Naar hoofdinhoud
Xi Jinping ontmoet Ali Khamenei in Teheran, met portret van Khomeini in de achtergrond (januari 2016)

Waarom China stil blijft terwijl bondgenoot Iran in brand staat

Artikel luisteren
13min
Meer info

Honderden doden, duizenden arrestaties, een totale internetblokkade: Iran staat in brand, maar partner China houdt zich opvallend stil. Geen wapenleveringen, geen financiële noodhulp, zelfs geen stevige diplomatieke steun. Hoe kan dat? En wat is de ruimere strategie van president Trump als het gaat over China en Iran?

Samenvatting:

  • In Iran zijn honderden doden gevallen en duizenden mensen gearresteerd tijdens protesten, terwijl het regime het internet grotendeels heeft geblokkeerd.

  • China houdt zich opvallend afzijdig en biedt Iran geen militaire, financiële of diplomatieke steun, ondanks een strategisch partnerschap.

  • Chinese bedrijven leveren wel technologie en oproerwapens aan Iran, waarmee het regime protesten onderdrukt en demonstranten identificeert.

  • De handel tussen China en Iran draait vooral om olie, vaak via schaduwhandel om Amerikaanse sancties te omzeilen; Chinese investeringen blijven beperkt.

  • De VS, onder leiding van president Trump, voert de druk op door nieuwe importheffingen op landen die met Iran handelen, wat de spanningen met China verder verhoogt.

Terwijl Iraanse veiligheidstroepen met scherp schieten op demonstranten en de dodentol oploopt tot in de honderden, deed het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken enkele dagen terug een opmerkelijke uitspraak. China, zo verklaarde woordvoerder Lin Jian, voert een buitenlands beleid van "partnerschappen, geen allianties". Het klonk als een technisch detail, maar de boodschap was glashelder: Teheran hoeft niet te rekenen op Chinese veiligheidsgaranties.

Die koele afstandelijkheid is geen toeval. Ze past in een patroon dat al maanden zichtbaar is. Toen Israël en de Verenigde Staten vorig jaar in juni Iraanse nucleaire installaties bombardeerden tijdens de 'Twaalfdaagse Oorlog', deed China precies hetzelfde: niets.

Peking veroordeelde de aanvallen, sprak van 'agressie', maar weigerde om luchtverdedigingssystemen of ander wapentuig te sturen. De Russische luchtafweer die Iran wel had, bleek onvoldoende. Teheran stond er alleen voor.

Nu de straten van Teheran, Isfahan en Mashhad opnieuw in vuur en vlam staan, herhaalt dat scenario zich. Peking hoopt dat 'de Iraanse regering en het volk de huidige moeilijkheden kunnen overwinnen', aldus de officiële verklaring. Het is de taal van een toeschouwer, niet van een bondgenoot.

Een ingewikkeld bondgenootschap

Op papier zijn China en Iran hechte partners. In 2021 ondertekenden beide landen met veel bombarie een 25-jarig strategisch partnerschap, een overeenkomst ter waarde van naar verluidt 400 miljard dollar. Het akkoord omvat samenwerking op het gebied van energie, telecommunicatie, transport en infrastructuur. Voor het geïsoleerde Iran leek het een diplomatieke doorbraak. Eindelijk een grootmacht die ondanks Amerikaanse sancties durfde te investeren.

De realiteit is ingewikkelder. De exacte inhoud van het akkoord is nooit openbaar gemaakt, wat bij veel Iraniërs argwaan wekt. En de cijfers vertellen een ander verhaal dan de grote beloftes suggereren. Tegen eind 2023 bedroegen de Chinese investeringen in Iran slechts 3,9 miljard dollar. Een peulschil, vergeleken met de 22,5 miljard die China in dezelfde periode in Saudi-Arabië investeerde, of de 13 miljard in Irak.

Wat gewone Iraniërs wél merken van de Chinese aanwezigheid, is minder vleiend. Al meer dan 10 jaar overspoelen goedkope Chinese consumentengoederen de Iraanse markt. Van auto's tot huishoudartikelen en elektronica. Voor de gemiddelde Iraniër betekent dit toegang tot producten die anders onbetaalbaar zouden zijn.

Lokale ondernemers en ambachtslieden zien hun bedrijven kapotgeconcurreerd worden. Klachten over de slechte kwaliteit van Chinese producten zijn wijdverspreid. En verhalen over Chinese bedrijven die milieuschade veroorzaken (zoals de olieboringen die in 2021 het al-Azim moerasgebied beschadigden) voeden het wantrouwen.

De smeerolie van de relatie

De kern van de Chinees-Iraanse relatie is niet vriendschap, maar olie. Iran zit op een van de grootste bewezen oliereserves ter wereld, maar kan door de Amerikaanse sancties nauwelijks nog aan andere landen verkopen. China biedt een uitweg.

Die uitweg loopt grotendeels via de achterdeur. De grote Chinese staatsoliebedrijven doen sinds 2022 geen zaken meer met Iran, uit angst voor Amerikaanse sancties. In plaats daarvan verloopt zo'n 80 procent van de Iraanse olie-export naar China via kleine, onafhankelijke raffinaderijen die buiten de boeken om handelen. Deze schaduwhandel is moeilijk te traceren en nog moeilijker te bestraffen.

China heeft hiervoor een ingenieus systeem opgezet. Een vloot van tankers (de 'donkere vloot') schakelt onderweg de transponders uit, zodat ze niet te traceren zijn. Op volle zee wordt de olie vervolgens overgeladen naar andere schepen. Bij aankomst in Chinese havens wordt de lading geregistreerd als afkomstig uit bijvoorbeeld Maleisië of Oman. Zo blijven de grote Chinese bedrijven en banken buiten schot van Amerikaanse secundaire sancties.

Iran krijgt voor zijn olie overigens niet altijd cash. Een groot deel van de betaling gebeurt in natura. Vandaar de Chinese goederen die de Iraanse markt overspoelen. Het is een ruilhandel die China goed uitkomt, maar in Iran tot groeiende frustratie leidt. 

Surveillancetechnologie uit China

Er is nog een andere, duisterdere dimensie aan de Chinees-Iraanse samenwerking. Chinese technologiebedrijven leveren het surveillance-apparaat waarmee het regime zijn eigen bevolking onderdrukt.

Techgigant Huawei werkt al sinds 2011 samen met de Iraanse autoriteiten. Het bedrijf levert technologie die het regime helpt om protestbewegingen de kop in te drukken. Iran was al tijdens de eerste ambtstermijn van Donald Trump een breekpunt in de Chinees-Amerikaanse relaties: Washington verscherpte toen de sancties tegen Teheran en nam Huawei in het vizier, dat ervan werd beschuldigd technologie aan Iran te verkopen. 

Ook andere technologie, zoals de gezichtsherkenningssoftware geleverd door het Chinese bedrijf Tiandy, stelt de Iraanse veiligheidsdiensten in staat om demonstranten te identificeren aan de hand van camerabeelden. Dezelfde technologie wordt ook ingezet tegen vrouwen die de verplichte hoofddoek niet dragen, en tegen winkeliers die hen bedienen.

China is de belangrijkste leverancier van oproerwapens aan het Iraanse regime

Deze technologie bewees haar waarde tijdens de protesten na de dood van Mahsa Amini in 2022. Duizenden demonstranten werden geïdentificeerd en opgepakt dankzij Chinese gezichtsherkenning. Nu, tijdens de grootste volksopstand sinds de Islamitische Revolutie van 1979, draait diezelfde machinerie op volle toeren.

Bovendien is China de belangrijkste leverancier van oproerwapens aan het Iraanse regime. De traangasgranaten, rubberkogels en waterkanonnen komen voor een aanzienlijk deel uit Peking.

En dan is er de internetblokkade. Sinds 8 januari heeft het regime vrijwel alle internettoegang afgesneden, waardoor het bijna onmogelijk is geworden om het geweld tegen demonstranten te documenteren. Zelfs Starlink-verbindingen (het satellietinternet van Elon Musk) worden gestoord. Volgens experten wijst dit op het gebruik van militaire stoorzenders, mogelijk geleverd door China of Rusland.

Waarom China toch aan de zijlijn blijft

Als China zoveel belangen heeft in Iran, waarom doet Peking dan zo weinig om het regime overeind te houden? Het antwoord ligt in een koele geopolitieke berekening.

Peking wil uiteraard zijn toegang tot de Amerikaanse markt niet op het spel zetten. De Chinese export naar de VS is vele malen waardevoller dan alle handel met Iran samen. Een directe confrontatie met Washington over Teheran is dat risico simpelweg niet waard.

China vermijdt ook principieel militaire avonturen in het buitenland. De Chinese leiders geloven dat technologische superioriteit (met name in artificiële intelligentie en hernieuwbare energie) op termijn belangrijker is dan militaire macht. Oorlogen kosten geld, prestige en afleiding. Peking kijkt naar Rusland, dat al vier jaar vastzit in het Oekraïense moeras, en ziet een waarschuwing.

China heeft Iran ook simpelweg niet nodig om druk uit te oefenen. De relatie is fundamenteel asymmetrisch. Iran heeft geen alternatief, want geen enkel ander groot land durft te investeren of olie te kopen. China kan Teheran belonen met aankopen en investeringen, maar hoeft nooit te dreigen met sancties. Waarom zou het? Iran heeft Peking harder nodig dan omgekeerd.

De les van Venezuela

Hoe weinig Chinese 'partnerschappen' waard zijn wanneer het erop aankomt, werd begin deze maand pijnlijk duidelijk in Venezuela. Op 3 januari voerden Amerikaanse troepen 'Operatie Absolute Resolve' uit en ontvoerden ze de Venezolaanse president Nicolas Maduro uit zijn slaapkamer.

Venezuela gold nota bene als een "all-weather strategic partner" van China, de hoogste diplomatieke status die Peking toekent, en een rang hoger dan Iran. Chinese diplomaten hadden Maduro nog bezocht, amper uren voor zijn arrestatie. "China en Venezuela! Verenigd!" had de president uitgeroepen.

Chinese partnerschappen lijken geen bescherming te bieden wanneer Amerika toeslaat.

En toch deed China niets. Geen militaire interventie, geen serieuze diplomatieke tegenactie, zelfs geen economische sancties tegen Washington. De miljarden aan Chinese investeringen in Venezuela (bijna 10 miljard dollar aan voorschotten voor olieaankopen, plus 18 miljard aan directe investeringen) zijn nu bevroren. Gespecialiseerde Chinese raffinaderijen die waren gebouwd om Venezolaanse olie te verwerken, staan stil.

De boodschap aan de wereld was niet mis te verstaan. Chinese partnerschappen lijken geen bescherming te bieden wanneer Amerika toeslaat. En Peking blokkeerde niet eens het geplande staatsbezoek van Trump aan China in april, alsof er niets was gebeurd. Trump leek er zelf verrast door. Als China al niet bereid was om zijn hoogst gerankte partner in Latijns-Amerika te hulp te schieten, wat kan Iran dan verwachten?

De grotere strategie van Trump

Temidden van dit alles kondigde Trump maandag een nieuwe escalatie aan. Landen die handel drijven met Iran krijgen voortaan een tarief van 25 procent opgelegd op hun export naar de Verenigde Staten. De maatregel geldt met onmiddellijke ingang. China, Turkije, India en Pakistan worden het zwaarste getroffen.

Voor China zou dit betekenen dat de totale importheffingen op Chinese goederen oplopen tot meer dan 70 procent, hoger dan de 57,5 procent die gold voordat Trump en Xi in oktober een akkoord sloten om hun handelsoorlog te de-escaleren. Iran dreigt zo opnieuw een breekpunt te worden in de Chinees-Amerikaanse relaties, net als tijdens Trumps eerste ambtstermijn.

De bredere strategie van Trump is het systematisch verzwakken van China.

Op het eerste gezicht lijkt dit een strafmaatregel tegen Iran. Maar analisten zien een bredere strategie. Het systematisch verzwakken van China. De redenering achter de aanpak van Trump werkt als volgt: Iran en Venezuela zijn beide belangrijke olieleveranciers voor China, en beide staan onder Amerikaanse sancties.

Door de regimes in beide landen onder druk te zetten (of zelfs een kopje kleiner te maken, zoals in Venezuela) snijdt Washington Chinese energielijnen door en bevriest het Chinese investeringen. Venezuela was de eerste test. Iran, gelegen aan het kruispunt van het Midden-Oosten en Centraal-Azië, zou de volgende kunnen zijn.

Met de hernieuwde druk op Iran neemt Trump trouwens ook het vlaggenschipproject van Xi Jinping in het vizier: de Nieuwe Zijderoute, waarin Iran een strategische hub vormt voor de stroom van Chinese goederen richting het Midden-Oosten.

Het antwoord van China: afwachten en bluffen?

Peking reageerde alvast furieus op de nieuwe tarieven. De woordvoerder van de Chinese ambassade in Washington verklaarde dat China "zich krachtig verzet tegen illegale unilaterale sancties" en "alle nodige maatregelen zal nemen" om zijn belangen te beschermen. Handelsoorlogen hebben geen winnaars, waarschuwde hij.

Maar niet iedereen in Peking neemt de dreigementen van Trump ernstig. "Trump bluft, en China zal die bluf doorprikken. Ik kan je verzekeren dat Trump niet het lef heeft om de extra 25 procent tarieven op China te heffen", zegt Wu Xinbo, decaan van het Institute of International Studies aan Fudan University.

Het blijft de vraag in welke mate de nieuwe tarieven van Trump afdwingbaar zijn. Vorig jaar kondigde hij tarieven aan in verband met 'illegale' Russische oliehandel, maar de uitvoering was grillig. De inzet met China is hoger. Trump moet oppassen dat deze tarieven niet escaleren tot een directe confrontatie met China.

Voorlopig kiest Peking voor afwachten. China gelooft dat de VS zich historisch gezien altijd vastrijdt in buitenlandse interventies. Afghanistan, Irak, nu mogelijk Iran. Washington begint oorlogen makkelijker dan het ze beëindigt. Op lange termijn, zo luidt de Chinese inschatting, zal de VS zichzelf uitputten met zijn 'imperiale overstrekking', terwijl China geduldig doorgroeit.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"