Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) past het wetsontwerp aan dat regering in staat moest stellen om extremistische organisaties te verbieden. Eind vorig jaar heeft hij een kritisch advies van de Raad van State ontvangen waarin staat dat de regering alleen acties van organisaties tijdelijk kan verbieden. Voor een ontbinding of een verbod moet ze de gerechtelijke weg volgen. Eerder gaf ook het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (Firm) al een vernietigend advies.
Raad van State fluit regering terug: "Extremistische organisaties verbieden alleen via juridische weg"
Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) wilde de ministerraad de macht geven om zelf radicale en extremistische organisaties te verbieden, zonder tussenkomst van een rechter. Eén verslag van één veiligheidsdienst zou voldoende zijn om zo'n beslissing te nemen.
We zullen het wetsontwerp aanpassen op basis van alle ontvangen adviezen
Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR)
In een advies van zo'n 50 à 60 pagina's stelt de Raad van State dat een administratieve maatregel -zonder tussenkomst van het gerecht - alleen tijdelijk kan zijn. Dat betekent dat de regering wel de activiteiten van extremistische organisaties tijdelijk kan verbieden, maar niet de organisaties zélf. Daarvoor moet ze als uitvoerende macht de rechterlijke macht inschakelen. De ontbinding van een organisatie is definitief en daarover moet een rechter oordelen, staat in het advies.
Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) laat weten dat hij zijn wetsontwerp bijstuurt. "We zullen het wetsontwerp aanpassen op basis van alle ontvangen adviezen", zegt hij. "Wat telt, is dat we met een administratief verbod op activiteiten beschikken over een doeltreffend instrument om snel en kordaat op te treden tegen actuele dreigingen die uitgaan van radicale organisaties."
Hij benadrukt dat de Raad van State bevestigt dat er nood is aan een mechanisme om organisaties te bekampen die een gevaar vormen voor onze samenleving en kijkt nu in de richting van justitie: "Het is duidelijk dat gerechtelijke beslissingen in dit soort dossiers vandaag veel sneller moeten kunnen volgen."
Ook Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens was al kritisch
Vorig jaar had ook het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (Firm) al een kritisch advies gegeven over het voorstel van Quintin. "Onvoldoende afgebakend" en "onvoldoende gedefinieerd", luidde het. "Daardoor heeft het een onevenredige impact op de vrijheid van meningsuiting en vereniging."
"Als de ministers vinden dat justitie te traag werkt, dan is het simpel: geef hen meer middelen, zodat ze sneller kunnen optreden. Het wettelijk arsenaal om dergelijke acties te verbieden is er al, gebruik het dan ook", zei Martien Schotsmans van het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens toen.

