In 1926 kreeg België te maken met een grote toestroom aan toeristen, met heel wat frustraties van de lokale inwoners als gevolg. Als vandaag Venetië of Barcelona dus klaagt over overlast door massatoerisme, dan is dat geen nieuw fenomeen. "In het België van 1926 waren we heel bang dat de toeristen de steden en kust onveilig zouden maken", zegt historica Silke Geven (Universiteit Antwerpen).
'Overtoerisme' niet alleen van deze tijden: "In 1926 werd België overspoeld door toeristen"
Samenvatting:
In 1926 kreeg België te maken met massatoerisme, vooral door Britten, Duitsers en Amerikanen die profiteerden van de zwakke Belgische frank.
Lokale inwoners klaagden over overlast, dronkenschap en het gedrag van toeristen, wat leidde tot frustraties vergelijkbaar met die in huidige toeristische hotspots.
"In het België van 1926 waren we heel bang dat de toeristen de steden en kust onveilig zouden maken", zegt historica Silke Geven (Universiteit Antwerpen).
Ondanks de klachten promootte de overheid toerisme actief en voerde ze een toeristentaks in om economisch voordeel te halen uit de toestroom.
Tweemaal per week duikt de podcast 'Het uur van de waarheid' in de wereld van misleiding, desinformatie en online bedrog. Ook dit onderwerp komt uit de podcast. Alle afleveringen vind je hier.
'Tourists, go home!': het is een boodschap die je tegenwoordig wel vaker in het straatbeeld van toerismehotspots als Amsterdam, Venetië of Barcelona kunt spotten. Overtoerisme, het fenomeen waarbij toerisme negatieve gevolgen voor de lokale bevolking heeft, is zeer actueel. Maar wist je dat het 100 jaar geleden ook al in België voorkwam?
Dat blijkt uit onderzoek van Silke Geven , historica aan de Universiteit Antwerpen. "In 1926 had België te maken met een grote stormloop aan toeristen", zegt Geven in 'Het uur van de waarheid' op Radio 1.
De Belgische frank onderuit
Dat komt omdat ons land toen in slechte financiële papieren zat. "België moest leningen terugbetalen aan de Verenigde Staten om de oorlogsschade in het land te herstellen. Daar had België zelf de financiële middelen niet voor", zegt Geven. "Dat was gekoppeld aan een hyperinflatie waarbij de Belgische frank enorm daalde in waarde."
Luister naar de podcast van 'Het uur van de waarheid'
Doordat de Belgische frank zo zwak stond, werd België een aantrekkelijke vakantiebestemming. "Mensen uit landen met een sterkere valuta kregen steeds meer de kans om naar België te reizen, omdat het een goedkopere bestemming was."
In de praktijk ging het vooral om Britten, Duitsers en Amerikanen. Die streken neer aan de Belgische kust, de Ardennen of kunststeden. "Het waren ook vooral steeds meer mensen die niet tot de elite behoorden, uit minder goede sociale klassen, die nu ook de kans kregen om te reizen."
"Van de kwade der vreemde bezoekers, verlos ons heer!"
De toestroom aan toeristen viel niet altijd in goede aarde. Daar is bovenstaand citaat een klinkend voorbeeld van. In kranten uitten zowel journalisten als lezers die een brief instuurden, hun wrevel over het gedrag van toeristen. Opvallend: er komen heel wat onderwerpen aan bod die ook vandaag frustraties opwekken.
"Voor de Eerste Wereldoorlog waren de klassieke, rijkere toeristen die afzakten naar België heel erg geïnteresseerd in cultuur, kunst, monumenten, musea … "Het was de 'nieuwe' toeristen niet alleen om cultuur te doen. Ze wilden ook lekker eten, drinken en zich in het algemeen amuseren.
Er werden wetten uitgevaardigd om het gebruik van alcohol in te perken, maar daar kwamen veel hotel-, restaurant- en brasserieuitbaters tegen in opstand
Silke Geven, historica (UAntwerpen)
"Ze waren heel bang dat de toeristen de steden en kust onveilig zouden maken", weet Geven. Vooral dronkenschap werkte als een rode lap op een stier. "Dat had ook te maken met het feit dat sommigen in het interbellum het gebruik van alcohol aan banden wilden leggen. Er werden wetten uitgevaardigd om het gebruik van alcohol in te perken, maar daar kwamen veel hotel-, restaurant- en brasserieuitbaters tegen in opstand. Die nieuwe toeristen kwamen net naar België om eens een pintje te drinken."
Daarnaast veroorzaakte de opkomst van de auto in het straatbeeld ergernis. "Die waren voornamelijk afkomstig van toeristen die de steden gingen bezoeken. Maar dat leidde tot overlast, omdat het stadsweefsel er niet voor gemaakt was. Er was eigenlijk geen plaats voor de auto's in de stad." Toen al werd in Parijs en Italië hevig betoogd tegen de voertuigen van de Amerikaanse en Britse toeristen, met zelfs de sabotage van reisbussen als gevolg.
Pasteitjes voor de hond
Ook de koopkracht van de toeristen werd niet altijd in dank afgenomen. De lokale bevolking had namelijk vaak zelf de financiële middelen niet om zaken te kopen waarvan de toeristen wél konden genieten.
Geven haalt een voorbeeld aan van een toerist die voor nogal wat opschudding zorgde toen ze de pasteitjes van de bakker aan haar hond voerde. Het merendeel van de gewone bevolking kon die niet eens voor zichzelf betalen.
Op nationaal niveau werden toeristische verenigingen opgericht die echt inzetten op toeristische promotie
Silke Geven, historica (UAntwerpen)
Het ging nog verder dan voedsel en drank. "Men vreesde heel sterk dat Nederlanders, die een sterkere munt hadden dan de Belgische frank op dat moment, de kans zouden hebben om huizen te kopen die de lokale bevolking niet meer zou kunnen kopen." De parallellen met de onvrede over Airbnb's, die de huizenprijzen omhoogjagen en lege panden in de hand werken, zijn snel gemaakt.
Geld in het laatje
Nochtans bracht toerisme ook heel wat financiële voordelen. Ondanks de onvrede, promootte de overheid het toerisme steeds meer in het interbellum. "Er werden op nationaal niveau toeristische verenigingen opgericht die echt inzetten op toeristische promotie. Dat was voor de Eerste Wereldoorlog totaal niet het geval."
Sindsdien is het toerisme eigenlijk alleen maar gegroeid. "De Belgische regering heeft er uiteindelijk voor gekozen om een toeristentaks in te voeren. Maar dat had minder een effect op het aantal toeristen, dan op het economisch gewin dat ze eruit haalden."
Het was dus een welkom, economisch extraatje, wat ook zo in de krantenartikels werd benoemd. Ondanks alle klachten is het net tijdens het interbellum dat het toerisme voor heel wat mensen voor het eerst mogelijk werd.

