“Beter een scheetje voor iedereen, dan buikpijn voor mij alleen.” Over flatulentie, winden en scheten bestaan heel wat uitspraken. “Met taal wisselen we informatie uit, maar stellen we elkaar ook op het gemak. Een wind benoemen, is taboe. Met humor klinkt het minder erg”, vertelt professor Taalkunde Chris De Wulf (UA).
"Wie het het eerst ruikt, heeft zijn gat gebruikt": waarom we zoveel grappige uitspraken voor taboes kennen
Elke woensdag gaat Peter Van de Veire in 'Goeiemorgen Morgen!' op Radio 2 samen met professor Taalkunde Chris De Wulf (UAntwerpen) op zoek naar de eigenheid van onze taal. Meer weten? Vorige keer vertelde hij waar het woord ‘kastaar’ vandaan komt.
Metejoor was onlangs te gast in ‘Goeiemorgen Morgen!’. Hij zei op een bepaald moment: “Flatuleren kan je leren”. Er volgden heel wat gelijkaardige uitspraken van luisteraars. “Wie het het eerst ruikt, heeft zijn gat gebruikt” en “beter een scheet voor iedereen, dan buikpijn voor mij alleen.” Waarom hebben we zoveel uitspraken voor ongemakkelijke situaties?
Met taal helpen we elkaar om sociale afgang tegen te gaan. De functie van taal is niet alleen informatie uitwisselen. We gebruiken onze taal ook om een goede relatie te onderhouden met onze gesprekspartners.
We verzinnen allerlei omwegen om elkaar op het gemak te stellen. Als je bijvoorbeeld in het station aan het loket komt, zal de bediende vragen: “Kan ik u helpen?” Dat is op zich een overbodige vraag. De bediende weet dat die jou waarschijnlijk wel kan helpen en helpen is ook gewoon het werk. Met die vraag neemt die persoon het ongemak bij jou weg om het gesprek te starten.
Lichaamsfuncties zorgen in het openbaar voor ongemak of misschien zelfs sociale afgang. Of het nu gaat om een wind, een boer of een geeuw, diegene die ermee geconfronteerd wordt, moet beslissen hoe die reageert. Dat kan door het voorval te negeren, wat vaak als beleefd gezien wordt. Of misschien wil je het te letterlijk benoemen. “U liet een wind, maar dat is niet erg.” Het is niet onbeleefd, maar wordt vaak wel als té direct gezien.
Je kan het ongemak erkennen met humor. Dat is niet om de ander belachelijk te maken. Maar zo klinkt je reactie minder direct. Humor schept vertrouwen en smeedt een band tussen mensen. Je kan ook als dader het initiatief nemen. “Beter een scheetje voor iedereen dan buikpijn voor mij alleen”, om een voorbeeld te noemen. Je geeft aan dat je je bewust bent van wat er gebeurde én dat je er samen mee kan lachen.
Ook zonder humor vinden we manier om indirect over taboes te spreken. Er zijn veel gewone woorden die taboe-onderwerpen op een figuurlijke, vergoeilijkende manier beschrijven: eufemismen. ‘Een wind laten’ is daar ook een voorbeeld van. Het is natuurlijk niet letterlijk wind, maar darmgas dat ontsnapt. Ook dat woordje ‘wind’ heeft de functie om het onderwerp via een omweg te benoemen. We erkennen het, zonder er te direct over te moeten zijn.
‘Flatuleren’ is bovendien met ‘een wind’ verwant. Het komt van het Latijnse ‘flatulus’, ‘windje’. Het is een verkleinwoord van ‘flatus’, wat ‘windvlaag’ betekent. En dat is op zijn beurt afkomstig van ‘flare’. Ook Latijn voor ‘blazen’ of ‘waaien’.


