In haar honderdjarige geschiedenis heeft de NMBS een hele evolutie doorgemaakt. Ooit was het een enorm bedrijf met stomende locomotieven, vandaag probeert de spoorwegmaatschappij zich een modern imago aan te meten. Daardoor zijn een aantal fenomenen geschiedenis geworden. Hieronder 5 weetjes uit de rijke spoorweggeschiedenis van ons land.
Over spuugbakken, asbakken en groene bussen: 5 spoorweetjes uit een ver of minder ver verleden
10 frank voor een perronkaartje!
Als je vroeger iemand wilde uitwuiven of afhalen in het station kon je een perronkaartje kopen. "Je mocht niet zomaar een perron op", herinnert spoorwegjournalist Herman Welter zich. "Je moest dus een perronkaartje kopen dat door een kaartjesknipper met een kniptang werd geknipt. Ook de treintickets waren in die tijd kartonnen kaartjes die moesten worden geknipt. Perron- en treinkaartjes moest je trouwens ook weer afgeven voor je het station kon verlaten."
Perronkaartjes waren een erfenis uit de 19e eeuw. Treinreizigers werden toen in de stations gecontroleerd omdat het moeilijk was om op de trein zelf te controleren. Wagons waren ingedeeld in compartimenten en je kon alleen langs de buitenkant de trein in. Treinconducteurs konden ook niet van het ene naar het andere compartiment. Perronkaartjes waren een manier om reizigers en niet-reizigers van elkaar te onderscheiden. Op het laatst kostten ze 10 frank.
Als de kaartjesknipper even naar het toilet was, kon je gratis het perron op
"Ik herinner mij nog de houten loketjes waar je bij zo'n kaartjesknipper langs moest", blikt Herman Welter terug. "Die kaartjesknippers waren vaak mensen die niet meer op de trein zelf konden werken. Bijvoorbeeld een treinbestuurder die een ongeval had gehad."
"In de grote stations werd vrij streng gecontroleerd, maar in de kleine stations was de kaartjesknipper niet de hele dag op post. Als hij bijvoorbeeld even naar het toilet was, kon je gratis het perron op."
In 1984 kwam de NMBS met een plan om de spoorwegen gebruiksvriendelijker te maken en verdwenen de kaartjesknippers. "Dat was natuurlijk ook wel een besparingsoperatie, want dat systeem met kaartjesknippers en perronkaartjes was arbeidsintensief en duur", weet Herman Welter. De perronkaartjes zelf bleven nog bestaan tot 1993.
"Nochtans deden die kaartjesknippers wel meer dan louter kaartjes knippen", vertelt Luc, een vrijwilliger in het museum Trainworld. "Ze zorgden ervoor dat de informatie op de aankondigingsborden op tijd werd aangepast of openden de wachtzaal voor wie op zijn trein moest wachten."
Verboden te spuwen
Vroeger zag je in de trein bordjes "verboden te spuwen". Eronder hing een spuugbak, vaak in email of glas. Spuwen was de normaalste zaak van de wereld, zeker voor mensen die pruimtabak gebruikten.
Draagbare spuugbakken, gevuld met een geschikte vloeistof in plaats van zand, moeten worden onderhouden en bijgevuld in zoveel mogelijk wagons
Dokter Vallin in een rapport uit 1899
Vanaf de 19e eeuw wordt spuwen in het openbaar als onhygiënisch en onbeschaafd beschouwd. "De neiging van tuberculosepatiënten om op de grond te spugen is des te groter omdat het een gewoonte is die veel reizigers, ziek of niet, delen", schrijft ene Bruno Carrière in de Franse publicatie "Rail & Histoire" .
Carrière verwijst naar een rapport over preventieve maatregelen in treinwagons van een zekere dokter Vallin uit 1899. "In wachtruimtes en stationshallen moeten vaste spuugbakken op een standaard van 1 meter boven de grond worden geplaatst", beveelt Vallin aan. "Draagbare spuugbakken, gevuld met een geschikte vloeistof in plaats van zand, moeten worden onderhouden en bijgevuld in zoveel mogelijk wagons."
De waarschuwingsbordjes en de spuugbakken zijn al lang verleden tijd. Ze zijn achterhaald omdat spuwen in het openbaar gewoonweg taboe is geworden. Er is ook nog amper iemand die nog pruimt.
Rokers of niet-rokers?
"Eigenlijk is het nog niet zo lang geleden dat je nog op de trein mocht roken", weet Herman Welter. "Ik herinner mij dat ik wel eens in een rokerscoupé ging zitten als er erg veel volk op de trein zat. Daar vond je meestal wel nog een zitplaats. De walm van sigaretten en sigaren nam je er dan maar bij."
Het rookverbod in treinen dateert van 2004. De alomtegenwoordige asbakken zijn weggehaald uit het interieur. "Je kon die asbakken in de tafels leegkappen", weet Herman Welter. "Ook dat betekende heel wat extra werk voor NMBS-personeel." De oudste wagons zijn intussen al lang helemaal heringericht. De rokerscoupé is geschiedenis geworden.
In 2023 is het rookverbod uitgebreid naar alle perrons, ook die in openlucht. In principe riskeer je een boete als je toch rookt waar het niet mag. Alleen blijkt de handhaving van dat verbod soms moeilijk. Getuige de vele peuken die je tussen de sporen ziet liggen als je op je trein staat te wachten.
Neem de bus in plaats van de trein
Wie in ons land de bus neemt, kan terecht bij De Lijn in Vlaanderen, bij de TEC in Wallonië en bij de MIVB in Brussel. Maar wie herinnert zich de groene bussen van de spoorwegen?
"Het netwerk van de NMBS-bussen is geleidelijk gegroeid", weet Herman Welter. "We hadden ooit een van de dichtste spoorwegnetwerken ter wereld. In de 2e helft van vorige eeuw heeft de NMBS geregeld lijnen gesloten omdat er te weinig reizigers waren. Die werden dan 'verbust'.
Op die vervangende buslijnen werden bussen van privé-partners ingezet, en die waren meestal comfortabeler dan de bussen van bijvoorbeeld de buurtspoorwegen." Sommige buslijnen passeerden ook langs kleine stations op nog bestaande lijnen waar de trein niet meer stopte.
"De beslissing van toenmalig minister van Verkeerswezen Jos Chabert (CVP) om de NMBS-bussen over te hevelen naar de buurtspoorwegen viel niet in goede aarde bij de privé-exploitanten van die bussen. Die buurtspoorwegen hadden een kruideniersmentaliteit en de privé-exploitanten hadden niet veel zin in de de komst van zo'n schoonmoeder."
Een iconisch logo
De B op de locomotieven en rijtuigen van de NMBS gaat al decennialang mee. Tot de jaren 30 van de vorige eeuw reden de rijtuigen van de NMBS met het opschrift CFB-BSM, wat stond voor "Chemins de Fer Belges - Belgische Spoorweg Maatschappij". In 1934 had de raad van bestuur een wedstrijd voor het ontwerp van een embleem uitgeschreven.
De 'B' was eigenlijk het werk van ene Jean de Roy. Die verscheen voor het eerst in 1936 op de omslag van het officiële treinboek en het jaarverslag van de NMBS. Het was de bekende kunstenaar-architect Henry van de Velde die als artistiek adviseur de spoorwegdirectie overhaalde om de bekende 'B' als logo te kiezen.
Henry van de Velde was directeur-oprichter van de Nationale Hoogere School voor Sierkunst van ter Kameren in Brussel (de huidige École nationale supérieure des arts visuels - ENSAV). Hij zou niet alleen zijn stempel drukken op het interieur van de nieuwe rijtuigen, maar bijvoorbeeld ook op de architectuur van de stations.
De 'B' verscheen vanaf 1945 op de rijtuigen van de NMBS.

