Een derde van de minderjarige slachtoffers dat hulp wilt vinden, weet niet waar ze terechtkunnen daarvoor na een incident. Een probleem dat moet worden aangepakt, zegt criminologe Emma Hadermannn (KU Leuven) na het gewelddadig incident in Anderlecht afgelopen week, waarbij een jongen in brand werd gestoken. "Een slachtoffer dat niet op tijd geholpen wordt, kan nog een leven lang de gevolgen meedragen."
1 op de 3 minderjarige slachtoffers weet niet waar naartoe voor hulp na geweld: "Kunnen nog een leven lang gevolgen meedragen"
Samenvatting:
Een derde van de minderjarige slachtoffers dat hulp wilt vinden, weet niet waar ze terechtkunnen daarvoor na een incident.
"Een slachtoffer dat niet op tijd geholpen wordt, kan nog een leven lang de gevolgen meedragen", zegt criminologe Emma Hadermann (KU Leuven).
Er is een ruim hulpaanbod in Vlaanderen, maar de doorverwijzing tussen politie, slachtofferhulp en slachtofferonthaal kan beter.
Afgelopen week beheerste het incident in Anderlecht, waarbij enkele jongeren een leeftijdsgenoot in brand staken, het nieuws. Maar het perspectief van het slachtoffer ontbreekt vaak in die berichtgeving. Dat zag ook criminoloog Emma Hadermann (KU Leuven), die onlangs doctoreerde met een onderzoek naar slachtofferzorg voor minderjarige slachtoffers van allerlei soorten delicten.
"Een slachtoffer dat niet op tijd geholpen wordt, kan nog een leven lang de gevolgen meedragen", vertelt Hadermann in De Ochtend op Radio 1. "Denk aan verstoorde hechting en moeilijkheden met sociale contacten. Minderjarigen zijn sowieso al kwetsbaar daarvoor, aangezien ze nog volop in ontwikkeling zijn."
Toch durven slachtoffers zelf niet altijd de stap zetten naar hulp. "Schuldgevoelens en schaamte spelen daarin een belangrijke rol", zegt Hadermann. "Bovendien weet 1 op de 3 minderjarigen niet bij welke professionele instanties ze terechtkunnen. Dat is een probleem en een teken dat er meer moet worden ingezet op sensibilisering en voorlichting."
Luister hier naar het gesprek met criminologe Emma Hadermann
Bijna helft zoekt hulp bij leerkracht
Hadermann merkte in haar onderzoek een verschil op in het hulpzoekgedrag van jongeren naargelang het type van het incident. Slachtoffers van persoonsdelicten – denk aan bedreigingen, fysiek geweld, cyberdelicten en pesterijen – zoeken doorgaans sneller hulp bij bijvoorbeeld een leerkracht, huisarts of psycholoog dan slachtoffers van eigendomsdelicten.
Bij die laatste groep gaat men vooral naar de politie, waarschijnlijk vaak met het oog op een aangifte voor de verzekering. Bij persoonsdelicten ligt dat anders: mensen stappen dan eerder naar iemand die ze persoonlijk vertrouwen, zoals een vriend, familielid of de huisarts.
Specifiek bij pestgedrag op school gaan minderjarigen opvallend vaker naar een leerkracht. Dat blijkt uit cijfers van het Jongerenonderzoeksplatform (JOP). "Dat is niet toevallig", volgens Hadermann. "Voor veel jongeren is een leerkracht een laagdrempelige figuur: iemand die ze dagelijks zien en die dicht bij hun leefwereld staat. Zo’n 23 procent van alle bevraagde slachtoffers doet effectief een beroep op een leerkracht".
Die rol gaat trouwens verder dan enkel vertrouwenspersoon zijn. "Leerkrachten kunnen ook signalen opvangen: veranderingen in gedrag, teruggetrokkenheid, opvallende emoties. Ze zijn dus niet alleen iemand bij wie jongeren terechtkunnen, ze kunnen zelf ook problemen signaleren."
Waar kunnen slachtoffers terecht?
Nu jongeren de weg niet altijd vinden naar de hulpverlening, waar kunnen ze dan eigenlijk terecht? "In Vlaanderen bestaat er eigenlijk een vrij uitgebreid aanbod aan organisaties", zegt Haderman. "Denk aan de drie voornaamste diensten en niveaus van slachtofferzorg in België: politionele slachtofferbejegening , slachtofferhulp (CAW) en slachtofferonthaal (justitie) ". In dat rijtje is slachtofferhulp of de politie in de meeste gevallen de eerste stap.
Daarnaast zijn er ook laagdrempelige initiatieven voor minderjarigen, zoals het jongerenaanbod van het CAW (JAC ) en de OverKop‑huizen. "Jongeren kunnen daar bovendien zelfstandig naartoe, zonder tussenkomst van ouders", voegt ze toe. "Die organisaties zijn niet altijd gespecialiseerd in slachtofferschap, maar ze spelen wel een belangrijke rol: ze luisteren, bieden eerste opvang en kunnen gericht doorverwijzen naar gespecialiseerde hulp."
Er heerst al een goede doorverwijsdynamiek tussen politie, slachtofferhulp en slachtofferonthaal, maar het kan nog altijd beter
Emma Hadermann, criminologie (KU Leuven)
En welke rol kunnen ouders spelen? "Voor hen is de situatie soms complex", zegt Hadermann. "Ze willen hun kind uiteraard helpen, maar dat lukt niet altijd. Niet elke ouder heeft de juiste handvaten om met het slachtofferschap van hun kind om te gaan."
Daarom biedt slachtofferhulp ook coaching voor ouders aan. "Ze krijgen uitleg over welke reacties normaal zijn, welke signalen ze kunnen verwachten en hoelang zo’n verwerkingsproces kan duren."
Verbeterpunten
Vlaanderen heeft een ruim hulpverleningsaanbod, maar er zijn duidelijke tekorten, zegt Hadermann. "Vooral in de geestelijke gezondheidszorg, daar blijven de wachtlijsten hardnekkig." Ook de doorverwijzing tussen de diensten onderling kan volgens haar beter.
"Politie, slachtofferhulp en slachtofferonthaal werken al nauw samen, maar slachtoffers worden niet altijd vlot genoeg van de eerste lijn naar de juiste dienst geleid en kunnen daardoor door de mazen van het net vallen."
Daarnaast is het belangrijk om minderjarigen zelf te betrekken, besluit de criminologe. "Hun voorkeuren en noden moeten centraal staan, maar in de praktijk is dat nog niet overal evident om te realiseren."
Heb je een vraag over geweld, misbruik of mishandeling, dan kan je terecht bij de hulplijn 1712 . Kinderen en jongeren kunnen ook terecht bij Awel, op het nummer 102 of via de website .


