China lijkt erin geslaagd om een van de meest onherbergzame woestijngebieden in te dammen door een massaal aanplantingsprogramma. Volgens een nieuwe studie slaat het gebied nu meer CO2 op dan het afgeeft, wat goed nieuws is in de strijd tegen de klimaatverandering.
"Zee van de dood" leeft weer, of toch deels: miljoenen bomen doen Chinese woestijn krimpen
In het kort:
China heeft de Taklamakanwoestijn een halt toegeroepen met een groot herbebossingsproject aan de randen.
Uit een studie blijkt dat het project voorlopig slaagt en dat er meer CO2 wordt opgeslagen dan er wordt afgegeven.
Er zouden ook minder (en minder intense) zandstormen zijn in de regio.
De onderzoekers zeggen dat het toont hoe de mens toch kan ingrijpen in bijzonder dor en onherbergzaam gebied.
Vlaamse experts zeggen dat het kan werken op de lange(re) termijn, als de Chinezen de juiste keuzes hebben gemaakt.
Kan je van dor woestijngebied alsnog een bos maken en de verwoestijning stoppen? Verschillende projecten, zoals de Great Green Wall in Afrika, hebben al aangetoond dat het een moeilijk verhaal is. Ook China kampt(e) met zulke uitdagingen in het noorden van het land.
De Taklamakanwoestijn, een van de grootste zandwoestijnen ter wereld, is ook een van de droogste. De woestijn breidde zich steeds verder uit. China wilde dat proces stoppen, en tegelijk het aantal zandstormen in naburige steden beperken.
Ondanks de uitdagende omstandigheden slaagden de Chinezen erin de rand van de woestijn te bebossen, dankzij een gigantisch aanplantingsprogramma.
Taklamakan?
De Taklamakan of Taklimakan is een immense zandwoestijn in de autonome Chinese regio Xinjiang (in het uiterste noordwesten van China, in Centraal-Azië). Het gebied is zo'n 300.000 vierkante kilometer groot, ongeveer 10 keer de oppervlakte van België.
De regio is omringd door hoge bergen, die de vochtige lucht van elders voor een groot deel tegenhouden. Daardoor is het een van de droogste en meest onherbergzame regio's ter wereld. Het bevat bovendien heel wat opschuivende zandduinen, wat het voor vegetatie of bomen extra moeilijk maakt. Het gebied wordt soms wel eens "de zee van de dood" genoemd wegens de kleine kans op leven.
De woestijn breidde in de vorige eeuw steeds verder uit door menselijke activiteiten en het is dat proces dat de Chinese overheid wil stoppen en liefst ook omkeren, ook met de landbouw in het achterhoofd.
Het project in Taklamakan maakt deel uit van een breder aanplantingsprogramma in het noorden van China, dat daarmee zijn eigen 'Great Green Wall' probeert uit te bouwen, bijvoorbeeld ook in de meer bekende Gobiwoestijn die grote delen van China en Mongolië beslaat. Het grote project startte in 1978 onder de naam 'Three-North Shelterbelt'.
Er is sprake van ongeveer 66 miljard aangeplante bomen voor het hele project. Het Taklamakanproject werd afgerond in 2024. De groene gordel is 3.046 kilometer lang en telt verschillende soorten vegetatie. Voorlopig lijkt het te werken. Althans, uit een studie blijkt dat het gebied nu meer CO2 opslaat dan het afgeeft.
De onderzoekers hebben berekend dat de gecreëerde groene zones aan de rand van de woestijn meer koolstof uit de atmosfeer vastklikken dan dat de woestijn er afgeeft. Ze hebben onder meer satellietbeelden gebruikt om de groene oppervlakte in kaart te brengen, en bestaande modellen gebruikt van de Amerikaanse dienst voor klimaatonderzoek NOAA.
Het toont dat zelfs de meest extreme woestijngebieden vatbaar zijn voor ecologisch herstel
De auteurs van de studie
Het project "toont aan dat zelfs de meest extreme woestijngebieden vatbaar zijn voor ecologisch herstel, en dat ze dankzij menselijk tussenkomen koolstof kunnen opslaan, om zo te helpen de klimaatcrisis te verzachten", schrijven de onderzoekers. De vergroening kan "een significante klimaatimpact" hebben en zou zelfs regionale klimaatsystemen kunnen beïnvloeden, denken ze.
Zo zou het er meer regenen tijdens het natte seizoen, wat dan weer voor extra vegetatie kan zorgen. "Het toont het potentieel aan om van een woestijn een carbon sink te maken (een natuurlijke opslagplaats voor koolstof, red.) en verwoestijning te stoppen."
Meer lezen? Klik hier voor de volledige studie in het magazine PNAS .
Meer groen, minder zandstormen
De Chinese overheid zet het succes graag in de verf met foto's van dorre vlaktes die nu vervangen zijn door groen gebied. Het aantal zandstormen in bijvoorbeeld Peking zou dankzij de grote herbebossingsprojecten in het noorden gedaald zijn - en als ze optreden, zijn ze minder sterk.
Volgens cijfers van de Chinese overheid was aan het begin van de jaren 80 ongeveer 12 procent van het land bedekt met bosgebied, tegenover 23 procent nu.
China lijkt vastbesloten de winst niet verloren te laten gaan. Het liet eerder al weten dat het Taklamakanproject zal worden opgevolgd en dat er vegetatie zal worden bijgeplant. Natuurlijke populierenbossen in het noorden zullen worden hersteld door water af te leiden, en er volgen bijkomende projecten aan de westrand.
De Kempen
Goed nieuws dus, zeggen ook specialisten. De Chinese aanpak helpt wel degelijk. Hoe het op de langere termijn gaat evolueren, is nog onduidelijk. Want een evident verhaal is het niet. In het verleden bleek (in het bredere Chinese herbebossingsproject) dat bomen die snel groeien soms zonder water komen te zitten, en dan opnieuw afsterven. Of er was de kritiek dat het te veel monocultuur was met dezelfde types bomen.
Maar professor Bosecologie en Bosbeheer Bart Muys (KU Leuven) zegt dat het wel degelijk kan werken. Hij verwijst daarvoor naar projecten in Vlaanderen, waar bijvoorbeeld in de Kempen uitgestrekte heidegebieden opnieuw bebost werden, met succes.
In de pioniersfase kan het moeilijk zijn, maar op termijn kan de situatie verbeteren
Sommige onderzoekers zijn kritisch voor het massaproject
"In het begin krijg je dan iets relatief 'monocultuurachtig', met veel dennen. Maar na enkele decennia kwamen daar berken en eiken bij", vertelt hij. De biodiversiteit verbeterde, er kwam dood hout op de bodem en er kwamen meer bosvogels. Het aanplanten van bossen kan ook een positief effect hebben op de waterbalans. Met andere woorden: de pioniersfase kan enkele decennia moeilijk verlopen, maar daarna kan het verbeteren.
"Hou enkele basisregels in het hoofd"
Ook Wannes Hubau van het Woodlab (UGent) is gematigd positief. Hij heeft onder meer ervaring in Congo.
Dit kan zeker een goed verhaal zijn, ook op de langere termijn, op voorwaarde dat je rekening houdt met enkele belangrijke dingen, vertelt hij op basis van zijn ervaring in Afrika: "Je moet de lokale bevolking meekrijgen, je moet monocultuur van 1 bepaalde boomsoort vermijden, en denken aan biodiversiteit."
Zo is het van belang om ook na te denken welke lokale boomsoorten of struiken kunnen worden ingezet. En om niet voor snelle winst te gaan met snel groeiende vegetatie die het daarna laat afweten. "Het is een goede zaak dat er bomen worden geplant, maar kies niet voor gelijk welk bos. Als ze dat in dit Chinese project goed hebben bekeken, dan kan het werken."



