 erkende ondernemingen. Op 10 jaar tijd is het aantal ondernemingen dus meer dan gehalveerd, luidt het.

