De Franse premier Sébastien Lecornu is erin geslaagd om een deel van de begroting door het parlement te krijgen. Door het uiterst linkse LFI en het uiterst rechtse RN werden 2 moties van wantrouwen ingediend tegen de begrotingsplannen van Lecornu. De manier waarop de premier dat wil goedkeuren, via het controversiële grondwetartikel 49.3, leidt tot controverse bij de oppositie.
Franse premier Lecornu overleeft 2 moties van wantrouwen: begroting krijgt (deels) groen licht
Een eerste motie van wantrouwen werd ingediend door La France Insoumise (LFI). Die werd gesteund door 269 parlementsleden. Net te weinig, want er zijn 288 stemmen nodig om de motie goed te keuren. Een tweede motie van wantrouwen, dit keer ingediend door Rassemblement National (RN), deed het minder goed: 142 parlementsleden keurden de motie goed.
De moties zijn een poging om de goedkeuring van de Franse begroting tegen te houden. Aangezien deze moties daar niet in zijn geslaagd, is het eerste deel van de begroting goedgekeurd. Dat gaat over een deel 'inkomsten'.
Voor het deel 'uitgaven' moet premier Sébastien Lecornu opnieuw groen licht krijgen. Net zoals bij dit eerste deel wordt er verwacht dat er opnieuw moties van wantrouwen ingediend zullen worden.
Artikel 49.3
Dat heeft te maken met de manier waarop Lecornu deze begroting erdoor wil krijgen. Hij maakt namelijk gebruik van artikel 49.3 van de grondwet. Dat artikel is al door menig premier gebruikt om het parlement te omzeilen.
Ook Lecornu gebruikt dit trucje, omdat een poging om de begroting goed te keuren via de 'traditionele' manier, via een meerderheid in het parlement, 3 maanden geleden mislukte.
Vanmorgen heeft Lecornu aangekondigd dat hij opnieuw artikel 49.3 zal gebruiken om de 'uitgaven'-component van de begroting goed te keuren.
Politieke malaise
Dit is alvast een eerste belangrijke stap voor Lecornu, die in oktober vorig jaar nog na een maand ontslag indiende als premier van Frankrijk. Hij is de 7e premier sinds 2017, want menig voorganger beet zijn of haar tanden al stuk op hervormingen of de begroting.
De politieke malaise kende een hoogtepunt onder Lecornu's voorganger, François Bayrou. Die stelde voor om miljarden te bezuinigen om de begrotingen opnieuw iets onder controle te krijgen. Frankrijk heeft namelijk een gigantische overheidsschuld en die put wordt steeds groter.
Hij wilde bezuinigen op onderwijs en de gezondheidssector. Daarnaast stelde hij voor om 2 feestdagen te schrappen. Dat leidde tot massale protesten in Frankrijk. Ook Bayrou moest opstappen, omdat hij te weinig steun kreeg in het parlement.
Frankrijk in politieke én economische crisis
De politieke impasse in Frankrijk is het gevolg van een gok van president Emmanuel Macron.
Hij verraste vriend en vijand met de aankondiging die hij deed op de avond van de Europese verkiezingen in juni 2024. Na de forse winst voor het uiterst rechtse Rassemblement National (RN) deelde de president mee dat hij het parlement ontbond en nieuwe verkiezingen uitriep in Frankrijk.
Maar Macrons gok pakte verkeerd uit. Bij de verkiezingen strandde zijn partij op de derde plaats, na een linkse alliantie die samen naar de kiezer was getrokken, en het RN. Sindsdien is het Franse parlement verdeeld in 3 zowat gelijke blokken - links, centrum en uiterst rechts.
Geen enkel blok heeft de meerderheid. Dat leidt tot een impasse, en verklaart waarom 3 opeenvolgende premiers nu al zijn weggestuurd of opgestapt: Michel Barnier, François Bayrou en Sébastien Lecornu.
De politieke impasse is des te problematischer omdat Frankrijk ook economisch in zwaar weer zit. Het heeft een begrotingstekort van 5 procent van het bruto binnenlands product, het hoogste van de Europese Unie.
Ook de Franse staatsschuld is zeer hoog. Alleen die van Italië en Griekenland is nog hoger. Plannen om fors te besparen hebben de voorbije maanden al tot protest geleid.
