Er wordt gekibbeld in de rangen van de Vlaamse regering, waarbij de meerderheidspartijen elkaar den duvel aandoen, via de parlementsleden van de meerderheid. Op dit moment staat de oppositie erbij en kijkt ernaar. Ook in Franstalig België zit de onrust aan de kant van de meerderheid: de originele tandem tussen Les Engagés en de MR staat onder druk, door de bestuursstijl van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, die overlopers naar Les Engagés jaagt. En in Nederland gaat opnieuw een politiek experiment van start: 3 partijen starten een minderheidskabinet op, dat 10 zetels te kort heeft voor een meerderheid.
De oppositie staat erbij en kijkt ernaar
Samenvatting:
In de Vlaamse regering is er onenigheid tussen meerderheidspartijen, waarbij minister Zuhal Demir fel reageert op kritiek van Vooruit.
In Franstalig België staat de samenwerking tussen Les Engagés en MR onder druk door de bestuursstijl van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, wat leidt tot overstappen van politici naar Les Engagés.
In Nederland starten drie partijen een minderheidskabinet dat tien zetels te kort heeft voor een meerderheid; ze zoeken steun bij andere partijen, maar het is onzeker of deze formule zal slagen.
1. Kritiek in eigen rangen klinkt altijd harder
De Vlaamse regering heeft geen oppositie meer nodig. Een oppositie moet een regering scherp proberen te houden. Maar die taak is nu - misschien door het opheffen van het zwijgakkoord - overgenomen door de parlementsleden van de meerderheid zelf. En dat irriteert Vlaams minister Zuhal Demir.
Zij reageerde heel gepikeerd op een filmpje van Vooruit op TikTok, waar ze beschuldigd wordt een beleid te voeren waarbij ze “elitescholen wil maken voor de happy few”. “Dat is toch goed zot. Dat staat haaks op wie ik ben en wat ik doe”, zegt Demir op haar sociale media. Demir heeft het over “politieke spelletjes”.
Volgens Valerie Van Peel, op haar eerste nieuwjaarsreceptie als voorzitter van de N-VA, is er geen sprake van een conflict tussen haar partij en Vooruit. Al geeft ze toe dat ze Vooruit-voorzitter Conner Rousseau een bericht heeft gestuurd. “Het is natuurlijk zo dat als je echt wilt hervormen, zeker in onderwijs dat veel te lang heeft vastgezeten, je weerstand krijgt. En dat is wat je ziet.”
Ruzie tussen de meerderheidspartijen, dat is een zaak voor de minister-president. “Ik heb er geen probleem mee dat er discussie is in het parlement, of zelfs soms tussen het parlement en de regering”, zegt Matthias Diependaele. “Maar als dat vanuit de meerderheid komt, moeten die mensen natuurlijk beseffen dat men ook eigen ministers en partijgenoten onder de bus gooit. Want zij hebben die beslissingen mee goedgekeurd, ook Vooruit.”
Diependaele roept de meerderheidspartijen op tot terughoudendheid. Want niet alleen trekken parlementsleden van CD&V en Vooruit van leer tegen Demir, ook Andy Pieters van de N-VA gaat op zijn beurt tekeer tegen CD&V-minister Jo Brouns.
En intussen maakt Groen bekend - dan toch een rol voor de oppositie – dat ook Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) een gloednieuw ‘Kennis- en Innovatiecentrum voor het Jonge Kind’ oprichtte. Ze deed dat zonder aanbesteding. “Het zijn oude PS-praktijken van zelfbediening die stilaan tot de cultuur van de voltallige Vlaamse regering gaan behoren.”
Open VLD - daar is weer de oppositie - dient een actuele interpellatie in. “De koehandel voor miljoenen aan subsidies moet stilgelegd worden. Wij vragen deze uitgaven te bevriezen en het Rekenhof een onderzoek te laten uitvoeren naar deze uitgaven. Stop met geld te gooien”, zegt de liberale fractieleider Egbert Lachaert, “het is genoeg geweest.”
Afwachten wie nu de diepste voren trekt op dat Vlaamse niveau: de oppositie of de meerderheidspartijen. Want deelstaatregeringen kunnen niet vallen, en dus kunnen zelfs meerderheidspartijen onder elkaar vrolijk blijven ruziemaken zonder het risico op een politieke crisis. En dat zorgt niet altijd voor een fraai beeld van de politiek.
2. Het 'bougeert' vooral aan Franstalige kant
Het politieke partijlandschap lijkt vooral aan Franstalige zijde in volle ontwikkeling. En daarbij valt de rol van de centrumpartij op, Les Engagés. Die zorgt op dit moment voor een nieuwe dynamiek.
Jean-Luc Crucke, minister van Klimaat in de federale regering, en in 2023 overgelopen van de MR, vat de beweging samen in De Tijd: “Vandaag de dag moet een centrumpartij, tussen een partij die rechts, extreemrechts is, en een partij die links, extreemlinks is, de roeping hebben om het hele centrum, centrumrechts, centrumlinks en centrumgroen te verenigen.”
Les Engagés wil zich dus tussen de MR en de PS in wringen, en daarbij ook de zieltogende Franstalige groenen opnemen. “Les Engagés moet de ambitie hebben om de grootste politieke formatie van Franstalig België te worden.”
En voor wie de partij niet goed kent: “Je kan ons het best vergelijken met D66 in Nederland.” Dat is, voor alle duidelijkheid, geen centrumpartij, maar een linksliberale partij. Want het is opvallend dat Les Engagés een liberaal als Michel De Maegd, Brussels stemmenkanon, met open armen ontvangt, en dat de partij klaar is om nog meer liberalen op te nemen.
Want die horen volgens Crucke op dit moment meer thuis bij Les Engagés. “Als liberaal voel ik me bij Les Engagés thuis, meer dan bij de MR van Georges-Louis Bouchez. De Vlaamse liberale voorzitter, Frédéric De Gucht, windt er geen doekjes om in De Zondag: “Bouchez is een volksbegeesteraar. Hij wil liefst van al verschillende strekkingen groeperen. Dat is een beetje kopiëren wat Bart De Wever gedaan heeft in Vlaanderen. Nu, ik dicht Georges-Louis veel talent toe, maar toch niet hetzelfde talent als De Wever.”
Al heeft het niet alleen met ideologie te maken. Na zijn overstap hekelde Michel De Maegd de stijl van zijn ex-voorzitter, die hij beschuldigt van cliëntelisme en nepotisme. Ook Crucke heeft het niet hoog op met de bestuursstijl van Georges-Louis Bouchez. “De cultuur van de chef bestaat bij ons niet.”
Vandaar dat de ontwikkelingen in Franstalig België de moeite zijn om in de gaten te houden. Want de tandem MR-Les Engagés bestuurt – op het Brusselse niveau na - samen in alle regeringen.
Als de afstand tussen de 2 partijen te groot wordt, dan zou dat gevolgen kunnen hebben op al die bestuursniveaus. Tijdens een interview bij de Manager van het Jaar, gaf eerste minister De Wever toe dat hij daar bezorgd over was: “Als ik nu al uitputtingsverschijnselen zie in de coalitie, dan maak ik mij daar grote zorgen over”.
3. Het Nederlandse experiment
In Nederland blijft het politieke experiment duren. Na de regering-Schoof, waar een technocraat werd ingehuurd om de regering te leiden, gaan de Nederlandse politici het nu proberen met een minderheidskabinet.
Zo’n kabinet zal in de Tweede Kamer steunen op slechts 66 zetels, 10 tekort voor een meerderheid. En dus willen de 3 regeringspartijen, het links-liberale D66, de christendemocraten van het CDA en de liberale VVD, steun gaan zoeken bij andere partijen.
Maar welke dat zijn en hoe ze dat precies willen vormgeven, ligt nog open. Er is dus geen enkele zekerheid dat de formule kans op slagen maakt.
Dat een minderheidskabinet op voorhand instabieler is, denkt informateur Rianne Letschert niet. "De afgelopen jaren zijn veel kabinetten vroegtijdig gevallen die wél een meerderheid hadden.” Met dat bewijs uit het ongerijmde wordt zelfs een minderheidskabinet geacht stabiliteit te brengen in de Nederlandse politieke chaos.
Het is écht ooit anders geweest, maar de politieke stabiliteit bevindt zich tegenwoordig eerder in ons land. Vandaar dat de jongerenafdeling van de Nederlandse liberale VVD onze eerste minister Bart De Wever uitgeroepen heeft tot “liberaal van het jaar”. De voorzitters van de twee liberale partijen in ons land hebben nog werk aan de winkel.


