9 landen, waaronder België, gaan samen met bedrijven 1 biljoen euro investeren in de bouw van nieuwe windturbineparken in de Noordzee. Dat hebben ze aangekondigd op de Noordzeetop in Hamburg. Het doel is om tegen 2050 8 keer zo veel windenergie te kunnen opwekken als nu, om zo minder afhankelijk te worden van landen zoals Rusland of de Verenigde Staten.
1.000 miljard euro: 9 landen slaan handen ineen voor mega-investering in windenergie op Noordzee
België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Nederland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk hebben in Hamburg afgesproken om fors te investeren in nieuwe windturbineparken in de Noordzee.
Tegen 2050 moet er in totaal 300 gigawatt aan offshore windcapaciteit zijn. 300 gigawatt komt overeen met het vermogen van 300 grote kernreactoren (met dat verschil dat kernreactoren 24 op 7 stroom kunnen opwekken, windturbines enkel als het waait). Ter vergelijking: de bestaande windturbines in de Noordzee hebben nu samen een vermogen van 37 gigawatt. Er moet dus nog eens 7 keer zo veel bijkomen.
De regeringen van de Noordzeelanden beloven investeringszekerheid voor de betrokken bedrijven, onder meer door een gegarandeerde elektriciteitsprijs. Die wordt bepaald op de markt. Als die prijs onder een bepaald niveau zakt, past de overheid bij. Staat de marktprijs heel hoog, dan roomt de overheid een deel ervan af.
De offshore-windindustrie en netbeheerders beloven in ruil 91.000 extra jobs en dus 1.000 miljard euro aan economische activiteit. De bedrijven zeggen ook toe de kosten voor windenergie in 2040 met 30 procent te doen dalen tegenover 2025. Die kostenverlaging moet onder meer komen van schaaleffecten.
"Met de consequente uitbouw en intelligente koppeling van offshore-energie creëren we betaalbare, propere en veilige energie, verkleinen we onze strategische afhankelijkheid en vergroten we de Europese veerkracht", zei de Duitse minister van Economie en Energie, Katherina Reiche.
Meer energie-onafhankelijkheid
De Noordzeetop volgt op 2 eerdere gelijkaardige bijeenkomsten sinds 2022. De betrokken landen hadden toen de investeringen in windenergie al aangekondigd, als reactie op de energiecrisis die was ontstaan na de Russische aanval op Oekraïne. Ook de NAVO en de Europese Commissie nemen deel, net als IJsland.
Minister Reiche verwees naar de aanvallen op stroomnetten, pijpleidingen en belangrijke datakabels, die van cruciaal belang zijn voor de digitale soevereiniteit van het continent. "En daarom is de NAVO hier voor het eerst op hoog niveau vertegenwoordigd", zei ze.
Ons land is op de vergadering vertegenwoordigd door premier Bart De Wever (N-VA) en minister van Noordzee Annelies Verlinden (CD&V).
"Europa kan zich geen energiebeleid veroorloven dat afhankelijk is van toeval. Een heldere en sterke businesscase voor offshore wind is cruciaal om investeringen te versnellen, prijzen te verlagen en onze strategische autonomie te versterken", zei Verlinden vorige vrijdag al.
"We willen meer hernieuwbare energie op zee, maar wel onder realistische en veilige voorwaarden die aan investeerders en aan de samenleving duidelijkheid bieden."
Hoe haalbaar zijn de plannen?
Of de ambitie van 300 GW tegen 2050 gehaald kan worden, is zeer de vraag. Dat zegt VRT NWS-journalist Nina Verhaeghe. "Op de 2e Noordzeetop, in Oostende in 2023, hadden de deelnemende landen ook een tussendoel bepaald: 120 GW tegen 2030. Dat doel is intussen losgelaten. Misschien leek het onhaalbaar: 2030 is al over 4 jaar, 2050 is veel verder in de tijd."
"De sector van de windenergie heeft de laatste jaren klappen gekregen, onder meer door de oplopende kosten van materialen en onzekere leveringstermijnen. In ons eigen land is daar nog een factor van onzekerheid bijgekomen: federaal minister van Energie Mathieu Bihet (MR) heeft de veiling van het eerste windpark in de Prinses Elisabeth-zone geschrapt. Of die veiling er nog komt tegen eind maart 2026 zoals gezegd, is onduidelijk."

