Tegen 2031 zal elke Vlaming zo'n 1.200 euro belastingen betalen aan haar of zijn stad of gemeente, bijna een derde meer dan in 2024. Dat blijkt uit een analyse van VRT NWS van de meerjarenplannen. Steden en gemeenten zullen daarmee meer van hun inkomsten bij de burgers en bedrijven halen.
Steden en gemeenten hebben meer geld nodig (en dat zal jij in jouw portefeuille voelen)
Samenvatting
De kosten die burgers en bedrijven rechtstreeks betalen aan hun stad of gemeente stijgen.
Er gaat meer geld naar veiligheid en werk, minder naar cultuur en zorg.
De budgetten voor activering en sociale bijstand stijgen door de hervorming rond de werkloosheidsuitkeringen.
Van veiligheid, over kinderopvang tot mobiliteit. De lijst van zaken waaraan jouw bestuur geld moet uitgeven, is groot. In Vlaanderen plannen de steden en gemeenten om - over alle domeinen heen - gemiddeld 2.443 euro per inwoner per jaar uit te geven de komende bestuursperiode.
Tijdens de vorige bestuursperiode was dat net geen 1.929 euro per inwoner per jaar. Dat is een stijging van bijna 27 procent, meer dan een kwart dus. Al moeten we ook rekening houden met verwachtingen rond inflatie. In werkelijkheid betekent dat dus wellicht een lichtere stijging.
De burgers verwachten veel van hun gemeentebestuur: proper, veilig, vlotte mobiliteit, … Investeren is dus eigenlijk nodig en logisch
Bram Verschuere, Professor Bestuurskunde UGent
"De burgers verwachten veel van hun gemeentebestuur: een propere gemeente, veilig, een vlotte mobiliteit… Investeren in publieke dienstverlening is dus eigenlijk nodig en logisch", zegt professor bestuurskunde Bram Verschuere (UGent). "Een bestuur dat niet investeert staat stil en gaat achteruit. En dat laat zich snel voelen in de kwaliteit en kwantiteit van publieke dienstverlening."
Maar waar gaat het geld precies naartoe, en waar komt het vandaan? Dit zijn de drie belangrijkste conclusies van VRT NWS.
Je draait meer op voor de uitgaven
Lokale besturen zijn verplicht om een begroting in evenwicht te hebben. Om alle kosten te betalen, moeten er dus evenveel inkomsten zijn. Een deel daarvan wordt door de besturen rechtstreeks bij de burgers en lokale bedrijven gehaald.
Het gaat dan om zaken als de aanvullende personenbelasting, de (opcentiemen op de) onroerende voorheffing en boetes.
In Vlaanderen ging het in 2024 om zo'n 912 euro per inwoner en het stijgt eind 2031 richting 1.098 euro per inwoner. Gemeenten rekenen dus op een vijfde meer inkomsten, zo blijkt uit de schattingen in alle meerjarenplannen.
Als we die cijfers vergelijken met de totale inkomsten van de steden en gemeenten, komen we ook tot een opvallende conclusie. Waar in 2024 zo'n 45 procent van de totale inkomsten vanuit de lokale bedrijven en burgers kwam, zou dat tegen 2031 al bijna 50 procent van de totale inkomsten zijn, of de helft dus. Steden en gemeenten zullen dus meer op de burger en de bedrijven moeten rekenen om hun begrotingen rond te krijgen.
Wanneer uitgaven sterker stijgen dan de middelen, ontstaat er een financieel gat
Nathalie Debast, VVSG
"Lokale besturen verhogen belastingen en retributies nooit zomaar, dat is altijd het laatste redmiddel”, zegt Nathalie Debast van de VVSG. “Als de uitgaven sneller stijgen dan de middelen, ontstaat een financieel gat. Sommige gemeenten kiezen dan voor beperkte tariefstijgingen van belastingen of een indexering van retributies.”
Budget voor werk en veiligheid stijgt het meest
Dat de uitgaven stijgen, zien we op alle domeinen. De grootste stijging is voorzien bij het budget voor werk en ondernemen. Hoewel men daar in de totaliteit op zich maar zo'n 36 euro per inwoner zou spenderen in de komende bestuursperiode, betekent dat toch een stijging met meer dan de helft in vergelijking met de vorige periode.
Wellicht komt dat omdat steden en gemeenten meer uitgaven voorzien om hun burgers aan het werk te krijgen, te activeren zoals dat heet. Door de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen, die beperkt worden in de tijd, worden het op dat vlak ongeziene tijden, want heel wat werklozen zullen in plaats van bij de VDAB, bij de gemeente terechtkomen.
Ook de budgetten rond veiligheid stijgen sterk, met zo'n 40 procent, tot een kleine 230 euro per inwoner. Lokale besturen voorzien dus meer geld voor hun politiezones en voor pakweg de strijd tegen drugsoverlast of voor meer camera's in de straten.
De budgetten stijgen dan weer het minste bij cultuur en zorg. Traditiegetrouw gaat altijd veel geld naar zorg en opvang. Het gaat dan bijvoorbeeld om geld voor woonzorgcentra, kinderopvang of sociale woningen. Tussen nu en 2031 gaat daar gemiddeld 417 euro per inwoner naartoe. Toch stijgt het budget maar met zo'n 20 procent in vergelijking met de vorige bestuursperiode. Dat is dus de kleinste stijging.
Kosten voor sociale bijstand wegen zwaar door
Niet alleen het budget rond activering stijgt, ook voor sociale bijstand wordt duidelijk meer geld voorzien. Ook dat is te wijten aan het feit dat werkloosheidsuitkeringen na 2 jaar zullen wegvallen. De lokale besturen zijn bevoegd via de OCMW’s voor onder meer de toekenning van leeflonen. Als we kijken naar de mediaan voor heel Vlaanderen stijgen de kosten met 27,4 procent.
Het is wat in het duister tasten
Bram Verschuere, Professor Bestuurskunde UGent
De kosten voor de komende jaren zijn natuurlijk maar een schatting, zegt professor bestuurskunde Bram Verschuere. "De federale overheid komt wel met flankerende middelen om de effecten van de toename aan OCMW-cliënten te milderen, maar de vraag blijft een beetje in hoeverre dat zal helpen."
Het is op dit moment wat in het duister tasten: hoeveel extra cliënten zal elk OCMW hebben? Hoe snel gaan ze uitstromen? Hoeveel zullen er daarvan wat langer in een leefloontraject zitten?" Het is en blijft dus afwachten wat de werkelijke kosten zullen zijn van die hervorming voor de steden en gemeenten.
Alle cijfers in dit artikel komen uit de meerjarenplannen van de Vlaamse steden en gemeenten. Ze zijn vrij toegankelijk via een tool van het Agentschap Binnenlands Bestuur . Brusselse gemeenten zijn niet opgenomen in de tool.
Als het gaat om de inkomsten die vanuit burgers en bedrijven komen, kan het cijfer hoog zijn door veel rijke inwoners of veel grote bedrijven. Het betekent niet per se dat er belastingsverhogingen of verhogingen van andere tarieven zullen gebeuren.
We willen benadrukken dat cijfers van de vorige bestuursperiode over werkelijk besteed geld gaan, terwijl de meerjarenplannen voor de huidige bestuurperiode alleen voorspellingen en schattingen zijn. Die laatste cijfers kunnen in de realiteit dus nog wijzigen.
Voor de cijfers uit Vlaanderen werd telkens de mediaan genomen, en niet het gemiddelde, om uitzonderlijke uitschieters vanuit de steden minder te laten doorwegen. De mediaan betekent dat de helft van de gemeenten erboven zit en de helft eronder.
Om de stijging van een budget tussen afzonderlijke jaren of bestuursperiodes goed te interpreteren, moet benadrukt worden dat hier geen rekening werd gehouden met de inflatie, met het gegeven dus dat geld in de loop van jaren ook altijd een stukje van zijn waarde verliest. Met hetzelfde budget kan je na verloop van tijd minder kopen. Het is daarom logisch dat budgetten in de loop der jaren wat moeten groeien.
Voor de kustgemeenten moeten de cijfers per inwoner met een extra korrel zout genomen worden. Gezien de vele (tweede)verblijvers op die plekken die geen officiële inwoner zijn, hebben de kustgemeenten traditiegetrouw grotere uitgaven per inwoner dan andere besturen.

