Sinds de militaire ingreep in Venezuela voert de Amerikaanse regering ook de druk op Cuba op. Nu zouden er volgens president Trump gesprekken lopen. Waarom neemt de VS het Caraïbische eiland in het vizier? En wacht de Cubaanse leiders hetzelfde lot als de Venezolaanse president Maduro? 5 vragen over de woelige relatie tussen de VS en zijn communistische buur.
Waarom "praat" Trump met Cuba? 5 vragen over de woelige relatie tussen de VS en zijn communistische buur
Waarom praten de Verenigde Staten met Cuba?
De Amerikaanse president Donald Trump zei afgelopen weekend tegen journalisten dat de Verenigde Staten gesprekken hebben opgestart met Cuba. "We praten met het volk van Cuba, met de hoogste Cubaanse leiders. We zullen zien wat er gebeurt. Ik denk dat we een akkoord zullen sluiten met Cuba. Ze bevinden zich in een heel slechte situatie." Waarover exact gepraat wordt, zei Trump niet.
Die "heel slechte situatie" is een verwijzing naar enkele beslissingen die Trump eerder nam. Kort na de ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro zette de VS alle Venezolaanse olieleveringen aan Cuba stop. Een harde klap voor het eiland, want Venezuela was tot dan Cuba's grootste olieleverancier.
Vorige week ondertekende Trump bovendien een presidentieel besluit waardoor de VS kan invoeren op producten uit landen die nog olie verkopen aan Cuba. Belangrijkste doelwit hiervan is Mexico, dat het Venezolaanse gat wat probeerde op te vullen, maar daar onder druk van Trump nu ook tijdelijk mee gestopt is.
De gevolgen voor Cuba zijn enorm. Het eiland wordt al decennia geteisterd door een economische crisis, voedselschaarste en lange stroomonderbrekingen. De situatie dreigt er alleen maar erger te worden. Nu er nog amper olie binnenkomt, staat het land op instorten, voorspelt Trump. Daarom vermoedt hij dat de Cubaanse leiders een akkoord met hem zullen willen sluiten.
De achterliggende reden voor het olie-embargo is dat de regering-Trump Cuba als een "uitzonderlijke bedreiging" voor de Amerikaanse nationale veiligheid beschouwt. De regering is ook van mening dat Cuba steun verleent "aan tal van vijandige landen, transnationale terroristische groeperingen en kwaadwillige actoren die zich tegen de VS keren". Die vijandige landen zijn onder meer Rusland, China en Iran.
Waarom ziet de Amerikaanse regering Cuba als een bedreiging?
Daarvoor moeten we een heel eind terug in de geschiedenis. De Verenigde Staten beschouwen Cuba sinds de Monroe-doctrine in 1823, net als de rest van het westelijk halfrond, als een deel van hun invloedssfeer. In de 19e eeuw, toen het eiland nog in Spaanse handen was, bood de VS tot 2 keer toe aan om het eiland te kopen, maar Spanje weigerde.
Na de Spaans-Amerikaanse Oorlog (1898) werd het eiland eind 19e en begin 20e eeuw 2 keer enkele jaren door de VS bezet. Aan die reeks van militaire interventies kwam een einde in 1934, toen dictator Fulgencio Batista de macht greep. Onder zijn regime kwam bijna de hele Cubaanse economie onder Amerikaanse controle.
Eind jaren 50 verdreven linkse guerrillero's onder leiding van de advocaat Fidel Castro Batista van de macht, tijdens de Cubaanse Revolutie (1956-1959). De toenmalige Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower erkende de nieuwe machthebbers aanvankelijk, maar onder meer door de nationalisering van Amerikaanse bedrijven verslechterden de relaties. Eisenhower voerde in 1960 een gedeeltelijk handelsembargo in en verbrak begin 1961 alle diplomatieke banden met het eiland.
Onder Eisenhowers opvolger John F. Kennedy liepen de spanningen met (en over) Cuba nog meer op. Kennedy verstrengde het handelsembargo, dat sindsdien in Cuba als 'el bloqueo' of 'de blokkade' bekendstaat. Castro richtte zijn blik daardoor volledig op de Sovjet-Unie, die het eiland in de decennia die volgden economisch overeind hield.
Er was ook de mislukte invasie van de Varkensbaai, in april 1962, door zo'n 1.500 Cubaanse bannelingen. De door de Amerikaanse geheime dienst CIA opgezette invasie moest de motor zijn van een volksopstand op het eiland, maar mondde uit in een vernedering voor de VS die de relatie met Cuba voorgoed tekende.
De mislukte Varkensbaai-invasie maakte van Fidel Castro een van de meest paranoïde leiders op deze aardbol. Zijn achterdocht was terecht, want alleen al in de eerste helft van de jaren 60 ondernam de CIA minstens 8 moordpogingen tegen hem. Van vergif in zijn eten en drinken tot gefoefel met sigaren. Castro doorzag ze allemaal.
Later in 1962 kwam Cuba ook centraal te staan in de tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De zogenoemde rakettencrisis mondde bijna uit in een kernoorlog tussen de 2 supermachten.
Het handelsembargo uit de jaren 60 werd in de tweede helft van de jaren 90 - onder president Bill Clinton - nog aangescherpt. Cuba verkeerde toen al in een diepe economische crisis, de 'speciale periode' genoemd. Door de ineenstorting van de Sovjet-Unie was alle economische steun uit Moskou opgedroogd. De Cubaanse economie is sindsdien nooit meer hersteld.
In de jaren 2000 kon Cuba wel op nieuwe broodheren rekenen, in de eerste plaats op olieland Venezuela. Onder de links-populistische president Hugo Chávez en zijn opvolger Maduro werd Venezuela de belangrijkste olieleverancier van Cuba. In ruil stuurde Cuba onder meer artsen en veiligheidspersoneel naar Venezuela. Ook met Iran en China zocht Cuba toenadering. En uiteindelijk ook weer met het Rusland van Vladimir Poetin.
In 2004 plaatste de Amerikaanse president George W. Bush Cuba op de zogenoemde 'As van het Kwaad', regimes die de VS volgens Bush vijandig gezind waren en die hij als "schurkenstaten" omschreef.
Pas onder president Barack Obama werd een opmerkelijke én historische dooi ingezet. Tijdens zijn regeerperiode opende de VS opnieuw een ambassade op Cuba. En Obama en Raúl Castro - die in 2008 zijn zieke broer was opgevolgd - hielden in 2015 het eerste officiële gesprek tussen een Amerikaanse en Cubaanse president in meer dan een halve eeuw.
Maar het handelsembargo, hét Amerikaanse instrument om Cuba onder druk te zetten en een van de voornaamste oorzaken van heel wat problemen op het eiland, blijft tot op vandaag van kracht.
Welk beleid voert Donald Trump tegenover Cuba?
Maar onder president Trump is van die dooi niets meer te merken. Tijdens zijn eerste ambtstermijn (2017-2021) maakte hij meteen een hele reeks historische versoepelingen van Obama ongedaan. Hij voerde nieuwe sancties en reisbeperkingen in en plaatste Cuba ook opnieuw op de lijst met staten die terrorisme sponsoren (Obama had Cuba in 2015 geschrapt).
Aan het begin van zijn tweede termijn, begin vorig jaar, deed Trump dat nog eens over. Zijn voorganger Joe Biden had een aantal van zijn beslissingen weer ongedaan gemaakt. Maar zeker niet alle, Biden keerde niet helemaal terug naar het beleid van Obama. Trump bracht zijn Cuba-beleid hoe dan ook weer op het niveau van zijn eerste termijn.
Toch verschilt de regering-Trump II met betrekking tot Cuba in 2 niet onbelangrijke zaken van de regering-Trump I. Ten eerste is er de factor-Rubio. Minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio is zelf een zoon van Cubaanse immigranten en werd geboren in Miami, waar heel veel Cubaanse immigranten wonen. De anti-Castrogevoelens laaien er nog altijd hoog op, ook al liggen de leiders van de Cubaanse Revolutie al jaren in hun graf. Rubio steekt niet weg dat hij het communistische regime in het land van zijn ouders liever kwijt dan rijk is.
Een tweede verschil met Trump I is de openlijke wens van deze regering om het westelijke halfrond weer volledig in de Amerikaanse invloedssfeer te brengen. Het staat zwart-op-wit beschreven in de Nationale Veiligheidsstrategie , die begin december publiek werd gemaakt. "We zullen een Trump-uitvloeisel van de Monroe-doctrine uitrollen en afdwingen", klinkt het daarin.
De ontvoering van de Venezolaanse president Maduro was daar meteen een eerste voorbeeld van.
Wil Trump na Venezuela ook militair ingrijpen in Cuba?
Of Trump aan eenzelfde scenario in Cuba denkt, is moeilijk te zeggen. De intenties van de Amerikaanse president met het communistische eiland zijn niet zo duidelijk. Al verkondigde hij kort na de ontvoering van Maduro dat de Cubaanse leiders maar beter op hun tellen konden passen.
Rubio was vorige week iets duidelijker. Openlijk pleiten voor een militaire interventie om een regimewisseling te forceren, deed hij niet. Maar tijdens een hoorzitting in de Senaatscommissie Buitenlandse Zaken stak hij niet onder stoelen of banken dat de Amerikaanse regering een regimewisseling graag zou zien gebeuren.
"Dat betekent niet dat we zelf iets gaan veranderen, maar we zouden graag een verandering zien. Het lijdt geen twijfel dat het van grote waarde en een groot voordeel voor de Verenigde Staten zou zijn als Cuba niet langer door een autocratisch regime zou worden bestuurd."
De retoriek van de laatste weken is de meest openlijke poging van de VS in decennia om een regimewisseling op het eiland uit te lokken. Of dat voor Trump ook het uiteindelijke doel van de gesprekken is, is niet duidelijk.
Hoe reageert Cuba op de aankondiging van Trump?
Officiële reacties van de Cubaanse leiders op de aankondiging van Trump over de gesprekken zijn er nog niet. Eerder deze maand ontkende de Cubaanse president Díaz-Canel wel dat zijn land gesprekken met de VS voerde, na eerdere dreigementen van Trump.
Díaz-Canel uitte vorige week ook scherpe kritiek op de mogelijke invoerheffingen op producten uit landen die olie leveren aan Cuba. Volgens Díaz-Canel wil Trump "onder valse en ongefundeerde voorwendselen" de Cubaanse economie "verstikken".
Ook de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken haalde fel uit naar de "nieuwe escalatie" tegen zijn land. "Om dit (het olie-embargo, red.) te rechtvaardigen, beroept hij zich op een lange lijst van leugens die Cuba proberen af te schilderen als een bedreiging die het niet is", klinkt het.
"De enige kwaadaardige invloed is degene die de Amerikaanse regering uitoefent op de naties en volkeren van Ons Amerika, die ze aan haar dictaten probeert te onderwerpen, van wie ze de grondstoffen probeert te plunderen, de soevereiniteit probeert te ondermijnen en de onafhankelijkheid probeert af te nemen."


