Het water in de publieke badhuizen van Pompeï was niet hygiënisch en verontreinigd door menselijk afval, zeker voor de stad in Romeinse handen viel. Dat blijkt uit een studie van de Johannes Gutenberg Universiteit (JGU) in Mainz. De Romeinen bouwden na hun komst wel een aquaduct in de stad, waardoor het water in de baden vaker ververst kon worden.
Zweet, talg en urine: publiek badhuis bezoeken in Pompeï was een smerige aangelegenheid
De opgravingen in de oude Romeinse stad Pompeï, ten zuidoosten van Napels, bieden archeologen een uniek beeld van het leven zo'n 2.000 jaar geleden. In 79 na Christus barstte de nabijgelegen vulkaan de Vesuvius namelijk uit, waardoor de volledige stad bedolven werd onder een laag vulkanische as en goed bewaard bleef.
Pompeï was op dat moment nog niet zo lang in Romeinse handen. De stad werd in 80 voor Christus een Romeinse kolonie en behoorde daarvoor toe aan de Samnieten.
Maar 1 ding hadden de Samnieten en Romeinen al zeker gemeen: ze hielden van baden. In de stad werden, naast privébadhuizen, dan ook verschillende publieke badhuizen teruggevonden. Je kon er terecht voor baden in verschillende temperaturen en soms zelfs voor een zwembad of sauna, al was een bezoekje bij het ene volk een smerigere beleving dan bij het andere.
Zweet, talg en urine
Onderzoekers van de Johannes Gutenberg Universiteit (JGU) in de Duitse stad Mainz analyseerden namelijk mineraalafzettingen in de badhuizen van Pompeï om zicht te krijgen op de kwaliteit van het vroegere badwater. De studie werd gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS) .
Daaruit blijkt dat de badhuizen verre van hygiënisch waren, zeker in de Samnitische periode. De onderzoekers concludeerden namelijk dat er toen in het warme bad van de Republikeinse Baden in Pompeï veel organische materie aanwezig was, hoewel daar geen sporen van terug te vinden waren in de 40 meter diepe putten die de bassins van water voorzagen.
Een bezoek aan de baden moet een luidruchtige, levendige en mogelijk ook stinkende ervaring geweest zijn
Co-onderzoeker Cees Passchier
"Dat betekent dat de verontreiniging in de baden zelf moet hebben plaatsgevonden", zegt onderzoeker Gül Sürmelihindi aan New Scientist. Volgens haar gaat het over onder meer zweet, talg en urine.
Het badwater werd in de tijd van de Samnieten waarschijnlijk ook slechts 1 keer per dag ververst, omdat het water uit diepe putten gehaald moest worden met een systeem dat aangedreven werd door slaven in een looprad. Het ging bovendien om sterk gemineraliseerd grondwater, aangetast door vulkanische afzettingen.
Nadat de Romeinen de stad overnamen, werd het water regelmatiger vervangen, waardoor er in die periode allicht minder zweet en urine in het water achterbleef. Er werd namelijk een aquaduct gebouwd, wat de beschikbare hoeveelheid water aanzienlijk vergrootte. Dat water was afkomstig van natuurlijke bronnen en was zo ook van betere kwaliteit.
Toch zegt co-onderzoeker Cees Passchier dat de baden ook in de Romeinse periode nog niet echt hygiënisch waren. "Een bezoek aan de baden moet een luidruchtige, levendige en mogelijk ook stinkende ervaring geweest zijn", vertelt hij aan BBC Science Focus. "Het was in de eerste plaats een sociale activiteit."
Badgasten vervuilden het water met allerlei etterende wonden, urineerden in de baden, zweetten na het sporten en schraapten hun dode huidcellen af
Historicus Alexander Meddings
Historicus Alexander Meddings voegt toe dat de baden, ondanks het aquaduct, "behoorlijk smerig naar hedendaagse maatstaven" waren.
"Badgasten vervuilden het water met allerlei etterende wonden, urineerden in de baden, zweetten na het sporten en schraapten hun dode huidcellen af", aldus Meddings. "Waarschijnlijk dreef er dus vaak een troebele laag schuim op het water."
"Tot op zekere hoogte wisten de Romeinen wel dat baden slecht voor hen was. Verschillende Romeinse schrijvers reflecteerden dan ook over de ironie van dat het als gezond beschouwd werd om te marineren in andermans vuiligheid."

